Spring naar inhoud

La Bellone, het verborgen paleis

La Bellone, het verborgen paleis - © canvas / Koen De Vos
geschreven op 27 juni 2019

Veel anoniemer kan een straatgevel niet zijn dan die van het Bellonahuis aan de Vlaamse steenweg in Brussel. Menig wandelaar kan er honderden keren voorbij lopen zonder zich ooit één keer af te vragen wat er zich achter die grijze poort bevindt. Maar dat is buiten de waard gerekend van Canvas Curiosa.

Ontdek het verborgen paleis van La Bellone.

De Vlaamse steenweg in hartje Brussel is niet bepaald de meest aantrekkelijke straat van onze hoofdstad, een smalle kasseiweg die van de Oude Graanmarkt westwaarts afbuigt naar de kleine ring. Een buurtcafé en een pizzeria, een wassalon en een parkeergarage, een winkel van trouwjurken met de ambitieuze naam 'Au Louvre' en heel veel leegstaande panden. Onnodig om te zeggen dat het hier niet wemelt van toeristen.

La Bellone, straatgevel aan de Vlaamse steenweg

En toch ligt hier – verborgen achter een banale huizenrij – een 17de-eeuws stadspaleis dat qua architectuur niet zou misstaan tussen de vergulde façades op de Brusselse Grote Markt. Wie de grijze arduinen poort van La Bellone, een forum voor podiumkunsten, binnengaat en de nauwe gang doorloopt, komt uit op een ruim binnenplein dat met een glazen constructie is overkoepeld.

En daar zie je dan in al zijn barokke pracht het Bellonahuis, een statig pand met rijkelijk gesculpteerde geveldecoratie, versierd met bladgoud. Boven de centrale poort prijkt een reliëf met de buste van de Romeinse oorlogsgodin Bellona, omringd door vaandels en wapens. Daarboven, in een driehoekig klassiek fronton ligt een wereldbol, geflankeerd door twee allegorische figuren, de Ruimte (jonge man met passer) en de Tijd (oude man met boek). Bovenop zitten twee klauwende leeuwen en helemaal op de top een pelikaan, symbool van de opofferende liefde. Tussen de hoog oprijzende Ionische pilasters zien we portretmedaillons van de vier 'goede' Romeinse keizers (Hadrianus, Antoninus, Trajanus en Marcus Aurelius). De pilasters steunen op basreliëfs met symbolische voorstellingen van de menselijke activiteit, zoals de jacht (geweer, jagerstas, jachthoorn) of de oorlog (pijlkoker, schild).

lees verder onder foto

Pronkgevel van het Bellonahuis onder de glazen overkapping

De ontwerper van deze façade was Jan Cosijns, de Brusselse architect en beeldhouwer die ook het barokke gildehuis van de bakkers op de Grote Markt bouwde, beter gekend als Den Coninck van Spaignien. De verwantschap tussen beide gevels is overduidelijk met zijn pilasters, medaillons en vooral het basreliëf in het midden.

Vergelijk de gevels: Den Coninck van Spaignien (L) en het Bellonahuis (R)

Wat staat deze prachtfaçade hier eigenlijk te doen? Wie liet dit paleisje optrekken? Aanvankelijk lag hier het kloosterdomein van de Regularissen van Jericho ofte de Witte Zusters. In 1697 kocht Nicolaas Bally, een Brusselse handelaar, een stuk van dit terrein en liet hier het Bellonahuis bouwen door Jan Cosijns. Die eerste eigenaar Bally handelde vermoedelijk ook in wapentuig voor de Oostenrijkse troepen, wat de martiale thematiek van het beeldhouwwerk zou verklaren.

Al gauw kreeg het huis, dat de allure had van een stadspaleis, een beroemde - om niet te zeggen: beruchte - inwoonster, met name Olympia Mancini. Sommige bronnen menen dat de allegorische sculpturen in haar opdracht werden aangebracht en niet door wapenhandelaar Bally.

Portret van Olympia Mancini

Olympia Mancini (Rome, 1638 – Brussel, 1708) was een opmerkelijke dame. Deze Frans-Italiaanse gravin was een belangrijke figuur aan het hof van de Franse koning Lodewijk XIV. Als één van de Mazarinettes – zeven nichtjes van de invloedrijke kardinaal Mazarin – kwam ze al gauw in de gunst van de Zonnekoning. Op 18-jarige leeftijd huwde ze met graaf Eugène de Savoie. Toen ze zes maanden na de eerste huwelijksnacht reeds een zoontje ter wereld bracht, werd in de wandelgangen van het paleis gefluisterd dat niet de graaf, maar de koning zelve de vader zou zijn. Ze werd eerste hofdame van de koningin en bekleedde daarmee de hoogste vrouwelijke positie aan het Franse hof.

Blijkbaar maakte dit haar overmoedig, want ze raakte betrokken bij allerlei al dan niet vermeende moordcomplotten. Zo overleed haar echtgenoot Eugène in onduidelijke omstandigheden. Omwille van haar betrokkenheid bij deze onfrisse praktijken werd ze uit Frankrijk verbannen en kwam ze in Brussel terecht. Daar werd ze berucht door haar verkwistende en buitensporige levensstijl. Nadat ze een tijdje in het Kasteel van Tervuren had gewoond en daar allesbehalve zorgzaam was omgesprongen met het interieur, kreeg ze het Bellonahuis als verblijfplaats toegewezen.

Zicht op het Bellonahuis

Het pand zou nog meermaals van eigenaar wisselen; één van de latere bewoners was de Brusselse advocaat Rameau die bevriend was met Voltaire. Het is niet onwaarschijnlijk dat de beroemde Franse filosoof, die van 1740 tot 1743 in Brussel woonde, op bezoek kwam in het Bellonahuis. Want nét in die periode woonde meester Rameau in dit huis.

Vieux Bruxelles: oude prentkaart van de expo van 1935 met de gevel van het Bellonahuis en de trappen van de Parkabdij

In 1913 kocht de stad Brussel op aandringen van burgemeester Karel Buls het pand aan. Hij gaf het trouwens de nu gangbare naam Bellonahuis of La Bellone. Op de wereldtentoonstelling van Brussel in 1935 werd de gevel gekopieerd als één van de onderdelen van de amusementswijk Vieux Bruxelles in combinatie met de trappenpartij van de Parkabdij van Heverlee.

Glazen overkapping met zicht op de pelikaan

In 1995 werd het voorplein overdekt met een glazen facetgewelf, zodat de fraai gerestaureerde en vergulde gevel beschermd is. Bovendien kan de binnenkoer nu gebruikt worden voor allerlei culturele activiteiten, zoals het literaire Passa Porta Festival.

Als je nog eens door Brussel wandelt, laat dan de hippe winkels in de Dansaertstraat letterlijk links liggen, ga naar de Vlaamse steenweg en loop de poort van La Bellone binnen op nummer 46. Je zal versteld staan!

VRTNU VRTNU VRTNU