Spring naar inhoud

Van bleekweide tot Martelarenplein

Het Martelarenplein - © canvas / Koen De Vos
geschreven op 29 november 2019
5 december: iedereen VRT op het Martelarenplein

Op donderdag 5 december kwamen honderden VRT-personeelsleden en sympathisanten bijeen op het Martelarenplein, de plek waar de Vlaamse regering zetelt, om onze openbare omroep te verdedigen. Canvas Curiosa bekijkt even de opmerkelijke locatie van deze actie: het Martelarenplein, het neoklassieke complex in het hart van Brussel, gelegen vlak naast de drukke Nieuwstraat.

Ontdek 9 weetjes over dit plein, eentje voor elke Vlaamse minister.

Wist je dat het Martelarenplein...

(klik op de kleine foto's voor meer uitleg)

…oorspronkelijk een bleekweide was?

…oorspronkelijk een bleekweide was?

Op de locatie van het Martelarenplein lag niet altijd een stadsplein. Tot in de late 18de eeuw was dit een open terrein dat gebruikt werd als bleekweide, een grasveld waar linnen wasgoed in de zon te drogen werd gelegd om te bleken. Elke stad, elke gemeente had minstens één bleekveld of bleekweide. Het open veld in Brussel werd ‘den Blijck’ genoemd en bleef tot 1772 als zodanig in gebruik, hoewel de omliggende terreinen intussen al verkaveld waren.


…de inzet was van een hevige immobiliënstrijd?

…de inzet was van een hevige immobiliënstrijd?

In 1772 kocht een groep handelaars, onder leiding van een zekere Josse Massion, de Blijck en de omliggende terreinen op. Bedoeling was om er een openbaar plein van te maken, omzoomd met huizen. Een verkaveling dus. Massion, een aannemer en makelaar, voorzag een winstgevend project, maar hij vroeg wel hoge financiële tegemoetkomingen aan de Staten van Brabant. Zo eiste hij 50.000 gulden als schadeloosstelling voor het verlies van grond ten behoeve van de openbare weg, terwijl hij voor het héle terrein slechts 32.000 gulden had betaald. De Staten van Brabant wezen zijn eis af.

De stad Brussel stelde daarop voor om het stuk land van Massion over te kopen, zodat ze het zelf kon verkavelen. Maar Massion vroeg zo maar eventjes 73.160 gulden, méér dan het dubbele van wat hij er zelf voor betaald had. Op verzoek van de stad Brussel werd de terreinen van Massion onteigend.


...ontworpen is door een sluizenbouwer?

...ontworpen is door een sluizenbouwer?

De stad gaf de opdracht aan Claude Fisco, een militair ingenieur, om een neoklassiek geheel te tekenen. Als stadsarchitect en directeur van Openbare Werken bracht hij al meerdere publieke opdrachten tot een goed einde. Zo had hij een deel van de Zenne overwelfd in Brussel. Als officier had hij ook al wegen, pleinen en sluizen aangelegd, o.m. op de Leuvense vaart in Mechelen, het zogenaamde sas van Battel.

Fisco ontwierp een symmetrisch plein volgens de classicistische stijl die toen in de mode was. Het werd aangelegd tussen 1774 en 1776. Het kreeg de naam Sint-Michielsplein (Place Saint-Michel) naar de Brusselse stadspatroon. Tijdens de Franse tijd werd het tijdelijk herdoopt tot Place de la Blanchisserie. Na 1831 kreeg het de naam Martelarenplein (Place des Martyrs) ter ere van de gesneuvelden van de Belgische revolutie.


...gebaseerd is op een ontwerp van vierkanten?

...gebaseerd is op een ontwerp van vierkanten?

Het van oorsprong Franse neoclassicisme gebruikte graag strikte geometrische vormen als uitgangspunt. Architect Claude Fisco deed niet anders bij zijn ontwerp: het vierkant is de basis van het plein in al zijn onderdelen. De breedte van het plein bedraagt exact viermaal de hoogte van de gevels. Het grondplan toont twee vierkanten met een smalle doorgang tussenin, nl. de verbinding tussen de twee tegenoverliggende straten. Ook de gevels zijn volgens een schema van vierkanten opgebouwd. Het is overduidelijk dat Fisco zich goed had laten inspireren door de neoklassieke architectuurcanon.


...eerder bescheiden huurwoningen herbergde?

...eerder bescheiden huurwoningen herbergde?

De monumentale wit bepleisterde gevels met hoge ramen, zuilen en pilasters, driehoekige frontons en een klassieke fries onder de kroonlijst zouden doen vermoeden dat we hier met oude adellijke verblijven te maken hebben, met prinselijke stadspaleizen of luxueuze herenhuizen.

Maar niets is minder waar. Van in den beginne waren hier gewone woonhuizen gevestigd. Aan de buitengevel te zien hebben de huizen veel allure, maar al bij al zijn de meeste woningen binnenin eerder bescheiden van oppervlakte. Het waren panden die door enkele vermogende promotoren gefinancierd werden en op de markt gebracht als huurwoning.


...in voorgeschreven kleuren moest geschilderd worden?

...in voorgeschreven kleuren moest geschilderd worden?

In het bouwreglement van 1774 werd bepaald dat de eigenaars de gevels in een voorgeschreven kleur moesten schilderen: de muren ‘asschegrauw’ (grijs-wit) en de ramen en deuren in ‘perele couleur’ (parelwit).

Omdat het herschilderen later niet altijd op hetzelfde tijdstip gebeurde en er altijd kleurverschillen optraden bij het mengen van de verf, zag het plein er op den duur niet meer gelijkvormig uit. De stad Brussel heeft meermaals geprobeerd om de eigenaars aan te zetten tot het gezamenlijk herschilderen van àlle gevels.


…vroeger heel wat bomen telde?

…vroeger heel wat bomen telde?

Vandaag is het Martelarenplein een ruime, open vlakte met kasseien. Maar in vroegere tijden stonden hier heel wat bomen. In 1802 werd het plein beplant met linden, wat het een geliefde wandelplek maakte voor de Brusselaars. Op den duur gingen die bomen echter de gevels verduisteren en daarom werden enkele rijen omgehakt om meer lichtinval te creëren.


...onderkelderd is voor een crypte?

...onderkelderd is voor een crypte?

Het plein is voor een deel onderkelderd. In 1838 liet de Belgische regering een nationaal monument optrekken op het midden van het plein: Pro Patria. Het is een ietwat bombastische beeldengroep met de voorstelling van de Vrijheid, gesymboliseerd door een vrouwenfiguur met aan haar voeten een liggende leeuw op een stapel gebroken kettingen, omringd door allegorische figuren.

Rond het beeld onder het plein bevindt zich een crypte waar niet minder dan 467 ‘helden’ van de Belgische onafhankelijkheidsstrijd werden begraven. Hun namen zijn te lezen op de zwartmarmeren gedenkplaten die de crypte sieren.


...een kunstwerk in Art Nouveau heeft?

...een kunstwerk in Art Nouveau heeft?

Hoewel het plein de neoklassieke stijl uitstraalt, is er één monument dat duidelijk de Art Nouveau in zich draagt: de herdenkingszuil voor Frédéric de Merode, de Belgische graaf die sneuvelde in 1830 tijdens de Belgische revolutie.

Het bronzen portret en het standbeeld in traditionele stijl, zijn van de hand van beeldhouwer Paul Dubois. Maar de arduinen zuil valt op door zwierige zweepslaglijnen en krullen, zo kenmerkend voor de Art Nouveau. De ontwerper was dan ook niet de minste: Henry Van de Velde die het geheel tekende in 1898. We herkennen duidelijk de hand van de meester in dit virtuoze ontwerp.


…oorspronkelijk een bleekweide was?

Op de locatie van het Martelarenplein lag niet altijd een stadsplein. Tot in de late 18de eeuw was dit een open terrein dat gebruikt werd als bleekweide, een grasveld waar linnen wasgoed in de zon te drogen werd gelegd om te bleken. Elke stad, elke gemeente had minstens één bleekveld of bleekweide. Het open veld in Brussel werd ‘den Blijck’ genoemd en bleef tot 1772 als zodanig in gebruik, hoewel de omliggende terreinen intussen al verkaveld waren.

…de inzet was van een hevige immobiliënstrijd?

In 1772 kocht een groep handelaars, onder leiding van een zekere Josse Massion, de Blijck en de omliggende terreinen op. Bedoeling was om er een openbaar plein van te maken, omzoomd met huizen. Een verkaveling dus. Massion, een aannemer en makelaar, voorzag een winstgevend project, maar hij vroeg wel hoge financiële tegemoetkomingen aan de Staten van Brabant. Zo eiste hij 50.000 gulden als schadeloosstelling voor het verlies van grond ten behoeve van de openbare weg, terwijl hij voor het héle terrein slechts 32.000 gulden had betaald. De Staten van Brabant wezen zijn eis af.

De stad Brussel stelde daarop voor om het stuk land van Massion over te kopen, zodat ze het zelf kon verkavelen. Maar Massion vroeg zo maar eventjes 73.160 gulden, méér dan het dubbele van wat hij er zelf voor betaald had. Op verzoek van de stad Brussel werd de terreinen van Massion onteigend.

...ontworpen is door een sluizenbouwer?

De stad gaf de opdracht aan Claude Fisco, een militair ingenieur, om een neoklassiek geheel te tekenen. Als stadsarchitect en directeur van Openbare Werken bracht hij al meerdere publieke opdrachten tot een goed einde. Zo had hij een deel van de Zenne overwelfd in Brussel. Als officier had hij ook al wegen, pleinen en sluizen aangelegd, o.m. op de Leuvense vaart in Mechelen, het zogenaamde sas van Battel.

Fisco ontwierp een symmetrisch plein volgens de classicistische stijl die toen in de mode was. Het werd aangelegd tussen 1774 en 1776. Het kreeg de naam Sint-Michielsplein (Place Saint-Michel) naar de Brusselse stadspatroon. Tijdens de Franse tijd werd het tijdelijk herdoopt tot Place de la Blanchisserie. Na 1831 kreeg het de naam Martelarenplein (Place des Martyrs) ter ere van de gesneuvelden van de Belgische revolutie.

...gebaseerd is op een ontwerp van vierkanten?

Het van oorsprong Franse neoclassicisme gebruikte graag strikte geometrische vormen als uitgangspunt. Architect Claude Fisco deed niet anders bij zijn ontwerp: het vierkant is de basis van het plein in al zijn onderdelen. De breedte van het plein bedraagt exact viermaal de hoogte van de gevels. Het grondplan toont twee vierkanten met een smalle doorgang tussenin, nl. de verbinding tussen de twee tegenoverliggende straten. Ook de gevels zijn volgens een schema van vierkanten opgebouwd. Het is overduidelijk dat Fisco zich goed had laten inspireren door de neoklassieke architectuurcanon.

...eerder bescheiden huurwoningen herbergde?

De monumentale wit bepleisterde gevels met hoge ramen, zuilen en pilasters, driehoekige frontons en een klassieke fries onder de kroonlijst zouden doen vermoeden dat we hier met oude adellijke verblijven te maken hebben, met prinselijke stadspaleizen of luxueuze herenhuizen.

Maar niets is minder waar. Van in den beginne waren hier gewone woonhuizen gevestigd. Aan de buitengevel te zien hebben de huizen veel allure, maar al bij al zijn de meeste woningen binnenin eerder bescheiden van oppervlakte. Het waren panden die door enkele vermogende promotoren gefinancierd werden en op de markt gebracht als huurwoning.

...in voorgeschreven kleuren moest geschilderd worden?

In het bouwreglement van 1774 werd bepaald dat de eigenaars de gevels in een voorgeschreven kleur moesten schilderen: de muren ‘asschegrauw’ (grijs-wit) en de ramen en deuren in ‘perele couleur’ (parelwit).

Omdat het herschilderen later niet altijd op hetzelfde tijdstip gebeurde en er altijd kleurverschillen optraden bij het mengen van de verf, zag het plein er op den duur niet meer gelijkvormig uit. De stad Brussel heeft meermaals geprobeerd om de eigenaars aan te zetten tot het gezamenlijk herschilderen van àlle gevels.

…vroeger heel wat bomen telde?

Vandaag is het Martelarenplein een ruime, open vlakte met kasseien. Maar in vroegere tijden stonden hier heel wat bomen. In 1802 werd het plein beplant met linden, wat het een geliefde wandelplek maakte voor de Brusselaars. Op den duur gingen die bomen echter de gevels verduisteren en daarom werden enkele rijen omgehakt om meer lichtinval te creëren.

...onderkelderd is voor een crypte?

Het plein is voor een deel onderkelderd. In 1838 liet de Belgische regering een nationaal monument optrekken op het midden van het plein: Pro Patria. Het is een ietwat bombastische beeldengroep met de voorstelling van de Vrijheid, gesymboliseerd door een vrouwenfiguur met aan haar voeten een liggende leeuw op een stapel gebroken kettingen, omringd door allegorische figuren.

Rond het beeld onder het plein bevindt zich een crypte waar niet minder dan 467 ‘helden’ van de Belgische onafhankelijkheidsstrijd werden begraven. Hun namen zijn te lezen op de zwartmarmeren gedenkplaten die de crypte sieren.

...een kunstwerk in Art Nouveau heeft?

Hoewel het plein de neoklassieke stijl uitstraalt, is er één monument dat duidelijk de Art Nouveau in zich draagt: de herdenkingszuil voor Frédéric de Merode, de Belgische graaf die sneuvelde in 1830 tijdens de Belgische revolutie.

Het bronzen portret en het standbeeld in traditionele stijl, zijn van de hand van beeldhouwer Paul Dubois. Maar de arduinen zuil valt op door zwierige zweepslaglijnen en krullen, zo kenmerkend voor de Art Nouveau. De ontwerper was dan ook niet de minste: Henry Van de Velde die het geheel tekende in 1898. We herkennen duidelijk de hand van de meester in dit virtuoze ontwerp.

VRTNU VRTNU VRTNU