Spring naar inhoud

Het morbide genie van Antoine Wiertz

© KMSK Wiertzmuseum, Brussel
geschreven op 01 juni 2018

In de schaduw van het Europees Parlement in Brussel ligt een klein museum, gewijd aan één van de meest flamboyante Belgische kunstschilders uit de 19de eeuw: Antoine Wiertz, een Rubens-adept met een voorkeur voor lugubere onderwerpen.

Huiver en beef bij de morbide horrorkunst van Antoine Wiertz.

Antoine Wiertz: Afgehakt hoofd.

Wie een catalogus met het oeuvre van Antoine Wiertz doorbladert of - nog beter - door het Wiertzmuseum wandelt, kan er niet naast kijken. Naast megalomane Rubensiaanse taferelen vallen een heleboel schilderijen op die doen denken aan B-films van het horrorgenre. Een levend begravene die uit zijn doodskist kruipt, een naakte vrouw bij een skelet, een zelfmoordenaar die zich voor de kop schiet, een afgehakt hoofd van een geguillotineerde, een waanzinnige vrouw die haar eigen kind opeet, diverse scenes met lijken of mensen op hun sterfbed… Het is niet overdreven als we zeggen dat Wiertz een meer dan gemiddelde belangstelling had voor de dood en aanverwante onderwerpen.

Wie was deze schilder?

Antoine-Joseph Wiertz wordt geboren in 1806 in Dinant. Zijn vader, een kleermaker die ook dienst deed als soldaat van Napoleon, nadien als marechaussee in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, spoort hem aan zijn gaven te ontwikkelen. Al op jonge leeftijd geeft Antoine blijk van artistiek talent.

Antoine Wiertz: Zelfportret op 18-jarige leeftijd

Dat trekt de aandacht van een rijke ondernemer en parlementslid uit Dinant die de jonge Wiertz onder zijn hoede neemt. Dankzij hem krijgt hij een beurs om te gaan studeren aan de Antwerpse Academie. Antoine Wiertz raakt helemaal in de ban van de barokke schilderkunst van Pieter Paul Rubens, die hij – zo schrijft hij aan zijn ouders – niet alleen wil navolgen, maar zelfs overtreffen. Het is duidelijk dat Wiertz geen last heeft van bescheidenheid.

Na zijn opleiding in Antwerpen trekt hij naar Parijs, waar hij aan de kost komt als portretschilder en intussen de grote meesters in het Louvre bestudeert. Hij blijft echter zweren bij Rubens. In 1832 is hij terug in Antwerpen: hij wint de Prix de Rome en onderneemt een Italiëreis, het summum voor elke jonge kunstenaar. Hij schildert er onder meer zijn imposante doek 'Grieken en Trojanen strijden om het lijk van Patrocles', een monumentaal werk van meer dan 8 meter breed.

Antoine Wiertz: Grieken en Trojanen strijden om het lijk van Patrocles

Wiertz' schilderij wordt goed ontvangen in Rome en in Antwerpen, maar bij een tentoonstelling in Parijs breken de Franse critici het werk af. Bij wijze van test stuurt Wiertz een werk van Rubens in, dat door de jury van het Salon du Louvre eveneens wordt afgewezen. De maat is vol voor Wiertz. Hij keert zich af van Frankrijk en vestigt zich in Luik, vanaf 1845 in Brussel. Hij wil zich voortaan volledig toeleggen op zijn monumentale schilderdoeken, terwijl hij zijn brood verdient met portretten: "Doeken voor de glorie, portretten voor de soep" noemt hij het.

Convention entre l'Etat belge... et Monsieur Antoine Wiertz, peintre d'histoire...

Omwille van het buitenissige formaat van zijn schilderijen (zijn doek 'De val der verdoemden' is 11 meter hoog!) heeft hij nood aan een enorm atelier. Nederig als hij is, vraagt Wiertz aan de Belgische regering om voor hem een werkplaats mét woning te bouwen in ruil voor een aantal monumentale schilderijen. De Minister van Binnenlandse Zaken tekent met Wiertz deze uitzonderlijke overeenkomst. Door dit eigen atelier/museum kan Wiertz onafhankelijk van de kunstkritiek werken en tentoonstellen.

'Tempel van Paestum' in de tuin van Wiertz.

In 1851 neemt Wiertz zijn intrek in zijn nagelnieuwe atelier in de Vautierstraat in Elsene. Hij zal er nog 14 jaar wonen en werken. In de tuin laat hij een follietje optrekken om de kale muren wat af te dekken: een gedeeltelijke replica van de Griekse tempel van Paestum. Ja, ’t mocht wat kosten, dat tuinhuisje.

Na zijn dood in 1865 erft de Belgische staat het complete atelier mét inhoud: tientallen reusachtige doeken, heel wat andere schilderijen en tekeningen en modellen voor beelden. Het Wiertzmuseum wordt toegevoegd aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. De schrijver Hendrik Conscience zal er komen wonen als conservator.

Antoine Wiertz: De overhaaste begrafenis

Macabare kunst

We schreven het al: Wiertz heeft een interesse, om niet te zeggen obsessie, voor het macabere, het morbide. Nu is dat in de 19de eeuw niet zo uitzonderlijk. Denk maar aan de verhalen van Edgar Allan Poe. Bijvoorbeeld de angst om levend begraven te worden is diepgeworteld in die tijd. Er worden speciale doodskisten ontworpen met alarmbelletjes en allerlei hulpmiddelen om desnoods uit het graf te kunnen ontsnappen. Wiertz' schilderij 'De overhaaste begrafenis' speelt daarop in en toont een choleraslachtoffer, dat zijn doodskist tracht te openen.

Wiertz' eigen begrafenis is trouwens een event op zich: hij laat zich balsemen volgens oud-Egyptisch gebruik vooraleer zijn kist met veel pracht en praal wordt begraven op het kerkhof van Elsene. Zijn hart wordt plechtig bijgezet in Dinant, zijn geboortestad.

Antoine Wiertz: Afgehakt hoofd.

Onthoofding

Al even sinister is het portret van een geguillotineerde, een moordenaar met de naam François Rosseel die in 1848 te Brussel wordt onthoofd. De schilder gaat zo ver in zijn drang om het afgehakte hoofd zo authentiek mogelijk weer te geven dat hij niet alleen aanwezig wil zijn bij de terechtstelling, maar ook nog eens een bizar experiment laat uitvoeren. Hij laat zich ter plekke hypnotiseren in een poging om te ervaren wat de terdoodveroordeelde meemaakt. Na de executie verklaart Wiertz dat hij als het ware de doodsangst en pijn van de onthoofde man heeft gevoeld.

Hij zal hieraan een triptiek wijden 'Gedachten en visioenen van een afgehakt hoofd', hoewel het experiment allesbehalve wetenschappelijk kan genoemd worden en meer vertelt over de morbide fantasieën van Wiertz dan over de échte ervaringen van een man onder de guillotine.

Antoine Wiertz: Honger, waanzin en misdaad.

Waanzin

IJzingwekkend is het tafereel 'Honger, waanzin en misdaad': een jonge vrouw blikt met opengesperde ogen naar de toeschouwer, de handen bebloed, een kind ingebundeld op haar schoot. Rechts in de ketel boven de haard ligt een afgesneden kinderbeentje. Heeft Wiertz hier de grenzen van het welvoeglijke overschreden? Misschien, maar tegelijk toont hij hier zijn sociaal engagement: de 19de eeuw is geen paradijs voor verpauperde volksmensen. Hongersnood en criminaliteit liggen op de loer… Maar zoals wel vaker gaat Wiertz in een hogere versnelling: bij hem leidt de armoede tot waanzin en uiteindelijk tot kannibalisme.

Wiertz' kunst heeft raakpunten met het symbolisme. Kijk maar naar 'La belle Rosine': een pronte naakte deerne staart naar een skelet. Op de schedel kleeft een etiket: la belle Rosine. Wie is nu die mooie Rosine? Het levende meisje of het geraamte? Een verwijzing naar de vergankelijkheid van de schoonheid? Of overwint de schoonheid - zeg maar de kunst - de banaliteit van de dood? Eros en Thanatos strijden met elkaar.

Antoine Wiertz: La belle Rosine.
Triomf van het Licht, op de citadelrots in Dinant. Nooit uitgevoerd project.
Triomf van het Licht, San Francisco. Oude prentkaart van 1947.

Is het Vrijheidsbeeld plagiaat?

In 1862 maakt Wiertz een ontwerp voor een beeld van 45 meter dat boven op een rots in zijn geboortestad Dinant zou komen te staan: De Triomf van het Licht. Het – lichtelijk megalomane – project wordt nooit gerealiseerd. Er komt wel een kleinere kopie op een heuveltop in San Francisco. Dat beeld, dat Lady Liberty wordt genoemd, verdwijnt kort na 1954. Enkel de sokkel staat er nog.

Er zijn auteurs die menen dat de Franse beeldhouwer Bartholdi zich heeft laten inspireren voor zijn beroemde New Yorkse Vrijheidsbeeld op het beeld van Wiertz, dat een bijna identieke vrouwenfiguur met toorts voorstelt. Het staat vast dat Bartholdi Brussel heeft bezocht nadat Wiertz zijn sculptuurmodel voor Triomf van het Licht in gips had uitgevoerd. Bartholdi zou Wiertz' model in het achterhoofd gehouden hebben bij het ontwerp van het Vrijheidsbeeld, waarvan de allereerste versies dateren van de jaren '70. Het beeld in New York wordt ingehuldigd in 1886, maar toen was Wiertz al jaren dood en dus komt er nooit een klacht van plagiaat.

Antoine Wiertz: Triomf van het Licht, Wiertzmuseum Brussel (L) - Frédéric Auguste Bartholdi: Vrijheidsbeeld, New York (R)

Psychopaat

Reeds tijdens zijn leven en ook nadien wordt de kunst van Antoine Wiertz met gemengde gevoelens ontvangen en beoordeeld: enerzijds wordt hij bejubeld als een 'reus' (Thorvaldsen). Blijkbaar valt zijn oeuvre wel in de smaak bij de Belgische overheid, getuige de bouw van zijn atelier op staatskosten. Anderzijds wordt hij in weinig omfloerste termen weggehoond als een 'schaamteloze bluffer' (Baudelaire), een 'artiste pompier' (Marijnissen), zijn reusachtige doeken als 'buitenproportioneel geknoei'. Omwille van zijn gitzwarte, bizarre interesses wordt hem zelfs een 'neiging tot psychopathie' toegedicht.

Wie zelf een oordeel wil vormen over Antoine Wiertz, de méér-dan-Rubens van de 19de eeuw, moet zeker eens een bezoek brengen aan het Wiertzmuseum. Griezelen verzekerd!

VRTNU VRTNU VRTNU