Spring naar inhoud

Hendryckx kiest Hendryckx


Baguettes en brie, liberté en variété: Annemie Struyf is niet de enige die verzot is op Frankrijk. Ook fotograaf Michiel Hendryckx beschouwt het als zijn tweede vaderland en toont dat in een nieuwe tentoonstelling en boek over “Het verlangen naar Frankrijk”. Voor ons koos Hendryckx vijf onvergetelijke foto’s uit zijn onmetelijke archief.

"Wat ik goed vind aan deze foto is dat het een portret is, zonder dat er iemand poseert. Dit is Arno ten voeten uit, zoals hij was toen hij jong was: een mooie man, een enorme womanizer, en als je kijkt naar hoe hij zijn hand houdt, is het bijna alsof je hem hoort stotteren. Ik heb normaal een hekel aan mannen die witte sokken dragen, maar omdat Arno nu eenmaal Arno is komt hij zelfs daar mee weg. Het jaar is 1984, de locatie Parijs. In een ultieme poging TC Matic internationaal op de kaart te zetten had de platenfirma journalisten uit de hele wereld laten overvliegen voor een optreden in de Folies Bergère. Deze foto is genomen na het optreden. Arno is net uit de douche en smijt zich in de afterparty – ik denk niet dat hij die hele avond ook maar één woord gewisseld heeft met een journalist (lacht). De lichaamstaal van die vrouw is erg mooi: het is nog aftasten tussen hen, maar je ziet dat ze snel op kruissnelheid zal komen. Het is pas de dag erna, toen ik de foto ontwikkelde in mijn donkere kamer in Gent, dat de tweede vrouw, rechts van Arno me opviel. Ze draagt een masker, hoewel het absoluut geen gemaskerd bal was. Had ze na een ongeval een beschadigd gezicht? Ze deed in elk geval teken naar mij dat ze niet op de foto wilde – zo zie ik dat nu, maar ik had het die avond zelf niet opgemerkt."

"Ik heb iets met olifanten. Je weet dat olifanten de enige zoogdieren zijn die echt kunnen wenen? Dat wordt toch gezegd. Ik kijk graag naar olifanten en ik val voor hun stille kracht. Mensen weten dat en dus krijg ik af en toe een olifant cadeau. Zoals deze chocolade olifant. Je ziet mijn toenmalige vriendin, in onze woonkamer, met het winterse zonlicht dat binnenvalt. Deze foto was pure improvisatie. Er zit natuurlijk een knipoog naar fellatio in, als ik dat mag zeggen. Maar mij spreekt vooral de poëzie aan van die olifant die op haar afstapt, zie je dat?"

"Van deze foto is ooit een postkaart gemaakt, het is een beeld dat veel mensen raakt blijkbaar. Luk Perceval heeft die kaart jaren als bladwijzer gebruikt, weet ik toevallig. Ik ben nog altijd goed bevriend met de vrouw op de foto. Ik vind het een heel lieflijk en toch ook erg sensueel beeld."

"Dit is een foto uit mijn beginjaren als persfotograaf bij De Gentenaar. Je ziet een olifant van het fameuze Duitse circus Kröne, dat uitzonderlijk in België optrad. Zij reisden niet met vrachtwagens, maar met de trein – zoals in de film Dumbo. Wat ik spannend vind aan dit beeld is dat het niet alles onmiddellijk prijsgeeft. Je moet je verbeelding laten werken. Eerst zie je alleen oog en slurf van dat beest, opgesloten in die blikken doos van een treinwagon. Dan begrijp je dat je in feite naar een portret van moeder en kind kijkt, want er zijn twee slurven in beeld. Het is pas als je langer kijkt dat je zelf die kleinere slurf opmerkt, en die trouvaille wekt toch een soort van emotie op, vind ik."

"Zie je dat zwarte randje om de foto? Dat is het negatiefrandje. Ik herkadreer mijn foto’s nooit. Wat je hier ziet is wat ik daar, toen, ter plekke, geschoten heb. Zo hoort het. Je moet de foto on the spot maken, niet in de donkere kamer of in Photoshop. Daarom kan je na een reportage zo intens moe zijn, omdat je zo geconcentreerd werkt. Als ik vroeger tandpijn had, en ik moest fotograferen, dan was mijn tandpijn onmiddellijk weg. Dat had louter en alleen te maken met die enorme concentratie die je moet opbrengen. Versta me niet verkeerd: ik vind de digitale fotografie een geweldige uitvinding en maak daar zelf gebruik van - alleen al op ecologisch vlak is het onzin om nostalgisch te zijn naar vroeger. Ik ben dus dolgelukkig dat ik die evolutie nog heb mogen meemaken. Maar ik ken collega’s die in zo’n situatie – en ik overdrijf niet – zodanig veel op de knop drukken dat ze, als ze thuiskomen, moeten kiezen uit zeshonderd foto’s. Dan ben ik blij dat ik nog heb leren fotograferen met pellicule. Ik fotografeer heel weinig. Maar ik heb wat ik moet hebben. Het draait voor mij nog altijd om wat Cartier-Bresson “le moment décisif” noemde: het moment dat alles samenvat."

"Ik ben iemand die ontzettend graag reist, en die zeer veel onderweg is. Ik wijs mijn vrouw vaak op zaken die ik in het landschap zie: “kijk eens hoe mooi!”. Maar ik rijd er wel gewoon voorbij, ik voel niet altijd die behoefte om dat vast te leggen. Nu, zij kent me ondertussen en weet dat de kans groot is dat ik een half uur later, als we ergens koffie zitten te drinken, zeg: “Shit, godverdomme, dat had ik moeten fotograferen!”. Toen ik haar op deze wolk wees, zei ze onmiddellijk: “Michiel, nu ga je stoppen!”. Ik gehoorzaam dan, want ik ben een lieve jongen. Ik ben haar daar vandaag nog altijd dankbaar voor, want ik hou echt van deze foto – en veel mensen met mij, ik heb er al vaak afdrukken van verkocht. Het is een romantisch beeld, waar haast iets religieus in zit: alsof je ergens naartoe rijdt, waar het beter is. Maar misschien moet je er niet teveel achter zoeken. Ik ben gewoon graag onderweg."

"Dit is één van de laatste foto’s die ik gemaakt heb voor De Standaard, en ik vind het ook één van de beste foto’s die ik gemaakt heb. Zoiets op het einde van je carrière nog kunnen maken, dat doet deugd. Hij hoorde bij een artikel over religie in België. Deze Antwerpse pastoor haalde stampvolle diensten met heel traditionele missen, nog in het Latijn. Ik had gevraagd of ik er bij mocht zijn in de sacristie op het moment dat hij zich klaarmaakt voor de mis. Kijk naar de manier waarop hij zijn handen houdt om die cape aan te nemen, naar de koster die je maar half ziet, en dan die leren handschoenen op de voorgrond die mee het klimaat van de foto bepalen… Ik heb die handschoenen daar niet gelegd, ik heb niks veranderd. Een persfotograaf moet een observerende buitenstaander zijn. Als je begint de wereld te verbouwen, waar is de journalistiek dan nog? Zie je dat zakje naast zijn stola hangen? Dat is zijn versterker, het microotje heeft hij in zijn hand. Dat is de moderniteit binnen die heel traditionele sfeer. Ik wist op het moment dat ik afdrukte dat ik mijn beeld had. En niet door op de rug van mijn camera te kijken. Nee, je weet dat gewoon. Als ik op zo’n moment afdruk, dan krijg ik, om het eens grof te zeggen, bijna een erectie van pure opwinding. Deze foto is een perfecte synthese van wie die man is."

Gaat dat zien!

De tentoonstelling “Het verlangen naar Frankrijk” loopt van 22 maart tot 11 juni in de Gentse Sint-Baafsabdij.

VRTNU VRTNU VRTNU