Spring naar inhoud

Halloween: kunst om te griezelen

Halloween: kunst om te griezelen - © CC
geschreven op 24 oktober 2018

Halloween, tot voor enkele jaren een typisch Angelsaksisch feest, is intussen ingeburgerd in West-Europa. Je kan geen winkel meer passeren of er ligt wel een pompoen in de vitrine, al dan niet vergezeld van een plastieken vleermuis. Vanwaar komt de traditie om in de Halloweennacht van 31 oktober op 1 november griezelig verkleed en met uitgeholde pompoenlantaarns van deur tot deur te trekken?

En bestaat er zoiets als Halloweenkunst? 10 enge kunstwerken op een rijtje. En allemaal te bekijken in musea en collecties in eigen land. ’n Tip voor een griezelige roadtrip!

Ontdek Halloween en 10 griezelkunstwerken.

Keltische mensenoffers

De term Halloween is een verbastering van All Hallow’s Eve, wat Allerheiligenavond betekent. Je zou misschien denken dat het feest daarom iets te maken heeft met de christelijke feestdagen van Allerheiligen (1 november) en het verwante Allerzielen (2 november), dagen waarop we de overledenen gedenken. Maar eigenlijk gaat Halloween terug op een Keltisch winterfeest, genaamd Samhain. De Kelten – de oorspronkelijk bewoners van Europa – vierden op 31 oktober het einde van het oogstseizoen en het begin van de winter.

Men herdacht ook de mensen die het afgelopen jaar waren overleden. De Kelten waren ervan overtuigd dat in de nacht van Samhain onze aardse wereld in verbinding kwam te staan met de spirituele wereld. De wereld van de levenden en die van de doden vervloeiden met elkaar. Die vervlechting leverde ook gevaren op, want niet àlle geesten uit de Andere Wereld hadden goede bedoelingen. Slechte demonen konden onheil veroorzaken, vee doden, kinderen ontvoeren en de oogst vernielen.

Keltische mensenoffers in een reus van vlechtwerk

Daarom brachten de Kelten op Samhain zoenoffers om de geesten gunstig te stemmen. Volgens sommige Romeinse auteurs ging het zelfs om mensenoffers, waarbij slachtoffers in reusachtige beelden van vlechtwerk levend werden verbrand.

Allerheiligen

Toen de Romeinen onze streken veroverden, namen zij het Keltische Samhain over en vermengden het met hun Romeinse oogstfeest rond de godin Pomona. Wanneer enkele eeuwen later het christendom zijn intrede deed, wou de kerk al die heidense festiviteiten teniet doen en vervangen door een christelijk feest: dat werd Allerheiligen, waarop men de heiligen en martelaren viert, en Allerzielen, ter ere van àlle overledenen.

Het Witte Huis in Washington, versierd voor Halloween

Maar hoe komt het dat wij Halloween nu nog vieren, weliswaar met een omweg via Amerika en de Angelsaksische landen? Dat heeft alles te maken met het voortleven van de Keltische tradities in Ierland. Toen daar in de jaren 1845-1850 de aardappeloogst mislukte en een enorme hongersnood veroorzaakte, emigreerden miljoenen Ieren naar Noord-Amerika. Zij namen hun oude tradities mee en zo raakte Halloween met de vermenging van christelijke en heidense gebruiken verspreid over Amerika.

Het gebruik om je als een enge duivel of heks te verkleden verwijst rechtstreeks naar het heidense geloof dat op Samhain de demonen op aarde ronddwalen. En de uitgeholde pompoenen zijn gelinkt aan het oogstfeest.

10 griezelige kunstwerken

Om je cultureel verantwoord onder te dompelen in de sfeer van Halloween, verzamelden wij tien kunstwerken om te griezelen, allemaal te bekijken in ons land. Soms in musea, maar net zo goed gewoon op straat. Een culturele Halloween uitstap...

De overhaaste begrafenis

De overhaaste begrafenis

De Belgische schilder Antoine Wiertz (1806-1865) had een interesse, om niet te zeggen obsessie, voor het macabere, het morbide. Nu was dat in de 19de eeuw niet zo uitzonderlijk. Denk maar aan de verhalen van Edgar Allan Poe. Bijvoorbeeld de angst om levend begraven te worden was diepgeworteld in die tijd. Er werden speciale doodskisten ontworpen met alarmbelletjes en allerlei hulpmiddelen om desnoods uit het graf te kunnen ontsnappen.

Wiertz' schilderij 'De overhaaste begrafenis' speelt daarop in en toont een choleraslachtoffer, dat zijn doodskist tracht te openen. Zijn klauwende hand grijpt in het ijle. Met verschrikte ogen kijkt hij uit zijn kist die in een donkere crypte ligt tussen de knekels. Het schilderij hangt in het Wiertzmuseum in Brussel.


Het oordeel van Cambyses

Het oordeel van Cambyses

Gerard David (ca. 1455-1525), een schilder in de traditie van de Vlaamse Primitieven, schilderde dit gerechtigheidstafereel in opdracht van de schepenen van de stad Brugge in het jaar 1498. Dit paneel toont de bijzonder gruwelijke marteling van de corrupte rechter Sisamnes, veroordeeld door de Perzische koning Cambyses. Gerard David heeft de tortuur heel expliciet in beeld gebracht. De beulen stropen Sisamnes levend zijn huid af. Hij ondergaat de marteling met een van pijn vertrokken gezicht. Bovenaan rechts zie je een nieuw aangestelde rechter, zetelend op een troon die getooid is met de afgestroopte huid van Sisamnes, een permanente waarschuwing om eerlijk te oordelen.

Dit schilderij, deel van een tweeluik, hing aanvankelijk in de schepenkamer van het Brugse stadhuis, nu in het Groeningemuseum in Brugge.


De zuiveringsengel

De zuiveringsengel

Dit beeld van Tom Frantzen is een symbolische aanklacht tegen enerzijds de chemische oorlogsvoering wereldwijd - de Eerste Wereldoorlog is nooit veraf - en de natuurverontreiniging en de intellectuele pollutie anderzijds. De vredelievende engel verstikt, kan niet meer op zijn trompet blazen en wordt bijgevolg agressief. Frantzen (° 1954) is vooral gekend voor zijn vele straatbeelden, vaak doorspekt met humor, maar hier is de humor ver te zoeken. De engel met zijn priemende vinger is allesbehalve grappig en kijkt vanonder zijn gasmasker ronduit beschuldigend naar de toeschouwer.

In oorsprong was het beeld bedoeld voor een dak in Brussel, op die manier verwijst het beeld naar de aartsengel Michael, de patroonheilige van Brussel. Nu vind je het aan de Augustijnenkaai in Gent.


Memento Mori

Memento Mori

Deze Memento Mori (letterlijk vertaald: Bedenk dat je moet sterven) is een typische Vanitas-voorstelling, waarin de toeschouwer herinnerd wordt aan de vergankelijkheid van het leven. In de middeleeuwen kwamen dergelijke voorstellingen veel voor, o.m. op grafmonumenten waarbij men er niet voor terugschrok om rottende lijken af te beelden, zoals hier met wormen en maden. Het was een waarschuwing om niet teveel aandacht te besteden aan de uiterlijke ijdelheden van het bestaan, maar je meer toe te leggen op het spirituele, want denk eraan dat je op een dag gaat sterven en dat je voor het aangezicht van God zal verschijnen.

Dit ivoren beeldje dateert uit de 16de eeuw en is Belgisch privé-bezit, tijdelijk ontleend aan het Erasmushuis in Anderlecht.


Martelaarschap van H. Agatha

Martelaarschap van H. Agatha

In de Begijnhofkerk van Sint-Truiden treffen we verschillende middeleeuwse muurschilderingen aan, o.m. deze voorstelling van het Martelaarschap van de Heilige Agatha. Sint-Agatha zou geleefd hebben in de 3de eeuw op het eiland Sicilië. Omdat ze weigerde zich te onderwerpen aan een Romeinse landvoogd werd ze gefolterd: ze werd verminkt en haar beide borsten werden afgesneden, maar ze genas op miraculeuze wijze. Opnieuw werd ze gemarteld en deze keer stierf ze. Ze wordt aanroepen tegen borstkanker. In de christelijke iconografie wordt Agatha meestal voorgesteld als een jonge vrouw met haar afgesneden borsten op een schaal. Hier zien we de foltering in volle actie.

Het begijnhof van Sint-Truiden werd gesticht in de 13de eeuw. De kerk werd gebouwd vanaf 1258. De muurschilderingen, 38 in totaal, dateren uit de 14de en 15de eeuw en beelden naast de H. Agatha tal van andere heiligen en de apostelen af.


Jonas

Jonas

Het bevreemdende beeld van deze hangende jongen, genaamd Jonas, is een werk van de Gentse beeldhouwster Sofie Muller (° 1974). Jonas hangt aan de gevel van een statig herenhuis in de straat Prinsenhof in Gent. Wie hier omhoog kijkt, ziet plots een zwart jongetje in een blauw pak en met veel te grote schoenen aan de witte gevelmuur hangen.

Op zich lijkt het een simpel beeld van een kleine jongen, maar door het feit dat hij hoog tegen de gevel ophangt, krijg je als toeschouwer een ongemakkelijk gevoel. Het is niet duidelijk of het kind nog leeft. Eerlijk gezegd bezorgt Jonas mij kippenvel.


Graf Wemaer-Heene

Graf Wemaer-Heene

Kerkhoven en begraafplaatsen zijn sowieso plekken die voor veel mensen griezelig overkomen. En sommige grafmonumenten versterken dat gevoel alleen maar. Een voorbeeld is het graf van Antoine Michel Wemaer en zijn echtgenote Marie-Alide Heene op de Centrale Begraafplaats van de stad Brugge.

Deze rijke Brugse handelaar stierf in 1837 en liet een praalgraf optrekken voor hemzelf en zijn vrouw. Op een grote arduinen kolom staan opschriften gegraveerd, maar wat opvalt is het stenen kussen vooraan, waarop een schedel en twee gekruiste knoken liggen, alles overgroeid met mos en klimop. De opengesperde mond van de doodskop lijkt te schreeuwen. Ik kan me voorstellen dat avondlijke wandelaars schrikken als ze geconfronteerd worden met dit tafereel, de perfecte setting voor een gothic novel.


Martelaarschap van H. Livinus

Martelaarschap van H. Livinus

Pieter Pauwel Rubens (1577-1640) linken we niet direct aan enge taferelen, maar qua griezelige effectjagerij kan deze voorstelling van het Martelaarschap van de Heilige Livinus wel tellen: een beul heeft net de tong van de heilige uitgerukt en biedt deze nu te eten aan een hongerige hond. Dankzij handige diagonaallijnen en de rode kleuraccenten van de muts van de beul en de bloederige tong wordt onze blik onwillekeurig naar dit gruwelijke detail getrokken.

Livinus van Gent, die volgens de traditie overleed in het jaar 657 in Sint-Lievens-Esse, was een populaire heilige in Oost-Vlaanderen. Het monumentale schilderij uit 1633, dat zijn marteldood uitbeeldt, was oorspronkelijk bestemd voor de Jezuïetenkerk van Gent. Thans hangt het in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel.


L'homme à moulons

L'homme à moulons

Om hoge edelen eraan te herinneren dat ze ook maar sterfelijke mensen waren, werden vroeger hun funeraire monumenten 'getooid' met een gisant, een liggende figuur van een ontbindend lijk of een skelet. In Frankrijk zijn dergelijke graven courant, maar in ons land eerder zeldzaam. In een kapel van de Saint-Gérykerk in Boussu, een gemeente in Henegouwen, ligt zo'n beeld, genaamd L'Homme à moulons.

Het is een werk van de Bergense renaissance-beeldhouwer Jacques Du Broeucq (1505-1584) die het maakte voor Heren van Boussu. In dezelfde grafkapel ligt ook een beeld van de nog niet vergane versie van deze man, zodat het schokkende contrast tussen leven en dood nog feller in het licht wordt gesteld.


Fire from the Sun

Fire from the Sun

De Belgische kunstenaar Michaël Borremans (° 1963) maakte vorig jaar een serie schilderijen onder de titel 'Fire form the Sun', deel uitmakend van de expo 'Sixteen Dances'. Het zijn verontrustende voorstellingen van bebloede of beschilderde kleuters die aan het spelen zijn met afgehakte menselijke ledematen. We zien ze zelfs bijten van het vlees. Een ander tafereel toont een kleuter die lijkt te ontbranden tot een levende fakkel.

Aanvankelijk had Borremans het idee om oude dansstijlen uit te beelden, maar gaandeweg is het veranderd in deze bizarre taferelen. Hij geeft zelf toe dat de werken iets demonisch uitstralen. Vooral de combinatie van de onschuld van de kleuters met de wreedheid die geleid heeft tot dit bloederig tafereel wekt afschuw op bij de kijker, die zich hoe dan ook ongemakkelijk voelt bij zoveel gratuit geweld. De schilderijen waren te zien in Zeno X Gallery in Antwerpen en zijn ook uitgegeven in boekvorm.


De overhaaste begrafenis

De Belgische schilder Antoine Wiertz (1806-1865) had een interesse, om niet te zeggen obsessie, voor het macabere, het morbide. Nu was dat in de 19de eeuw niet zo uitzonderlijk. Denk maar aan de verhalen van Edgar Allan Poe. Bijvoorbeeld de angst om levend begraven te worden was diepgeworteld in die tijd. Er werden speciale doodskisten ontworpen met alarmbelletjes en allerlei hulpmiddelen om desnoods uit het graf te kunnen ontsnappen.

Wiertz' schilderij 'De overhaaste begrafenis' speelt daarop in en toont een choleraslachtoffer, dat zijn doodskist tracht te openen. Zijn klauwende hand grijpt in het ijle. Met verschrikte ogen kijkt hij uit zijn kist die in een donkere crypte ligt tussen de knekels. Het schilderij hangt in het Wiertzmuseum in Brussel.

Het oordeel van Cambyses

Gerard David (ca. 1455-1525), een schilder in de traditie van de Vlaamse Primitieven, schilderde dit gerechtigheidstafereel in opdracht van de schepenen van de stad Brugge in het jaar 1498. Dit paneel toont de bijzonder gruwelijke marteling van de corrupte rechter Sisamnes, veroordeeld door de Perzische koning Cambyses. Gerard David heeft de tortuur heel expliciet in beeld gebracht. De beulen stropen Sisamnes levend zijn huid af. Hij ondergaat de marteling met een van pijn vertrokken gezicht. Bovenaan rechts zie je een nieuw aangestelde rechter, zetelend op een troon die getooid is met de afgestroopte huid van Sisamnes, een permanente waarschuwing om eerlijk te oordelen.

Dit schilderij, deel van een tweeluik, hing aanvankelijk in de schepenkamer van het Brugse stadhuis, nu in het Groeningemuseum in Brugge.

De zuiveringsengel

Dit beeld van Tom Frantzen is een symbolische aanklacht tegen enerzijds de chemische oorlogsvoering wereldwijd - de Eerste Wereldoorlog is nooit veraf - en de natuurverontreiniging en de intellectuele pollutie anderzijds. De vredelievende engel verstikt, kan niet meer op zijn trompet blazen en wordt bijgevolg agressief. Frantzen (° 1954) is vooral gekend voor zijn vele straatbeelden, vaak doorspekt met humor, maar hier is de humor ver te zoeken. De engel met zijn priemende vinger is allesbehalve grappig en kijkt vanonder zijn gasmasker ronduit beschuldigend naar de toeschouwer.

In oorsprong was het beeld bedoeld voor een dak in Brussel, op die manier verwijst het beeld naar de aartsengel Michael, de patroonheilige van Brussel. Nu vind je het aan de Augustijnenkaai in Gent.

Memento Mori

Deze Memento Mori (letterlijk vertaald: Bedenk dat je moet sterven) is een typische Vanitas-voorstelling, waarin de toeschouwer herinnerd wordt aan de vergankelijkheid van het leven. In de middeleeuwen kwamen dergelijke voorstellingen veel voor, o.m. op grafmonumenten waarbij men er niet voor terugschrok om rottende lijken af te beelden, zoals hier met wormen en maden. Het was een waarschuwing om niet teveel aandacht te besteden aan de uiterlijke ijdelheden van het bestaan, maar je meer toe te leggen op het spirituele, want denk eraan dat je op een dag gaat sterven en dat je voor het aangezicht van God zal verschijnen.

Dit ivoren beeldje dateert uit de 16de eeuw en is Belgisch privé-bezit, tijdelijk ontleend aan het Erasmushuis in Anderlecht.

Martelaarschap van H. Agatha

In de Begijnhofkerk van Sint-Truiden treffen we verschillende middeleeuwse muurschilderingen aan, o.m. deze voorstelling van het Martelaarschap van de Heilige Agatha. Sint-Agatha zou geleefd hebben in de 3de eeuw op het eiland Sicilië. Omdat ze weigerde zich te onderwerpen aan een Romeinse landvoogd werd ze gefolterd: ze werd verminkt en haar beide borsten werden afgesneden, maar ze genas op miraculeuze wijze. Opnieuw werd ze gemarteld en deze keer stierf ze. Ze wordt aanroepen tegen borstkanker. In de christelijke iconografie wordt Agatha meestal voorgesteld als een jonge vrouw met haar afgesneden borsten op een schaal. Hier zien we de foltering in volle actie.

Het begijnhof van Sint-Truiden werd gesticht in de 13de eeuw. De kerk werd gebouwd vanaf 1258. De muurschilderingen, 38 in totaal, dateren uit de 14de en 15de eeuw en beelden naast de H. Agatha tal van andere heiligen en de apostelen af.

Jonas

Het bevreemdende beeld van deze hangende jongen, genaamd Jonas, is een werk van de Gentse beeldhouwster Sofie Muller (° 1974). Jonas hangt aan de gevel van een statig herenhuis in de straat Prinsenhof in Gent. Wie hier omhoog kijkt, ziet plots een zwart jongetje in een blauw pak en met veel te grote schoenen aan de witte gevelmuur hangen.

Op zich lijkt het een simpel beeld van een kleine jongen, maar door het feit dat hij hoog tegen de gevel ophangt, krijg je als toeschouwer een ongemakkelijk gevoel. Het is niet duidelijk of het kind nog leeft. Eerlijk gezegd bezorgt Jonas mij kippenvel.

Graf Wemaer-Heene

Kerkhoven en begraafplaatsen zijn sowieso plekken die voor veel mensen griezelig overkomen. En sommige grafmonumenten versterken dat gevoel alleen maar. Een voorbeeld is het graf van Antoine Michel Wemaer en zijn echtgenote Marie-Alide Heene op de Centrale Begraafplaats van de stad Brugge.

Deze rijke Brugse handelaar stierf in 1837 en liet een praalgraf optrekken voor hemzelf en zijn vrouw. Op een grote arduinen kolom staan opschriften gegraveerd, maar wat opvalt is het stenen kussen vooraan, waarop een schedel en twee gekruiste knoken liggen, alles overgroeid met mos en klimop. De opengesperde mond van de doodskop lijkt te schreeuwen. Ik kan me voorstellen dat avondlijke wandelaars schrikken als ze geconfronteerd worden met dit tafereel, de perfecte setting voor een gothic novel.

Martelaarschap van H. Livinus

Pieter Pauwel Rubens (1577-1640) linken we niet direct aan enge taferelen, maar qua griezelige effectjagerij kan deze voorstelling van het Martelaarschap van de Heilige Livinus wel tellen: een beul heeft net de tong van de heilige uitgerukt en biedt deze nu te eten aan een hongerige hond. Dankzij handige diagonaallijnen en de rode kleuraccenten van de muts van de beul en de bloederige tong wordt onze blik onwillekeurig naar dit gruwelijke detail getrokken.

Livinus van Gent, die volgens de traditie overleed in het jaar 657 in Sint-Lievens-Esse, was een populaire heilige in Oost-Vlaanderen. Het monumentale schilderij uit 1633, dat zijn marteldood uitbeeldt, was oorspronkelijk bestemd voor de Jezuïetenkerk van Gent. Thans hangt het in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel.

L'homme à moulons

Om hoge edelen eraan te herinneren dat ze ook maar sterfelijke mensen waren, werden vroeger hun funeraire monumenten 'getooid' met een gisant, een liggende figuur van een ontbindend lijk of een skelet. In Frankrijk zijn dergelijke graven courant, maar in ons land eerder zeldzaam. In een kapel van de Saint-Gérykerk in Boussu, een gemeente in Henegouwen, ligt zo'n beeld, genaamd L'Homme à moulons.

Het is een werk van de Bergense renaissance-beeldhouwer Jacques Du Broeucq (1505-1584) die het maakte voor Heren van Boussu. In dezelfde grafkapel ligt ook een beeld van de nog niet vergane versie van deze man, zodat het schokkende contrast tussen leven en dood nog feller in het licht wordt gesteld.

Fire from the Sun

De Belgische kunstenaar Michaël Borremans (° 1963) maakte vorig jaar een serie schilderijen onder de titel 'Fire form the Sun', deel uitmakend van de expo 'Sixteen Dances'. Het zijn verontrustende voorstellingen van bebloede of beschilderde kleuters die aan het spelen zijn met afgehakte menselijke ledematen. We zien ze zelfs bijten van het vlees. Een ander tafereel toont een kleuter die lijkt te ontbranden tot een levende fakkel.

Aanvankelijk had Borremans het idee om oude dansstijlen uit te beelden, maar gaandeweg is het veranderd in deze bizarre taferelen. Hij geeft zelf toe dat de werken iets demonisch uitstralen. Vooral de combinatie van de onschuld van de kleuters met de wreedheid die geleid heeft tot dit bloederig tafereel wekt afschuw op bij de kijker, die zich hoe dan ook ongemakkelijk voelt bij zoveel gratuit geweld. De schilderijen waren te zien in Zeno X Gallery in Antwerpen en zijn ook uitgegeven in boekvorm.

VRTNU VRTNU VRTNU