Spring naar inhoud

Katharen in Vlaanderen

© canvas
geschreven op 28 september 2018

Voor de campagne Lang zullen we lezen van de VRT tipte Sociaal Incapabele Michiel een boek aan Sofie Lemaire over de kat-haren, 'omdat hij zo van katjes houdt'.

Dankzij een gunstige wind belandde dit boek De katharen. Tussen werkelijkheid en fictie van John van Schaik op onze redactie. Geïnspireerd door dit historische werk ging Canvas Curiosa op zoek naar sporen van deze ketterse sekte in Vlaanderen.

De kathedraal van Albi - letterlijk en figuurlijk - een fort gebouwd tegen de kathaarse ketterij

Albigenzen

Over de katharen is al veel geschreven en verteld, niet altijd even waarheidsgetrouw en historisch correct. In het kort kunnen we stellen dat de katharen een religieuze beweging vormden die in de 12de en 13de eeuw een grote bloei kende in het zuiden van Frankrijk, vooral in de Languedoc. Vandaar dat ze ook bekend staan als de Albigenzen, naar de Zuid-Franse stad Albi. Overigens noemden ze zichzelf gewoon christenen (chrétiens) of vrienden van God (amis de Dieu).

Het woord kathaar, dat in het Nederlands aan de basis lag van de term ketter, komt van het Grieks en betekent letterlijk zuivere. De katharen wilden immers het christendom op een zuivere, authentieke manier beleven. Ze keerden zich af van de geïnstitutionaliseerde, gepolitiseerde katholieke kerk en bekritiseerden de vele misbruiken in de kerk. Wat dat betreft waren de katharen niet zo verschillend van talloze andere critici en kerkhervormers.

Voorstelling van het dualisme van goed en kwaad, het goddelijke versus de duivel

Duivel

De katharen hingen een theologie aan die sterk afwijkt van de officiële kerkelijke geloofsdogma’s. Zo wezen ze de sacramenten af. De kinderdoop bijvoorbeeld was voor hen uit den boze: waarom zou een onschuldig kind gedoopt moeten worden? Ze geloofden niet in de Drieëenheid. Idem voor de reële aanwezigheid van Jezus Christus in de communie, de zogenaamde transsubstantiatie, wat betekent dat de hostie werkelijk het lichaam van Christus is, en de wijn het bloed. En het meest opvallend in hun theologie: het dualisme. De katharen geloofden dat de zichtbare wereld geschapen was, niet door God, maar door de duivel, het kwaad. Aardse, materiële dingen waren dus eigenlijk des duivels. Vandaar dat ze zich zoveel mogelijk richtten op het spirituele. De theologie van de katharen is trouwens behoorlijk complex en moeilijk te interpreteren.

Niet alleen op theologisch vlak dachten ze anders dan de traditionele katholiek. Ook hun levenswijze en hun dagelijkse praktijken verschilden sterk. Echte priesters kenden ze niet, wel voorgangers die het consolamentum hadden ontvangen, het spirituele doopsel dat aan volwassenen werd toegediend. Wie dit had ontvangen, man of vrouw, maakte deel uit van de kathaarse elite, de zog. perfecti of parfaits (term gebruikt door de inquisitie). De ware katharen aten geen vlees, dronken geen wijn, wezen seksueel contact af, leefden zeer bescheiden, om niet te zeggen ascetisch.

P.P. Rubens: De verdedigers van de eucharistie, theologen die in tegenstelling tot de katharen de aanwezigheid van Christus in de eucharistie verdedigen

Inquisitie

De kathaarse levenswijze kwam heel zuiver en puur over bij de bevolking, zeker in vergelijking met die van corrupte bisschoppen of losbandige priesters die ze rondom zich zagen. Niet verwonderlijk dat de katharen in de volksmond bonhommes werden genoemd.

Maar er zouden ook kathaarse excessen geweest zijn. Parfaits die het consolamentum hadden ontvangen, zouden zich vrijwillig uithongeren tot de dood (de endura) om op die manier vrij van zonden de hemel te kunnen betreden. Die hongerdood werd soms ook opgedrongen, bijvoorbeeld door pasgeboren kinderen te laten sterven zodat die rechtstreeks hemelwaarts konden gaan.

Het is niet duidelijk of dergelijke praktijken zeer uitzonderlijk dan wel geregeld voorkwamen. Objectieve berichtgeving uit die tijd is zeldzaam. De bronnen over de katharen die we wel kennen, zijn de procesverslagen zijn van de inquisitie, de instantie die speciaal was opgericht om hen te vervolgen. En die was partijdig gekleurd en vooringenomen. Het verhaal van de endura als een soort rituele zelfmoord paste natuurlijk mooi in het plaatje dat de kerk ophing over die duivelse katharen.

Vlaamse wevers

Het katharisme wordt meestal gesitueerd in de Languedoc. Daar waren de volgelingen inderdaad talrijk en genoten ze aanvankelijk zelfs bescherming van de lokale heren. Daar kwam een einde aan met de beruchte Albigenzische kruistochten in het begin van de 13de eeuw. Zo werd in 1209 de stad Béziers haast compleet uitgemoord door de Franse troepen. Gevraagd hoe de soldaten de ketters van de katholieken moesten onderscheiden, zou de pauselijke legaat geantwoord hebben: "Dood hen allemaal, God zal de zijnen wel herkennen." In 1244 werd de strijd tenslotte beslecht met de inname van het kasteel van Montségur.

De katharen leefden echter ook elders in Europa. Zo was er onder meer in onze contreien een belangrijke kathaarse stroming in de 12de en 13de eeuw. Het graafschap Vlaanderen was toen één van de meest bloeiende regio’s van Europa, vooral dankzij de lakenindustrie. Is het toeval dat de ketterse katharen soms op één lijn werden gesteld met textores, tisserands of wevers? De lakenhandel was internationaal georganiseerd: wol kwam uit Engeland, de wevers zaten in Vlaanderen en de grote afzetmarkt was Italië. Als de kathaarse ideeën zich over heel Europa konden verspreiden, is het niet denkbeeldig dat Vlaamse lakenhandelaars daar voor iets tussen zaten.

Tanchelm van Antwerpen

Voor het eerst horen we over ketters in Vlaanderen op de synode van Atrecht in 1025. Daar is sprake van mensen die de sacramenten afwijzen en kritiek hebben op de kerk. Rond 1100 duikt een heerschap op in de streek rond Antwerpen: een zekere Tanchelmus of Tanchelijn. Hij ageerde fel tegen de kerk en de sacramentsleer en wordt daarom gezien als een kathaar, maar mogelijk was hij gewoon de leider van een hervormingsbeweging, zoals er wel meer waren in die jaren.

Het bekende Semini-beeldje, een ruw gekapte figuur met opstaande armen, boven de inkompoort van het Steen in Antwerpen, wordt soms met Tanchelijn in verband gebracht. Vaak gezien als een heidens symbool, wordt het door andere onderzoekers als een kathaarse Christus beschouwd. De gelijkenis met een Christusfiguur uit Les Cassés, een dorp in de Languedoc met een kathaars verleden, is alleszins treffend.

Kathaarse Christus van Les Cassés (L) - Semini-beeldje aan het Steen in Antwerpen (R)

Op de brandstapel

In 1163 worden in buurt van Keulen elf katharen ontdekt die zich schuilhielden en volgens berichten uit Vlaanderen kwamen. Een monnik Eckbert van Schönau ondervraagt hen en bestempelt hen als overblijfsels van de sekte van Tanchelmus. Deze Vlamingen worden door Eckbert aangeduid als piphili, een term die hij specifiek hanteert voor Vlaamse ketters. Dezelfde Vlaamse piphili worden ook in Reims gesignaleerd en – niet toevallig – vooral onder textores (wevers).

Wat gebeurt er met deze ketterse piphili of Vlaamse katharen? In Keulen komen ze op de brandstapel terecht. Hetzelfde lot is ketters beschoren in Atrecht, Ieper en Kamerrijk. De vervolging is een gezamenlijke actie van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, Zeeland en Artesië, een fervente kruisvaarder, en de kerkvorsten bevoegd over onze streken, zijnde de aartsbisschop van Reims en de bisschoppen van Kamerrijk, Atrecht, Luik en Utrecht… Die harde vervolging kan de verspreiding van het katharisme in Vlaanderen wel indijken, maar niet uitschakelen. In 1217 worden opnieuw ketters verbrand in Kamerrijk.

Ketters op de brandstapel

Groot-inquisiteur

Om komaf te maken met de ketterij stuurt de kort daarvoor opgerichte pauselijke inquisitie in 1235 de dominicaan Robert le Bougre naar Vlaanderen. Le Bougre is een bekeerling, een kathaar die zich na een proces katholiek verklaarde en dominicaan werd. Hij ontpopt zich tot een fanatiek inquisiteur die meedogenloos optreedt tegen zijn vroegere geloofsgenoten, de katharen. Overal waar hij verschijnt, blijken plots katharen op te duiken die zonder meer worden verbrand.

In Dowaai komen tientallen ketters op de brandstapel terecht. Bij de toeschouwers die het spektakel gadeslaan zit als eregast naast de aartsbisschop van Reims gravin Johanna van Vlaanderen, keizerin van Constantinopel. Johanna, die het begijnhof van Kortrijk stichtte, wordt altijd voorgesteld als een vrome vrouw. Haar belangstelling voor deze ketterverbranding zullen we dan maar als een accident de parcours beschouwen, zeker?

Standbeeld van gravin Johanna van Vlaanderen in het begijnhof van Kortrijk

De drieste missie van groot-inquisiteur Le Bougre valt niet in goede aarde bij de lokale clerici en autoriteiten die Le Bougres acties buiten proportie vinden en bovendien onwettelijk. Na de massale verbranding van 187 veroordeelden in de Champagne is de maat vol. Le Bougre wordt opgepakt en verdwijnt in de gevangenis. Maar het kwaad - in zijn ogen ongetwijfeld het goede – was geschied: het katharisme in Vlaanderen en Noord-Frankrijk is een halt toegeroepen. Alleen in het zuiden van Frankrijk zal het verder leven. Bij de vervolgingen daar – de reeds genoemde Albigenzische kruistochten – zal menig Vlaams edelman meestrijden.

VRTNU VRTNU VRTNU