Spring naar inhoud

In het atelier van Brecht Evens


Brecht Evens, zowat ‘s lands meest getalenteerde striptekenaar, zit momenteel in Wenen om in alle rust zijn nieuwste graphic novel, met als voorlopige titel De beste van alle werelden, af te werken. 3 jaar is hij er nu aan bezig en hij kan een bescheiden deux-chevaux vullen met alle schetsen, storyboards en ander materiaal dat hij in de loop van het werkproces heeft verzameld. In juni kan je in het Brusselse Mima gaan kijken naar de bergen werk die hij verzet heeft, alsook naar de afgewerkte prenten. Wij kregen al een preview en konden met Vlaanderens getalenteerdste striptekenaar praten over het boek en zijn métier. “Niks zo fijn als even nerdy te kunnen lullen.”

Wat kan je vertellen over het nieuwe boek?

"De werktitel is De beste van alle werelden, de Engelse titel wordt The city of Belgium. Het is een echt stadsboek, met 3 protagonisten en veel figuranten. Alles speelt zich af op één nacht, in 3 verschillende tochten, die lichtjes met elkaar vervlochten zijn."

"De opzet is gelijkaardig aan Ergens waar je niet wil zijn, mijn zogenaamde doorbraakboek. Het gaat ook over de stad en over uitgaan. Maar dat boek maakte ik helemaal in het begin van mijn twenties en laten we zeggen dat ik nu de deur van mijn twintiger jaren afsluit. Mijn vorige boek Panter was een vrij conceptueel boek met maar twee personages, een huis clos, waarin alles heel strak georchestreerd is en van de weeromstuit had ik nu weer zin in een boek waarin ik alles wat ik hoor en zie kon steken."

Ga je dan letterlijk veel wandelen op zoek naar materiaal?

"Ja. Op terrasjes zitten, voorbijgangers schetsen, notitieboekjes die zich opvullen met een hoop verschillende dingen, tot er zaken meer in het oog beginnen springen, tot verschillende anekdotes en herinneringen beginnen samenklikken en een verhaal suggereren. Maar dat gebeurt allemaal heel geleidelijk aan, organisch."

Het zijn veel talenten in één: scenario’s schrijven, tekeningen maken, decors en kostuums ontwerpen… zijn er zaken die jou makkelijker afgaan dan andere?

"Mijn idee daarover is dat een boek van één hand zou moeten zijn. Dat het tekenen en schrijven in één beweging zouden moeten gebeuren. Als ik strips zie waarbij één iemand het verhaal heeft geschreven en iemand anders er tekeningen bij maakte, krijg ik heel snel een gevoel van illustratie. Dat ze naast elkaar werken. Zodat je op beide vlakken misschien wel wat verliest."

Voor de expo in het Mima heb je al je schetsen en storyboards, zelfs to do-lijstjes bijgehouden. Waarom kies je ervoor om dat te delen?

"Misschien uit een soort studentikoze neiging om te tonen dat ik mijn huiswerk heb gedaan of zo. Maar vooral omdat ik denk dat ikzelf als student, en nu nog altijd, graag zo’n werkproces zou hebben kunnen bestuderen. Ik herinner me dat ik als klein ventje naar een expo van Lorenzo Mattotti ging, waar behalve tekeningen ook een video te zien was waarop je hem aan het werk kon zien. Diezelfde namiddag ben ik pastelkleurpotloden gaan halen om te proberen tekenen als Mattotti. Dat had op mij een enorme impact om iemand aan het werk te zien, een grotere invloed dan wanneer ik enkel de tekeningen zou zien. Ik moet zeggen: het voelt wel lichtjes naakt om het te doen, zeker omdat het boek nog niet af is."

Is je manier van werken veel geëvolueerd door de jaren?

"Ik ga nu veel methodischer te werk dan vroeger. Al weet ik nog niet of dat positief is of niet. Het grote verschil is dat ik ervoor zorg dat ik de hele tijd veel overzicht heb. Ik heb vroeger nooit begrepen hoe ik dat precies moest doen. Ik deed allerlei dingen die niet echt werkten zoals alles tegen de muur hangen, alsof het ging om een politieonderzoek. Nu zeul ik voortdurend met een verzamelmap, zodat ik altijd opnieuw mijn strip kan lezen, voor zover er al stukken af zijn. In plaats van een uitgewerkte scène van tien pagina’s staan er dan een paar notities op een A4’tje, maar het zit wel al in volgorde en als ik daar doorheen blader zie ik fouten, zaken die ik nog moet toevoegen etc. Op die manier doorkam ik dat boek heel vaak en houd ik het overzicht."

Laten we eens in de schetsen duiken. Hier zien we een foto die als inspiratie diende voor de uiteindelijke prent daarnaast.

"Ja, die foto is van het Triadische ballet. Heel mooi vind ik dat. Ik zoek mijn inspiratie overal, op zoek naar specifieke oplossingen om iets in beeld te zetten. Ik probeer zoveel mogelijk de mechanismen te achterhalen. Soms hindert mij dat zelfs, naar een tentoonstelling gaan is bijvoorbeeld een beetje als naar een supermarkt gaan voor mij. Dan ga ik shoppen."

Ook deze prent heeft je geïnspireerd.

"Ja, dat is een Haïtiaanse prent. Ik heb hier de inspiratie gehaald voor het kostuum van een personage. We zien hier Baron Samedi, een figuur uit de voodoo. In voodoo worden godheden door bepaalde excentrieke figuren geïncarneerd en baron Samedi symboliseert de dood. Soit, de naam baron Samedi alleen al wil je toch koste wat kost integreren in je boek als je de kans hebt? Het is nu de bijnaam van een van de protagonisten geworden."

Wat zien we hier?

"Dit is één van de eerste pagina’s die ik tekende. Ik ga die vermoedelijk opnieuw tekenen. Hoe langer je met zo’n project bezig bent, hoe beter je je personages leert kennen en hoe meer je hun bewegingen onder de knie krijgt. In deze eerste pagina’s bewegen ze nog wat stijfjes."

"Ik kende dit personage zijn innerlijk leven toen nog minder dan ik het nu ken. De personages worden doorgaans charismatischer naargelang een project vordert."

Hier zien we een zwart-witte kopie van een afgewerkte tekening, waar je een raster over hebt getekend. Waarom heb je dat gedaan?

"Dit is één van de eerste keren dat we het restaurant zien. Veel scènes spelen zich daar af. Blijkbaar heb ik daar dan later een raster overheen getekend, zodat ik goed zou weten waar alles ongeveer staat. Handig voor wanneer ik andere scènes in het restaurant ga tekenen. Ik noem dat een Hergéke doen. Hergé was redelijk perfectionistisch. Als hij één keer iets had getekend, dan moest dat daarna altijd precies hetzelfde zijn. Een vorm van perfectionisme, dat voor de lezer niet zichtbaar is, maar vermoedelijk onbewust wél waargenomen wordt. Ik heb onlangs een interview gelezen met Umberto Eco, die het had over zijn boek In de naam van de roos. Blijkbaar had hij een heuse plattegrond gemaakt van het klooster waar het verhaal zich afspeelt. Als lezer krijg je dat kasteel nergens te zien, maar het is wel relevant om de zaken zo realistisch mogelijk te laten zijn. Zo weet Eco dat wanneer zijn personages door een bepaalde gang lopen, dat hun dialoog niet langer kan duren dan de gang lang is. Daar haalde Eco plezier uit, of het inspireerde hem en leidde hem naar onvoorziene ideeën. Toen ze het boek verfilmden, kreeg hij felicitaties van de regisseur dat zijn boek superverfilmbaar was."

Op deze pagina’s heb je een schip geschetst.

"Die pagina is intussen afgewerkt. Dit heb ik goed gedocumenteerd. Het is een soort mengeling tussen een Mississippi-rivierboot en een antiek Egyptisch schip. In het verhaal moet het net een soort luchtspiegeling zijn. Ik amuseer me geweldig met zoiets. Het is heel fijn om die dingen te ontwerpen. Kies ik voor een drakenkop of toch voor een antilopenkop? Het voegt lagen en rijkdom toe. Dit boek heeft baat bij exuberantie, dus hou ik mij echt niet in."

Wat zien we hier?

"Dat is iets uit de begindagen. Het zijn gezichtsontwerpen. Er is een rode protagonist, een blauwe en een gele. Ik heb voor primaire kleuren gekozen vanwege de herkenbaarheid. Ik heb het eerder al meegemaakt dat ik een personage verzonnen had, maar een half jaar later zeg je dan, fuck, had ik die maar iets manipuleerbaarder of grafisch herkenbaarder gemaakt. Een van de protagonisten heeft bijvoorbeeld een camouflageprint op zijn jas. Altijd herkenbaar. Als je je personages herkenbaar en flexibel genoeg ontwerpt, ga je daar later je voordeel mee doen."

Ter afwisseling eens een pagina met tekst.

"Da’s een hele oude nota voor een scène met een personage dat intussen Rodolphe heet, maar in het begin Exa heette, wat stond voor ex-arrogant. Wanneer we die leren kennen, is er namelijk een vriendin die hem zegt: “Nu je je slecht voelt, ben je veel aangenamer. Want daarvoor was je echt arrogant.” Vandaar de afkorting ex-arrogant. (lacht) Die gekleurde bolletjes signaleren voor mij welke teksten voor welk personage zijn. Een kleine vorm van maniakaal gedrag. Soms spendeer ik een half uur aan iets waarvan ik denk dat het mij later seconden gaat besparen. Kees van Kooten noemde dat ‘de tussentijd’. Tijd waarin je aan het lummelen bent, een semi-onnodig prullen aan je project, wat ervoor zorgt dat je zonder stress nadenkt over de dingen, je bent gewoon papier aan het snijden of dingen aan het meten. Een hele hoop tussentijd al gespendeerd aan dit boek (lacht)."

Op het eind hou je dit soort pagina’s over, met bovenaan de (bijna) afgewerkte pagina’s en onderaan de tekst die nog gezet moet worden.

"Ja, soms moet er nog iets hertekend of geretoucheerd worden. Ik werk met materialen op waterbasis, en daar valt weinig op aan te passen. Maar er zit ook een zekere schoonheid in zien dat er iets gecorrigeerd is.Vaak zet ik mijn personages eerst nogal vlekkerig en spontaan op de pagina, nog niet in hun uiteindelijke houding, en doordat je die eerste schetsen blijft zien, voegt dat een soort onvoorziene beweging toe aan de personages, een geestversie van zichzelf."

Tot slot, wat zien we hier?

"Hier zie je een poging van mij om in te schatten hoe ver ik gevorderd ben en hoe ver ik nog moet gaan. Een soort psychologisch anker. Het is vooral een poging om in kaart te brengen hoe ver ik sta. In het begin van een werkdag ga ik daar lang naar staren. Ik veronderstel dat echt niet weten waar je aan toe bent, stresserender zou zijn. Ik heb nu nog zo'n derde van de pagina's te tekenen. Gelukkig doe ik het allemaal even graag, want het is een werk van lange adem."

Gaat dat zien

  • Van 23 juni tot 31 december loopt in het Brusselse Mima de expo 'Art is comic' , met onder andere werk van Brecht Evens en Brecht Vandenbroucke
VRTNU VRTNU VRTNU