Spring naar inhoud

In het atelier van Sammy Slabbinck


In juni komt het eerste overzichtswerk van collagekunstenaar Sammy Slabbinck uit, een boek dat van voor- tot achterflap volstaat met heerlijk absurde en poëtische beelden. Wij mochten hem opzoeken in de georganiseerde chaos die hij zijn atelier noemt.

Toevallig is het net zijn verjaardag wanneer we Sammy Slabbinck opzoeken in zijn atelier. Niet dat er gevierd wordt, want Slabbinck is druk bezig aan een illustratie voor The New Yorker die de volgende dag klaar moet zijn. Daarnaast legt hij de laatste hand aan het binnenwerk van het boek dat er volgende maand aan komt én broedt hij op enkele nieuwe projecten. En dan maakt hij ook nog eens tijd om ons wegwijs te maken in zijn atelier. Topkerel!

Hoe ben je ooit met collages begonnen?

Sammy Slabbinck: "Ik verzamel al lang vintage magazines. Ik ging altijd al graag naar rommelmarkten. Ik was dan op zoek naar meubeltjes en zo, maar heel vaak kwam ik ook terug met oude magazines, omdat ik vond dat ze iets hadden. Vele jaren later maakte ik daar dan hoezen mee voor mixtapes, en toen heb ik gemerkt: dit is leuk. Ik doe dit graag. Daarna is dat geëvolueerd. Er was geen masterplan of zo: nu ga ik collagekunstenaar worden. Ik heb wel altijd een voorliefde gehad voor de jaren ‘60-’70 en al wat ze nu vintage noemen."

Wat trekt je precies aan in die periode?

"Het gaat niet zozeer over de periode. Persoonlijk denk ik dat er toen meer ellende was dan nu. We hebben daar een veel te rooskleurig beeld van, alsof het toen allemaal flowerpower en zo was, maar dat was maar ten dele zo. Het gaat mij vooral om de beelden, om de onschuld in die foto’s, de vormgeving, de saturatie van de kleuren... Dat spreekt mij veel meer aan dan hedendaagse magazines. Hetzelfde met die blootbladen die ik verzamel: die hebben iets extra, vind ik. Het zijn ook blootbladen, maar de vrouwen op die oude foto’s stralen meer klasse of kracht uit. Tegenwoordig wordt er niets meer aan de verbeelding overgelaten, maar dat vind ik niet meer interessant. "

"Tegenwoordig zie je ook hoe steeds meer mensen op instagram en dergelijke vintage filters gaan gebruiken, om toch terug wat ziel in het beeld te krijgen. Dat is het verschil volgens mij: in die vroegere foto’s zat een ziel, die je nu toch vaak mist."

Begint de werkdag voor jou dan met door magazines te bladeren?

"Soms wel. De laatste tijd krijg ik heel veel opdrachten. Dan heb ik daar minder tijd voor. Vroeger ging het wel vaak zo. Dan ging ik een nieuwe lading magazines doornemen en legde ik stapels aan met leuk materiaal, zaken waarvan ik dacht: hier kan ik iets mee. Vervolgens sneed ik dat dan uit en begon ik verschillende beelden met elkaar te combineren."

Lukt het altijd om wat je in je hoofd hebt uit te werken?

"Nee. Maar dat is het nu net: eigenlijk kan je geen vooropgezet plan in je hoofd hebben. Het vertrekt altijd vanuit een concreet beeld en dan ga je zien wat er goed mee combineert. In die zin kan je niet voorspellen wat je zal maken."

"Ik catalogiseer ook niet. Ik heb geen schuif vol met bergen of een andere met vrouwen. Wat ik wel heb is een fotografisch geheugen, waardoor ik min of meer weet welke beelden er zoal in mijn atelier voorradig zijn. Maar het grootste deel van de tijd is het echt zoeken naar leuke combinaties, naar het eureka-moment."

Word je daar dan nooit gek van: dat er zo weinig orde in je collectie zit?

"Nee, ik zou misschien teveel voor makkelijke oplossingen gaan, terwijl ik nu vaak word uitgedaagd. Ik wil mezelf ook niet herhalen. Ik kan landschappen met naakte vrouwen blijven maken -die afbeeldingen werken goed en ze zijn best populair- maar da’s niet interessant. Als je de zaken niet in vakjes of hokjes opsluit, word je vaker verrast en ontstaan er nieuwe dingen. Je daagt jezelf uit om nieuwe wegen in te slaan."

Klopt het dat jouw vader ook kunstenaar was?

"Ja, ik ben in een artistiek nest opgegroeid. Mijn moeder was kunstlerares en vader schilderde en maakte beelden. Van kinds af zat ik dus wel in zijn atelier, en nam hij mij vaak mee naar galeries en zo. Zo kwam ik wel veel met kunst in contact."

Was het voor jou dan evident om ook kunstenaar te worden?

"Nee, eigenlijk niet. Ik ben ook nog maar een vijftal jaar bezig. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in kunst, ik heb ook een eigen galerie gehad, maar tot zes jaar geleden had ik nog nooit zelf iets gemaakt. Toen is plots die sluis geopend en ben ik non-stop werken beginnen maken. Ik heb heel lang heel veel gekeken, alles in me opgenomen en dan opeens was het tijd voor de omgekeerde beweging en ging ik zelf werk maken. Sindsdien blijven de ideeën maar komen. Ik denk dat het uiteindelijk wel een zegen is, dat ik er zo laat mee begonnen ben. Er heeft nooit iemand mij gezegd wat goed werk was en wat niet. Ik werd niet in een bepaalde richting geduwd. Ik had dus volledige vrijheid. Ik denk wel dat dat een voordeel is geweest."

Hoe is het dan om je werk over de hele wereld verspreid te zien: je werkte voor Leonard Cohen, Coldplay heeft zich geïnspireerd op je werk, je werkt voor The New Yorker en voor Der Spiegel...

"Soms moet ik mezelf nog eens in de arm knijpen. Als je naar de winkel gaat en daar een album van Cohen ziet met jouw afbeelding op... In sommige winkels hebben ze er een volledige muur mee behangen, tja da’s toch wel machtig (lacht)."

Hoe was het ook alweer gegaan? Je kreeg een mailtje van Adam, de zoon van Leonard Cohen?

"Nee, ik had gezien dat hij mij op instagram volgde. Ik had hem dan een bericht gestuurd, genre ‘merci dat je mij volgt, ik ben een enorme fan van je vader, hopelijk is hij in goede gezondheid, groetjes, Sammy’. Dan heb ik vrijwel meteen een bericht teruggekregen, ‘yes, alles in orde, merci voor je bericht’. Twee dagen later kwam er een mailtje waarin hij zei: ‘we zijn een plaat aan het opnemen. Zie je het zitten om die hoes te ontwerpen?’"

Goede timing!

"Ongelofelijk toch? Ook gek dat hij mij zo blindelings vertrouwde. Hij begon al snel privéfoto’s en video’s door te sturen, terwijl ik hem nog nooit had gezien. Nu, hij had wel door dat ik niet een of andere lunatic was, (lacht) maar toch. Voor alle duidelijkheid: ik jaag dat soort dingen niet na. Ik maak in de eerste plaats gewoon werk. Ik vergelijk het graag met een verslaving. Als een beeld af is, heb je even een heerlijk gevoel, alsof je een adrenaline- of endorfineshot krijgt. Daarna ebt dat weer weg en moet je weer naar je volgende shot, moet je weer nieuw werk gaan maken. ik denk dat heel veel creatieve mensen dat gevoel kennen. Er zullen er weinigen zijn die na een goed werk achterover leunen omdat ze nu klaar zijn. Als je echt gepassioneerd bent door wat je doet, gaat die zoektocht altijd maar verder."

Wat is een goed beeld? Moet een werk bijvoorbeeld ook ergens over gaan?

"Da’s altijd leuk natuurlijk. Als het enkel een mooi prentje is, is dat ook goed, maar als je er een dubbele laagof wat satire of humor kan insteken, als je de mensen een spiegel kan voorhouden, dan is het dubbel geslaagd. Dat lukt niet altijd. Het blijft een zoektocht om die verschillende lagen erin te krijgen. Ik maak ook niet de meest complexe collages. Meestal gaat het om een combinatie van twee à drie beelden. Maar als je daarmee een snaar kan raken…"

Hoe belangrijk is humor voor jou?

"Humor is belangrijk. Al zeg ik nooit op voorhand: nu ga ik eens een grappig werk maken. Ik heb gewoon een open geest, die heel associatief werkt. Dat is denk ik ook de basis van humor. Je legt verbanden die er op het eerste zicht niet zijn. Door ze dan samen te zetten, creëer je een absurde situatie die grappig blijkt te zijn. Humor in kunst is eigenlijk not done. Er zijn er weinigen die zich eraan wagen. De meesten willen hun sérieux bewaren. Maar ik lig daar niet wakker van. Collages zijn altijd al absurd geweest. Kijk naar de dadaïsten. Het is eigen aan het medium om zaken uit hun context te halen."

Is het goed als we even naar je werktafel gaan?

"Vandaag ligt de tafel vol knipsels. Ik wil voor het binnenwerk van het boek iets maken waar je naar kan blijven kijken. Een explosie van beelden. Hier zit met andere woorden totaal geen stramien in."

Doe je dat bewust, chaos creëren in de hoop dat er iets gebeurt?

"Ik denk het wel. Als ik hier sta, werk ik in een soort stream of consciousness. Ik knip iets uit en begin dan na te denken. Wat zou daarbij passen? Het gaat vaak om een vorm van actie die in een beeld zit, mensen kijken bijvoorbeeld naar iets en dan stel je je de vraag: waarnaar zijn ze aan het kijken? Vaak speel ik ook met proporties. Neem nu zo’n bergbeklimmer. Dit touw heb ik met een pennetje getekend, omdat dat niet uit te knippen viel. Het zijn maar twee beelden, maar het werkt. Ik werk graag met vrouwen. Meestal is de vrouw dan heel groot afgebeeld, en de man klein."

Dit is ook een mooi beeld.

"Ja, dat ziet er nu heel gemakkelijk uit, maar je moet wel eerst driehonderd verschillende luchten uitproberen. Het moet uiteindelijk één beeld worden. Als je blijft zien dat het twee verschillende beelden zijn, dan is het niet goed. Sommige dingen blijven lang liggen, dan blijf ik zoeken naar de goede combinatie. Soms gaat het zeer vlug, dan kan het op een half uur klaar zijn. Het duurt zolang als het duurt. (neemt een ander werk vast) Dit werk heet The day before the summit (lacht). Ik probeer ook wel na te denken over de titels. Ze voegen toch iets toe. Ze maken het af."

Hier bewaar je een aantal van je magazines.

"Ik koop gewoon alles wat ik leuk vind. Ik kan daarin blijven bladeren. De ene dag haal je er bepaalde foto’s uit, maar de volgende dag ben je misschien in een ander gemoed en dan kan het zijn dat je er heel andere dingen uithaalt."

"(toont bovenstaande foto’s) Een paar weken geleden ben ik naar New York geweest. Daar heb ik veel oude antiekwinkels bezocht. In één van die winkels heb ik deze foto’s gevonden. Er lag daar een gigantische stapel, maar ik ben er zelfs niet helemaal kunnen doorgaan. Ik heb een uur of twee aan een stuk foto’s zitten selecteren, deze wel deze niet. Ik heb alles meegenomen waarvan ik dacht dat er potentieel in zat. Maar eigenlijk kon ik daar nog twee dagen blijven staan."

Ga je dan op zoek naar foto’s die je op een of andere manier aanspreken of triggeren?

"Ja, als je de persoon op de foto kent, dan ken je ook meteen heel de achtergrond. Maar bij dit soort ‘gevonden’ vakantiefoto’s en familiefoto’s moet je er het verhaal bij gaan verzinnen. Je verbeelding schiet in gang. Bijvoorbeeld deze meneer, die in de struiken staat (links op de stapel). Ik heb hem drie of vier keer teruggevonden tussen een berg van 5000 foto’s. Hij poseert nogal graag bij struiken. Misschien was hij botanist of zo (lacht)? Wel geestig."

Gaat dat zien!

  • Surreality Check’ van Sammy Slabbinck verschijnt in juni bij uitgeverij Lannoo.
VRTNU VRTNU VRTNU