Spring naar inhoud

Maria van Antwerpen, transgender uit de 18de eeuw

Maria van Antwerpen - © canvas / Koen De Vos
geschreven op 11 mei 2018

Transgender, travestie, MVX. Tegenwoordig is het thema wel vaker in de media: denk aan Bo Van Spilbeeck of Petra De Sutter… Maar reeds in de 18de eeuw leefde ene Maria van Antwerpen jarenlang als man. Hij/zij trad in dienst als soldaat, was gehuwd en liet zichzelf als vader registreren bij de doop van zijn/haar kind tot de ontmaskering en veroordeling in 1769.

Ontdek het wonderlijke levensverhaal van Maria van Antwerpen, transgender uit de 18de eeuw.

Adriaen Van de Venne: Dansend Koppel (ca. 1625), de man draagt een vrouwensluier, de vrouw een mannenvest

Travestie, transgender in de geschiedenis

Wie kent niet het aloude kinderliedje: "Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen als lichtmatroos…" Waarschijnlijk heb je er nooit bij stilgestaan, maar eigenlijk is dit een lied over een transgender: een vrouw die haar sekse en de daaruit voortvloeiende rol niet accepteert en zich als man voordoet. Wij hebben misschien de indruk dat transgenders een recent fenomeen zijn, maar de geschiedenis kent tal van zulke verhalen. Alleen al in de Nederlanden vinden historici vanaf de late 16de eeuw 120 gevallen van vrouwen die als man door het leven gingen. En dat zijn dan de 'betrapte' gevallen. Transgenders die nooit ontmaskerd werden, zijn uiteraard niet gekend en naar hun aantal hebben we het raden.

Judith Leyster: Vrolijk Gezelschap (1629), voorstelling van feestvierders, drie vrouwen in mannenkleren

Travestie of het zich verkleden in de kledij van een ander geslacht was niet uitzonderlijk in vroegere tijden. Soms was het speels bedoeld zoals met Carnaval of op toneel, waar mannelijke acteurs vaak de rol van vrouw op zich namen.

Vrouwen verkleedden zich als man tijdens een reis als veiligheidsmaatregel. Een alleenreizende vrouw was immers een makkelijke prooi voor rovers en andere onverlaten. Een mannenbroek was op reis ook een stuk praktischer dan wijde rokken en lange kleren.

Transgender gaat natuurlijk een stap verder: het is niet alleen een 'verkleedpartij', maar een volledig overnemen van én zich inleven in het andere geslacht. De redenen kunnen verschillend zijn, écht transgenderisme waarbij een persoon zich a.h.w. gevangen voelt in het lichaam van een andere sekse, maar in de 17de en 18de eeuw is het vaak de enige manier waarop een vrouw een bepaald beroep kon uitoefenen, niet zelden om te ontsnappen aan ellende, armoede en misbruik. Misschien had een vrouw die zich bij een reis tijdelijk als man had verkleed, gemerkt dat het leven als man meer kansen bood.

Om deze redenen en misschien gewoon uit op avontuur namen deze vrouwen soms dienst als soldaat of lieten zich inschepen als matroos (denk aan het kinderliedje!) bij de Verenigde Oostindische Compagnie. Er zijn enkele zeldzame gevallen bekend van vrouwen die een mannenambacht uitoefenden (stalknecht, schoenmaker, steenhouwer…) en op die manier een gewoon bestaan opbouwden.

Jean-Aug.-Dom. Ingres: Jeanne d'Arc (1854)

Vreemd genoeg werd Jeanne d’Arc, die zich toch ook als man verkleedde en als soldaat in de oorlog streed, als een heilige beschouwd. Maar over ’t algemeen deden vrouwen dit in het geniep. Soms werd pas na hun dood vastgesteld dat het om een verklede vrouw ging. Een aanzienlijk aantal had geen vast beroep en leefde aan de zelfkant van de maatschappij: denk aan prostituées, zakkenrollers, dieven, zwervers…

Maria, Jan of Machiel...

Wij bekijken het merkwaardige leven van Maria van Antwerpen, één van de best gedocumenteerde verhalen over een transgender. Er bestaan geen portretten van Maria van Antwerpen, wel een gedeeltelijke biografie 'De Bredasche Heldinne' (1751), processtukken (1769) en liederen.

De Bredasche Heldinne, titelpagina's van de biografie van Maria van Antwerpen (1751)

Het is 23 februari van het jaar 1769. We zijn in de Hollandse stad Gouda waar op de rechtbank een opmerkelijk proces plaats vindt tegen een vrouw 'wegens zeer groove en hooggaande falsiteiten' en 'het bespotten van de goddelyke en menschelyke wetten'. Deze vrouw met de naam Maria van Antwerpen had het meest fundamentele onderscheid dat de maatschappij maakt, namelijk dat tussen man en vrouw, genegeerd. Hoe was het zo ver gekomen?

Maria van Antwerpen wordt geboren in 1719 in de Brabantse stad Breda in een katholiek gezin, dat aanvankelijk bemiddeld was, maar na enkele jaren tot armoede vervalt. Op jonge leeftijd wordt Maria uitbesteed bij een tante, waar ze 'geen hondeleven had, veel min een kinds leven'.

Na de dood van haar beide ouders in 1731-32 gaat ze werken als dienstmeid bij rijke burgers in Breda. Ze is dan 13 jaar oud. Omwille van haar 'dragonderagtige maniere' grapt één van haar werkgevers dat ze beter 'een Soldate kleed' zou kunnen dragen. Later zal Maria van 'syne raedgevinge... goed gebruyk' maken.

In 1743 treedt ze in het huwelijk met een zekere Ot Walsteijn. Vreemd genoeg liegt ze bij de burgerlijke stand van Beesd, de gemeente in Gelderland waar het huwelijk wordt voltrokken, over haar afkomst. Waarom? Leeft ze in onmin met haar Bredase familie of haar vroegere werkgevers en wil ze liever niet dat dezen iets te weten komen over haar huwelijk en haar nieuwe woonplaats?

Hannah Snell (ca. 1750), Engelse transgender-vrouw die als soldaat diende

Wat er ook van zij, in de winter van het jaar 1746 besluit ze voor het eerst zich als man te verkleden. Ze is haar werk als dienstbode kwijt geraakt en haar huwelijk zal niet veel voorgesteld hebben, want ze trekt naar de garnizoensplaats Grave aan de Maas. Ze vermomt zich als kleermaker en biedt ze zich aan als soldaat onder de naam Johannes of Jan van Ant, geboren in Arnhem, leeftijd 16 jaar, hoewel Maria dan al 28 is. Zonder enig probleem wordt ze in dienst genomen en vanaf dan leeft ze als man.

Zy kwam als een peerel voor den Capityn, nooyt schoonderen keerel dacht hem daer te zyn.

Uit 'Een vermaekelyk Liedeken', ca. 1751

Maria van Antwerpen vertelt in haar memoires dat ze fysiek 'buitengewoon kloek' was en dus makkelijk als man kon doorgaan: 'Ick bespeurde dat ik geen lelyke Jongen was'. Ze ziet haar 'wonderlyke en kloekmoedige metamorphoseering' als een 'hemelse voorziening'. Het soldatenleven bevalt haar wel, al heeft Jan wel eens problemen met 'syne sedigheid' in contrast met de andere soldaten die naar 'de Meysjens van vermaek' gaan.

Op 21 augustus 1748 huwt ze in de gereformeerde kerk te Coevorden met Johanna Kramers, dochter van een sergeant. Als getrouwd koppel kunnen ze in een apart huis gaan wonen. Daardoor ontsnapt Maria/Jan aan het gemeenschappelijk kazerneleven waar de soldaten samenhokken zonder veel privacy en dus meer kans op ontmaskering. Naast zijn job in het leger werkt Jan ook als kleermaker. Zijn echtgenote Johanna werkt als wasvrouw en kinderoppas voor de kinderen van officieren. Financieel gaat het hen voor de wind. Jan vervult zijn rol van pijprokende huisvader perfect.

Haar echtgenote zou volgens de procesverslagen nooit gemerkt hebben dat haar 'Jan' eigenlijk een vrouw was. Jan probeert seksueel contact te vermijden: 'Wanneer sy my streelen wilde, was ik knorrig.' Maar kan hij dat volhouden of gebruikt Jan een valse penis? In gelijkaardige transgender-verhalen uit die tijd wordt wel eens gesproken over zo’n 'lederen apparaat' of een 'hoorn om door te pissen'.

Geertruid ter Brugge (1710), ook bekend als La Dragonne, een andere Hollandse transgender-soldaat

In 1751 wordt haar legeronderdeel overgeplaatst naar haar vroegere woonplaats Breda en daar loopt het mis: ze wordt er herkend door de dochter van een vroegere werkgever, bij wie ze ooit als meid in dienst was geweest. 'Op een namiddag dat de Compagnie in ’t afmarcheren naar de Exercitie plaats voor by dat Huys quam… kreeg een der Dogters van dat Huysgesin my in 't oog... Sy wees my met handen en voeten aan.'

Op Hemelvaartsdag 1751 wordt soldaat Jan 'gevisiteerd', d.w.z lichamelijk onderzocht en 'bevonden voor het geen ik was, namentlyk van Maria van Antwerpen van onderen tot boven te syn.' De krijgsraad veroordeelt haar omdat ze 'op een schandelyke en verfoeyelyke wyze' de wereld heeft bedrogen 'door een zoo verre gaande en onnatuurlyke verandering'. Maria wordt levenslang verbannen uit de stad Breda, de Generaliteitslanden (Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) en alle andere garnizoenssteden.

In de daarop volgende jaren zwerft Maria – als vrouw – van de ene stad naar de andere. Eerst verblijft ze in Gouda, waar een van haar broers woont. Ze komt er aan de kost als naaister. Nadien verhuist ze voor enkele jaren naar Rotterdam waar ze samenwoont met een jong meisje Jansje van Oyen. Zijn ze een lesbisch koppel? Vermoedelijk wel, maar twee samenwonende vrouwen worden blijkbaar niet als verdacht of verontrustend beschouwd. In het latere proces stelt het gerecht hierover amper vragen en laat men deze zaak rusten.

In 1761 is Maria terug in Gouda en daar leert ze Cornelia Swartenberg kennen. Cornelia is zwanger, maar ongehuwd. Mogelijk is zij een prostituée. De twee vrouwen worden geliefden. Cornelia kent blijkbaar Maria’s verleden en zij haalt Maria over om opnieuw als man door het leven te gaan. Maria noemt zich voortaan Maggiel of Machiel van Handtwerpen en het koppel trouwt op 9 augustus 1762 in Zwolle.

Hollandse soldaat (ca. 1750), wellicht droeg Maria/Machiel een gelijkaardig uniform

Om aan de kost te komen doet Machiel wederom dienst in het leger, echter maar voor een korte periode. De zwangerschap van Cornelia eindigt met een doodgeboorte, maar in de volgende jaren wordt Cornelia nog tweemaal zwanger, dus buiten haar huwelijk met Maria/Machiel moet ze relaties met mannen hebben. Enkel de laatste zwangerschap wordt voldragen en er wordt een zoontje geboren.

Voorgevel van De Posthoorn, een katholieke schuilkerk in Amsterdam

Intussen woont het gezin in Amsterdam, waar Machiel eerst als kleermaker en handelaar werkt. Het zoontje wordt Willibrordus gedoopt in de katholieke Posthoornkerk van Amsterdam. Machiel wordt geregistreerd als vader. Als peter en meter fungeren een broer van Maria/Machiel en diens vrouw. Die familieleden zijn dus zeker op de hoogte van Maria’s transformatie. De kleine Willibrordus zal zes weken later overlijden.

In 1764 neemt Machiel voor de derde maal dienst als soldaat, nu in het garnizoen van de stad Amsterdam, maar Machiel is een ruziemaker, reden waarom hij in 1768 uit het leger wordt ontslagen. Het jaar daarop begaat Maria/Machiel de fout door een bezoek te brengen aan Gouda, waar ze jarenlang als vrouw had gewoond. In een herberg wordt ze herkend en de schout wordt erbij gehaald. Maria wordt opgepakt, maar Cornelia weet te ontsnappen naar Amsterdam.

Stadhuis van Gouda, waar ook de schepenbank was gevestigd

Tijdens de maand februari 1769 volgt een uitvoerig proces op de schepenbank in Gouda en voor de tweede maal wordt Maria van Antwerpen veroordeeld tot verbanning uit Holland en Friesland. Deze processtukken zijn bewaard gebleven. Maria geeft als één van de redenen voor haar transformatie op dat ze niet wou eindigen in de prostitutie en zich daarom als man ging verkleden. Als een soort verantwoording voor haar daden refereert Maria ook naar andere gevallen van vrouwen die zich als mannen hadden voorgedaan, o.m. ene Elisabeth Someruell ofte Lys Sint Mourel die onder stadhouder Willem III van Oranje zou gediend hebben en in Breda woonde. Maria kende dit verhaal.

Maar misschien het belangrijkste uit alle procesverslagen is deze passage, genoteerd op 1 februari 1769 door de schepenen van Gouda. Op de vraag of de gevangene een mans- of vrouwspersoon is, antwoordt Maria: 'In de natuur een manspersoon, maar uiterlijk een vrouwspersoon.' Dit wijst op meer dan travestie, het is zowat de definitie van wat we vandaag als transgender bestempelen.

Kleine Markendaalse Kerk in Breda (prent 1729), nu gesloopt

In 1769 wordt ze uit Gouda gezet. Haar geliefde Cornelia duikt weer op in Gouda en later in Turnhout in de Zuidelijke Nederlanden. Wat er verder met haar gebeurt, is onbekend. Van Maria van Antwerpen weten we alleen dat zij uiteindelijk weer in haar geboortestad Breda terecht komt, waar ze rond 15 januari 1781 overlijdt op 62-jarige leeftijd. De begrafenis in de Kleine Markendaalse Kerk in Breda gebeurt 'pro deo', wat er wellicht op wijst dat Maria in armoede is gestorven.


Dank

Met dank aan Rudolf Dekker, co-auteur van Vrouwen in mannenkleren en redacteur van de uitgave van De Bredasche Heldinne.

VRTNU VRTNU VRTNU