Spring naar inhoud

Het college van Maasmechelen

en de schat der Merovingers

College Maasmechelen - Merovinger - © canvas
geschreven op 15 november 2018

Langsheen de Rijksweg in Maasmechelen staat het Heilig Hartcollege, een eclectisch gebouw uit 1914 met een opmerkelijke architectuur. De voorgevel is een kopie van het Amsterdamse Rijksmuseum, binnen slingert een dubbele spiraaltrap zich spectaculair naar boven en achteraan ligt een monumentale koepelkapel – in feite de grootste kerk van de Maasgemeente.

Bezoek deze unieke school en ontdek een Merovingische schat…

Oude foto van de voorgevel van het Heilig Hartcollege, Maasmechelen
Rijksmuseum, Amsterdam

Wie langs de oude Rijksweg 357, het traject van een oude Napoleontische weg, in Maasmechelen passeert, kan er niet naast kijken: plots zie je een monumentale gevelpartij die verdacht veel lijkt op die van het Amsterdamse Rijksmuseum. Ligt hier misschien een dependance van het Hollandse museum?

Neen hoor, dit is de voorbouw van het Heilig-Hartcollege, een katholieke school die thans deel uit maakt van campus De Helix. Architect van dit eclectische bouwwerk was Victor Verlinden, bouwmeester van het bisdom Luik, dat de opdrachtgever was.

Bisschop Martin-Hubert Rutten

De toenmalige bisschop Martin-Hubert Rutten (1841-1927), hoewel bisschop van Luik, was een flamingant. Hij was de eerste Nederlandstalige bisschop van het Maasbisdom. Rutten was er veel aan gelegen om het onderwijs in Limburg, dat deel uitmaakte van zijn diocees, te vernederlandsen en hij liet dan ook verschillende nieuwe scholen bouwen. Als bisschop stichtte hij 13 scholen in Limburg, waaronder het Heilig Hartcollege van Maasmechelen.

De school startte als normaalschool (lerarenopleiding), maar bisschop Rutten voorzag tegelijk een college (humaniora) en een vakschool (beroeps), waarvan de opleidingen aansloten bij de noden van de in aanbouw zijnde steenkoolmijnen in Limburg in de vroege jaren van de 20ste eeuw.

Molen van Wirtz, gesloopt in 1909

De locatie langsheen de rijksweg lag voor de hand: makkelijk bereikbaar én in het oog springend. Voor de constructie van de school werd een oude molen gesloopt, de staakmolen van Wirtz uit 1759. Bij het aanleggen van de fundamenten in 1912 deed men enkele opmerkelijke archeologische vondsten: een Merovingisch grafveld met tal van funeraire giften.

Voorgevel van het college, geïnspireerd door het Rijksmuseum
Het Rijksmuseum in Amsterdam

Museumgevel

Tijdens eerste bouwfase van 1912 tot 1916 werd de monumentale gevelpartij langsheen de rijksweg opgetrokken. Architect Victor Verlinden zag het groots: de gevel is 120 meter breed en heeft de allure van een paleis. De Luikse architect liet zich duidelijk inspireren door zijn Nederlandse collega Pierre Cuypers en dan vooral door diens imposante Rijksmuseum van Amsterdam (1885). Verlinden kopieerde het algemene opzet van Cuypers: een centrale ingang met dubbele vierkante torens en twee zijvleugels met uitspringende hoekblokken. Terwijl de topgevel boven de ingang van het Rijksmuseum bekroond is met een beeld van Minerva, godin der kunsten, prijkt in Maasmechelen een Christusbeeld van het Heilig Hart. De bouwlagen zijn ongemeen hoog: de lokalen van het gelijkvloers bereiken een hoogte van zomaar eventjes 5,50 meter!

Oude foto van de trappenhal

Trappen

De technische school werd gebouwd tussen 1922 en 1924. Deze fase omvat een ruime, rechthoekige hal met een glazen dak, geschraagd door een stalen gebinte waarin de stijl van de Art Nouveau doorleeft. Ook hier was Verlinden de architect. Blikvanger is de dubbele zwevende spiraaltrap in spanbeton, die de balkons met elkaar verbindt. In de terrazzovloer is het wapenschild van bisschop Rutten aangebracht in mozaïek met zijn spreuk "Non recuso laborem" (ik weiger het werk niet).

De dubbele zwevende spiraaltrap in Maasmechelen
Het tweelingbroertje van de trap, maar dan in het Sint-Amandscollege van Kortrijk

De markante spiraaltrap van het Heilig Hartcollege in Maasmechelen lijkt uniek, maar tot onze verbazing vinden we een bijna identieke trap aan de andere kant van het land in het Sint-Amandscollege in Kortrijk, nu Guldensporencollege, de oude school van Hugo Claus. De klassenhal in Kortrijk werd opgetrokken in 1913 naar een ontwerp van Jules Félix Carette en werd al in oktober van datzelfde jaar in gebruik genomen. Heeft Verlinden deze trap gezien en kopieerde hij het Kortrijkse model, zoals hij zich ook liet begeesteren door het Rijksmuseum? Of gaan beide terug op een derde, nog oudere trap? De gelijkenis is alleszins treffend.

De kapel, langs de achterzijde gezien
Oude foto van de kapel: het altaar

Koepel

De derde bouwfase dateert van 1934 tot 1936 en resulteerde in een bijzonder ruime kapel, eigenlijk meer een kerk, want naar verluidt de grootste kerk van Maasmechelen en omstreken. Opnieuw tekende Victor Verlinden de plannen. Bij het allereerste project was nog een neogotische kapel voorzien, maar in de jaren ’30 was deze stijl intussen achterhaald en dus koos Verlinden voor een andere stijl: na de neogotiek van de voorbouw en de Art Nouveau-invloeden van de trappenhal opteerde hij voor een mengeling van neoromaans en neobyzantijns met lichte Art Deco-elementen. Niet toevallig moeten we hier en daar denken aan de Basiliek van Koekelberg.

Zicht op de koepel en één van de roosvensters

Het grondplan van de kerk is een vierkant van 24 bij 24 meter. De achthoekige koepel wordt gedragen door vier massieve pijlers die met machtige rondbogen met elkaar verbonden zijn. Het geheel oogt imposant. Het ruime interieur wordt verlicht door grote glasramen met kleurrijke voorstellingen, waaronder twee roosvensters. In de kapel konden probleemloos enkele honderden leerlingen tegelijk de mis volgen. Vandaag wordt ze nog gebruikt voor schoolevenementen en plechtigheden. En ook trouwlustige Maasmechelaars kunnen er terecht om hun huwelijk een zekere allure te geven.

De schat der Merovingers

Bij de verschillende constructieperiodes van het college werden archeologische vondsten gedaan die wijzen op eeuwenoude bewoning van deze site. De oudste vondsten gaan terug tot de Steentijd (neolithicum vanaf 5300 v.C.) en omvatten o.m. vuistbijlen en pijlpunten. Andere zijn Gallo-Romeins (1ste tot 5de eeuw n.C.), niet verwonderlijk, want achter de school liep een vroegere Romeinse heirbaan. Het gaat om potten, schalen en ander aardewerk en verschillende munten uit het keizerrijk.

Maar de meest tot de verbeelding sprekende ontdekkingen kwamen aan het oppervlak bij de afbraak van de oude molen van Wirtz. Toen de molenheuvel werd geslecht, vond men een grafveld dat dateerde uit de Merovingische tijd. De graven bevatten naast een twintigtal versierde potten of urnen een bronzen sieraad: een fibula of mantelspeld. Jarenlang werden de vondsten bewaard in de school zelf, waar de leerlingen een blik konden werpen op deze schat die werd omschreven als "het graf van de Merovingische krijger".

Na verloop van tijd raakten de archeologische stukken verspreid. Een groot deel kwam terecht in het Gallo-Romeins Museum van Tongeren, waar de items werden geregistreerd en onderzocht. Op 25 oktober waren wij getuige van de formele teruggave van deze stukken – in totaal 18 dozen – door het Gallo-Romeins Museum aan de rechtmatige eigenaar, zijnde de scholengemeenschap van campus De Helix.

Uw reporter met een Merovingische urne in de handen

Zoals een kind op Sinterklaasdag mochten wij mee de dozen openen en kijken naar de verborgen relicten. En wees ervan overtuigd, het doet toch wel wat als je een vaas van meer dan 1000 jaar oud kan uitpakken. Voortaan ligt 'de schat der Merovingers' terug op de plek waar ze ooit werd opgegraven. Een aanwinst voor de school!


Dank

Met dank aan Jonas Slegers en Elke Coenen van campus De Helix voor de ontvangst en de medewerking.

VRTNU VRTNU VRTNU