Spring naar inhoud

Jan Yoors: artiest, zigeunerkind, verzetsheld...

Jan Yoors - © Yoors Courtesy Gallery Fifty One
geschreven op 24 november 2017

Op 27 november is het 40 jaar geleden dat Jan Yoors overleed, in artistieke middens een naam met faam, maar bij het grote publiek waarschijnlijk een nobele onbekende. Geboren in Antwerpen, opgegroeid tussen zigeuners, verzetsheld tijdens WOII en gerenommeerd kunstenaar in New York… Zijn leven leest als het scenario voor een Hollywood-avonturenfilm. Maar klopt het wel allemaal?

Ontdek het meeslepende levensverhaal van een Antwerps-New Yorkse kunstenaar.
De familie Yoors-Peeters. Zoon Jan staat vooraan.

Artiestenbloed

Hij was in de wieg gelegd om kunstenaar te worden, mogen we wel zeggen: Jan Yoors, geboren in 1922 in Antwerpen, als zoon van Eugeen Yoors en Magda Peeters.

Magda Peeters.

Moeder Magda Peeters was een telg uit een gegoede Antwerpse familie. Ze had conservatorium gevolgd als muzikante (harpiste) en was actief als schrijfster, publiceerde reeds op 15-jarige leeftijd haar eerste gedichten. Ze was een katholiek geëngageerde pacifiste en feministe. In de jaren ’30 zou ze een tijdje het ‘vrouwenpraatje’ verzorgen op de NIR-radio, de voorloper van de VRT.

Eugeen Yoors.

Vader Eugeen Yoors was kunstschilder en vernieuwend glazenier. Na een turbulente jeugd in Spanje, waar hij vaak optrok met gitanos, Spaanse zigeuners, volgt hij kunstopleidingen in Sevilla, aan de Antwerpse Academie en aan de École des Beaux-Arts in Parijs. Na WOI sticht hij, samen met figuren als Felix Timmermans en Flor Van Reeth, de katholiek-progressieve Pelgrimbeweging. Hij is vooral bekend voor zijn glasramen, o.m. in de kapel van het Heilig Hart in Heverlee en in verscheidene kerken en kapellen in Antwerpen (Sint-Walburgis, Christus Koning, Sint-Lievens, Sint-Lutgardis).

Glasramen van Eugeen Yoors.

De jonge Jan Yoors groeit op in een milieu van vooruitstrevende, ruimdenkende artiesten en dat heeft zo zijn gevolgen. Kijkend naar zijn vader in diens atelier leert hij al spelend tekenen en schilderen.

Woonwagen van zigeuners. Kindertekening van Jan Yoors.

Zigeuners

In 1934 op 12-jarige leeftijd maakt hij kennis met een groep Roma in de omgeving van Antwerpen. Hij sluit vriendschap met de kinderen en al gauw begint hij met hen op te trekken. De volgende jaren zal de jonge Jan Yoors zijn tijd verdelen tussen de Roma-clan die hem zo goed als adopteert, en zijn ouders in Antwerpen. Op z'n minst een ongewone situatie, zeker voor een opgroeiend kind. Andere ouders zouden het misschien hebben verboden, maar vader Eugeen die in zijn jeugd zelf bevriend was geweest met Spaanse zigeuners, ziet er geen graten in.

In zijn boek 'The Gypsies' (vertaald als: 'Wij Zigeuners') vertelt Jan Yoors zelf: "Ik keerde terug naar het huis van mijn ouders na een afwezigheid van bijna zes maanden, maar het leken wel jaren. Ik kwam er tegen etenstijd en zoals gewoonlijk hadden ze een aantal gasten, schilders en schrijvers. In hun bijzijn werd er niet gesproken over mijn lange afwezigheid en ik behoefde ook niet uit te leggen waarom ik er zo verwaarloosd uitzag... De volgende ochtend confronteerde ik hen met mijn langdurige afwezigheid en legde de nadruk op het feit dat ik met de Zigeuners was weggelopen... Zij antwoordden dat zij, hoewel het hun natuurlijk verdriet gedaan had omdat ze van mij hielden, toch mijn persoonlijke keuze eerbiedigden... al was ik dan nog maar twaalf jaar oud."

Jan Yoors bij zijn Roma-vrienden.

Het lijkt een onwaarschijnlijk verhaal. Maar is het wel correct? Heeft hij écht als 12-jarige gekozen voor het zigeunerbestaan en lieten zijn ouders hem maar begaan?

Biografe Jo Govaerts meent dat Jan Yoors de waarheid heeft aangedikt, al is die waarheid - voor zover te achterhalen - op zich al bijzonder genoeg. Hij heeft zeker veelvuldige contacten gehad met zigeuners en leerde henzelf en hun cultuur door en door kennen. In de jaren '30 zette hij de ongebruikelijke stap om die verguisde 'nomaden' op te zoeken, maar dat hij bij wijze van spreken zijn halve jeugd bij hen zou hebben doorgebracht, zoals hij laat uitschijnen in zijn boek ‘Wij Zigeuners’, is onwaarschijnlijk.

Trouwens, hoe zou Jan Yoors erin geslaagd zijn de humaniora-studies te volgen aan het Antwerpse Sint-Lievenscollege, wanneer hij zogezegd weken, zelfs maanden uithuizig was bij ‘zijn’ zigeunerfamilie? In de schoolregisters staan geen afwezigheden opgetekend. Hetzelfde geldt voor zijn latere opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Af en toe spijbelen zal wel mogelijk geweest zijn, maar langdurig rondreizen met de zigeuners viel ook toen niet te combineren met lessen aan de Academie, waar Yoors tekenen en boetseren volgde.

Jan met vrienden van de Academie in Antwerpen.
Jan ontmoette nooit een vreemde. Hij ontmoette alleen vrienden die hij nog niet gemaakt had.
Uitspraak over Jan Yoors

Het verhaal past mooi in de voorstelling van de bohémien-artiest, die net zoals de zigeuners leeft en werkt buiten het vaste stramien van de burgerlijke maatschappij. Yoors heeft een beeld van zichzelf opgehangen: intrigerend, prikkelend, fascinerend, maar het beantwoordt wellicht niet aan de werkelijkheid, wel aan een artistieke visie.

Je mag immers niet vergeten dat Yoors zijn ervaringen pas op papier zette in de jaren ’60 toen hij al een befaamd kunstenaar was in New York. Zijn zigeunerverleden moeten we zien als een statement, eerder dan als een feitenverslag. Zoals hijzelf ooit verklaarde: “Voor zigeuners is de precieze plaats en datum toch ook niet belangrijk.” De Roma die hem nog herinneren, spreken wel met veel respect over hem en noemen hem een 'Romani Rai', een vriend van de Roma.

In het verzet

En dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. De familie Yoors vlucht naar Engeland, maar de 18-jarige Jan moet zich als dienstplichtige melden bij het Belgisch leger in Frankrijk. In de chaos van die eerste oorlogsdagen heeft hij dat niet gedaan. Er zijn in elk geval geen sporen van ene Jan Yoors in de archieven van het leger. Waar is hij dan geweest? We zijn weeral aangewezen op zijn eigen verslag in het boek ‘Crossing’ (in het Nederlands uitgegeven als: ‘Een volk op doortocht’) en uit interviews die hij jaren later gaf aan journalisten.

Jan met zigeunervrienden omstreeks 1943.

Jan zou samen met zigeuners in het verzet zijn beland en op die manier talloze levens hebben gered: zigeuners, joden, maar ook geallieerde officieren, parachutisten en piloten, Nederlandse professoren en studenten… Hij zou vermomd als SS’er mensen helpen ontsnappen. Hij zou gefolterd zijn door de Gestapo. Jan beweert lid te zijn geweest van een Brusselse verzetsgroep, die een ontsnappingsroute opzette voor geallieerde piloten. Maar leden van deze groep herinneren zich niets van Jan Yoors’ belevenissen.

Bovendien staat Yoors vanaf de jaren ’40 ingeschreven als student, eerst nog aan de Academie in Antwerpen, nadien aan het Hoger Instituut La Cambre in Brussel. Hoe vallen deze studies te combineren met zijn levensgevaarlijke avonturen? Of waren de studies een dekmantel voor zijn acties in dienst van het verzet? Jo Govaerts heeft talloze bronnen geraadpleegd, getuigen en experts geïnterviewd, maar van grote verzetsdaden zijn er geen getuigenissen, wat niet wil zeggen dat ze verzonnen zijn. Het gebeurde tenslotte allemaal in de illegaliteit en mogelijk heeft Yoors dus wél bepaalde daden gesteld, maar zijn verhalen hebben toch een hoog Kuifje-gehalte, om een kritische historicus te citeren.

Gevangenis

Begin 1943 wordt Jan opgepakt. Hij wordt opgesloten in de gevangenis van de Begijnenstraat in Antwerpen. Na een zestal maanden in juli ’43 wordt hij ‘zonder bevredigende verklaring’ in vrijheid gesteld. Nadat hij eerst is aangesterkt bij kennissen in de Ardennen, trekt hij door Frankrijk over de Pyreneeën naar Spanje met de bedoeling dan over te steken naar Engeland.

In zijn memoires beschrijft Jan zijn verblijf in Miranda de Ebro, een gevangenenkamp van Franco. Uiteindelijk weet hij toch Engeland te bereiken in het voorjaar van 1944. Hij meldt zich aan als oorlogsvrijwilliger bij het Belgisch leger en krijgt een saaie administratieve taak toebedeeld. Gelukkig krijgt hij de kans om vanaf oktober ’44 antropologie te gaan studeren aan het University College of London.

Hij blijkt niet gemakkelijk zijn draai te vinden in de Engelse academische wereld. Het komt erop neer dat hij afhaakt, hoewel hij later in een documentaire verklaart gedoctoreerd te hebben in Londen. Bij Jan Yoors vervloeien fictie en realiteit in elkaar zonder scherpe aflijningen. Zoals we al stelden: Yoors' uitspraken zijn vooral een statement, gedaan in de jaren ’60 voor het New Yorkse publiek.

Annebert en Marianne aan het weefgetouw in de New Yorkse studio.

Kunstenaar in New York

Na de oorlog huwt Jan met jeugdvriendin Annebert Van Wettum en samen met Marianne Citroen, hartsvriendin van Annebert, beginnen ze in Londen een atelier om wandtapijten te weven. Monumentale wandtapijten worden hét medium bij uitstek waarmee Yoors zijn kunst beoefent. Begin jaren ’50 verhuizen ze naar New York en zetten daar een studio op.

Jan ontwerpt wandtapijten, maakt kartons en Marianne en Annebert bedienen het weefgetouw. Ze krijgen heel wat opdrachten en de renommée van Jan Yoors verspreidt zich. Felle kleuren worden zijn handelsmerk, zowel in figuratieve als abstracte tapijten. Bepaalde motieven, zoals zittend naakt, komen terug in zijn hele oeuvre: tekeningen, gouaches, sculpturen en wandtapijten.

Zittend naakt in het oeuvre van Jan Yoors van foto over schets, houtskooltekening en beeld tot wandtapijt en schilderij (sommige afbeeldingen werden gespiegeld)

Vrouwen

De verhouding van Jan ten opzichte van vrouwen is merkwaardig en frappant. Hij leeft in een ménage à trois met Annebert en Marianne. Hij is eerst gehuwd met Annebert met wie hij twee kinderen heeft: Lyuba (°1963) en Vanya (°1965), maar later krijgt hij ook een zoon Kore (°1968) bij Marianne.

En in die woelige jaren ’60 breidt het gezin nog op een andere manier uit: een Japanse voegt zich als derde vrouw in de familie. Annebert neemt het filosofisch op: “Een rijpe man met zoveel talent als Jan heeft alle energie en aandacht nodig, meer dan ik alleen hem kan geven.”

Straatfotografie, New York (1963)

Fotografie

Jan Yoors begint ook te fotograferen, vooral culturele minderheidsgroepen in New York: zigeuners, zwarten, joden, migranten… straatfotografie in de trant van Henri Cartier-Bresson. Soms haast abstracte stadsbeelden, zoals muren met gescheurde affiches, die dan als patroon opduiken in zijn wandtapijten (zie voorbeeld hieronder - klik op afbeeldingen voor groter formaat).

Yoors’ werken vinden hun weg naar musea en collecties. Zijn plotse dood in 1977 betekent het einde van zijn creatieve loopbaan, maar Annebert en Marianne zullen zijn werk verderzetten: in het atelier liggen nog honderden ontwerpen voor tapijten, die op touw kunnen worden gezet en geweven, trouw aan de principes van Jan Yoors. Zijn zoon Kore leidt momenteel de Jan Yoors Studio in New York en beheert de artistieke erfenis van zijn vader.

Episch

Maar écht... Wat is er nu eigenlijk waar van al die wilde belevenissen? Was Yoors een gepatenteerde leugenaar, een fantast die verhalen verzon en zichzelf een heldenrol toedichtte? Ach, laten we het erop houden dat hij zijn levensverhaal op artistieke wijze heeft bijgekleurd en uitvergroot.

Jan Yoors zei ooit: “Wandtapijten moeten op groot formaat zijn, episch... Een klein formaat wandtapijt is een tafelmatje.” Hij zag het leven idem dito. Zijn leven kon geen tafelmatje zijn.

Jan Yoors voor één van zijn wandtapijten.

Dank

Met dank aan Jo Govaerts, die een uitgebreide biografie schreef (Jan Yoors. Kunstenaar met een zigeunerhart, Houtekiet, 2016) en Gallery Fifty One, Antwerpen. Ook dank aan Stijn Wolput voor de animatie.

Voor de belangstellenden: op zaterdag 25 november om 16u. houdt Jo Govaerts een lezing in De Groene Waterman in Antwerpen over Jan Yoors.

VRTNU VRTNU VRTNU