Spring naar inhoud

Het Loirekasteel van Zellaer

Het Zellaerkasteel - © canvas
geschreven op 24 januari 2019
Wie een wandeling maakt door de bossen van het landelijke Bonheiden nabij Mechelen kan zich even in Frankrijk wanen, want tussen de bomen doemt plotseling een sprookjesachtige burcht op die zo lijkt weggeplukt uit de Loirestreek: het kasteel van Zellaer.

Ga op verkenning en duik mee in het verleden van dit kasteel…

Een kopie van een Loirekasteel? Een adellijke familie met bloed aan de handen? Een bouwproject in Bonheiden met stenen uit Vilvoorde? Een park met een raadselachtig plan? Stof genoeg voor een Canvas Curiosa, zouden we zo denken. En dus trokken wij naar de poort der Zuiderkempen, zoals Bonheiden wel eens wordt genoemd.

Ambtskledij van de kapelaans en de Zellaristen-kanunniken

Middeleeuws waterslot

De oudste sporen van het Zellaerkasteel in Bonheiden dateren van omstreeks 1225 toen hier een waterslot stond, gebouwd als feodale burcht in opdracht van Wouter Berthout, heer van Mechelen. De eerste bewoner in het midden van de 13de eeuw was wellicht Arnoldus van Zellaer, een welgestelde kanunnik verbonden aan het Sint-Romboutskapittel van Mechelen. De kanunniken en kapelaans die belast waren met de geestelijke bedieningen in de Zellaerkapel van de Sint-Romboutskerk werden Zellaristen genoemd.

Het oude Castellum Zellaert, prent uit 1692

Hoe het kasteel er precies uitzag weten we niet. Er is maar één voorstelling gekend die het Castellum Zellaert weergeeft: een waterburcht met ronde hoektorens. In de loop der eeuwen werd het grondig aangepast en verbouwd. Het goed werd achtereenvolgens bewoond door diverse hoge geestelijken en adellijke families.

In de late 16de eeuw was het eigendom van Balthazar Charles, burgemeester van Mechelen en lid van een adellijk handelaarsgeslacht. In 1661 kocht Amatus de Coriache, vicaris-generaal van het aartsbisdom, het kasteeldomein. In 1687 werd het bezit van Petrus de Romrée, heer van Bonheiden. Tot 1836 bleef het goed in handen van deze familie.

Château Zellaer op de Ferrariskaart van 1777. Let op het klassiek aangelegde parkdomein

Op een prent uit 1851 zien we het latere kasteel met toevoegingen in Franse stijl, zoals een mansardedak en een rococo-deuromlijsting. Op een centrale toren is plaats gemaakt voor een belvedère.

August Van den Eynde: het kasteel van Zellaer, 1851

Kasteel als bruidsschat

Bij de openbare verkoop in 1836 werd het domein beschreven als: "Een schoon buytengoed genaemd Zellaeren, behelzende een sterk en fraey kasteel... afgesloten in schoone en vischrijke waters uytmakende een vierhoekig gebouw geflanqueert van vier torens in ’t midden van welke zich verheft eenen schoonen belverder… hebbende benedenwaarts vestibule in marmer gevloerd, verscheyde schoone zaelen behangen en vercierd met marmeren schouwen…"

De twee kopers, allebei handelaars, doen echter weinig met hun bezit. Uiteindelijk zal baron Albert d’Udekem d’Acoz, voorouder van onze koningin Mathilde, het domein verwerven. Hij schenkt het aan zijn kleindochter Gabrielle Marie Neeffs, een telg uit een oud Mechels geslacht. In 1886 huwt zij met Gustave de Vrière en brengt het kasteel in als bruidsschat. Het ooit zo fiere kasteel was intussen erg onderkomen en helemaal niet meer aangepast aan het moderne comfort.

Gustave de Vrière, ridder, pauselijk graaf en gemeenteraadslid in Bonheiden, besluit de oude vervallen burcht af te breken. Bij die sloopwerken stuit men op zeer oude grondvesten met in de grond geheide houten palen, waarschijnlijk stammend van de eerste bouwfase uit de 13de eeuw.

Kasteel van Zellaer
De grote trap van het Zellaerkasteel

Loirekasteel

En dan begint het verhaal van het huidige Zellaerkasteel. De Vrière vraagt aan een Mechelse architect, ene Heugenbaarts, om een nieuw kasteel te ontwerpen in de toen gangbare neogotische stijl. Het resultaat is een pseudomiddeleeuwse waterburcht met slotgracht, ophaalbrug, donjon en torens, schietgaten en kantelen. Men recupereerde een originele 16de-eeuwse schoorsteenmantel van een oud landhuis uit de buurt in het nieuw opgetrokken kasteel, waarvan het interieur luxueus werd afgewerkt met gesculpteerde houten lambrizeringen en wandbekleding in goudlederimitatie.

Naar verluidt zou de architect zich hebben laten leiden door Franse voorbeelden uit de Loirestreek. Welk kasteel precies model stond is onduidelijk. Verschillende Loirekastelen, zoals die van Plessis-Bourré, Chaumont, Langeais, Nogent-le-Rotrou, Sully en Ussé vertonen kenmerken die we in Zellaer terugvinden.

Oude postkaarten van het Zellaerkasteel. Vergelijk met de onderstaande Loirekastelen

Stenen uit Vilvoorde

Het bouwmateriaal – Gobertange-zandsteen – is voor een deel afkomstig van de afbraak van de stadsomwalling van Vilvoorde, die vanaf 1851 werd geslecht. Zoals in vele Belgische steden waren de oude middeleeuwse vestingwerken in de 19de eeuw erg vervallen en vormden ze een beletsel voor stadsuitbreiding. Daarom werden ze massaal gesloopt en de stenen werden verkocht. De Vilvoordse stenen werden per trein tot in het goederenstation van Mechelen-Nekkerspoel gevoerd, daar overgeladen en met paard en kar tot in Zellaer getransporteerd, een zware opdracht voor de pachters van het kasteel.

Nepruïne in het Vilvoordse Hanssenspark

Vandaag rest in Vilvoorde niets meer van de oude fortificaties, behalve dan het Hanssenspark dat aangelegd is op de plek van de vroegere stadsgracht. In het Vilvoordse park staat nog een torenruïne, maar laat je niet foppen: het is een 19de-eeuwse nepconstructie en geen overblijfsel van de oude stadsmuren. Wie nog iets wil zien van de Vilvoordse omwalling kan dus beter naar Bonheiden gaan, want de mooie gevels van het Zellaerkasteel danken hun uitzicht aan Vilvoords afbraakmateriaal.

Koetshuis en voorgevel van het kasteel

Het raadsel van het park

Omdat het parkdomein met zijn overwoekerde grachten en vijvers en dichtgegroeide paden aan een opfrisbeurt toe is, werd het studiebureau Antea belast met het opmaken van een beheerplan. De onderzoekers vonden het vreemd dat er heel wat ‘assen’ door het domein te vinden zijn in de vorm van dreven, lanen en grachten, maar dat die niet symmetrisch parallel lopen. De twee belangrijkste hoofdassen lopen schuin ten opzichte van elkaar. Toch wel vreemd voor een parkaanleg die waarschijnlijk een stuk ouder is dan de tweede helft van de 18de eeuw, toen de Ferrariskaart (zie afbeelding hoger) werd vervaardigd.

Zellaer op de zogenaamde Poppkaart (ca. 1858), met aanduiding van de twee assen. (Opgelet: deze kaart is niet naar het noorden gericht.)

En toen kwamen de onderzoekers op het idee om deze assen verder door te trekken, en wat blijkt? De bovenste as (rode lijn), die vertrekt vanuit de lange gracht en dwars door de kasteelpoort loopt, eindigt enkele kilometers verder precies op de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle, de tweede kerk van Mechelen. En de andere as (groene lijn), die daar schuin onder ligt, loopt vanuit de korte gracht door de oude kasteeldreef tot aan… de Sint-Rombouts, de grootste kerk van Mechelen.

Toeval? Waren niet tot in de late 17de eeuw de bewoners van dit kasteel allemaal hoge geestelijken, verbonden aan de kerken in Mechelen? Het is niet ondenkbaar dat een van hen het kasteeldomein in Franse stijl – denk aan Versailles met zijn kanalen en lanen – heeft laten aanleggen en daarbij bewust de link wou leggen met de twee belangrijkste kerken van Mechelen, waarvan de torens van ver te zien zijn.

De assen vanuit Zellaer tot in Mechelen

Moord in de bossen

De broer van kasteelheer Gustave de Vrière was ridder Etienne de Vrière. Zijn naam duikt op in de historie rond de moorden van Beernem, bekend van de tv-reeks De bossen van Vlaanderen. In en rond de West-Vlaamse gemeente werd tussen 1915 en 1927 een reeks moorden gepleegd, die nooit werden opgehelderd. Etienne de Vrière, die in die periode burgemeester was van Beernem, werd genoemd als mogelijke verdachte of medeplichtige. Deze affaire wierp een smet op de hele familie de Vrière.

Een andere moord houdt rechtstreeks verband met het Zellaerdomein. Op 19 maart 1972 kwam Zellaer op een griezelige manier in het nieuws. In de bossen achter het kasteel werd het verminkte lijk aangetroffen van een 19-jarig meisje. Het bleek het derde slachtoffer te zijn van Staf Van Eyken, de zogenaamde Vampier van Muizen. Het was meteen ook het laatste slachtoffer van deze beruchte seriemoordenaar, die kort daarop werd gearresteerd en nu nog altijd zijn gevangenisstraf uitzit. Hij is daarmee de langst zittende gedetineerde van ons land.

Zijgevel van het kasteel

En nu?

Sedert 1962 werd het kasteel gebruikt als katholiek bezinningscentrum door de Foyer de Charité. In 2017 kwamen het domein en het kasteel onder het beheer van de gemeente Bonheiden en de vzw Kempens Landschap. Kasteel en park zullen worden aangepakt en gerenoveerd. In de nabije toekomst komt er een horecagelegenheid, maar nu al is het domein toegankelijk voor het publiek. Meer info is te vinden op de site van vzw Kempens Landschap.

Met dank aan Karolien Horckmans van de vzw Kempens Landschap.

VRTNU VRTNU VRTNU