Spring naar inhoud

De zeepoliepen van de keizer

Keizer Hirohito - © canvas
geschreven op 19 oktober 2018

Toen de Duitse troepen in 1940 België binnenvielen, vrijwaarden ze behoedzaam het Natuurhistorisch Museum in Brussel, want daar lag iets dat toebehoorde aan de Japanse keizer. Wat had keizer Hirohito verloren in Brussel?

Ontdek het wonderlijke verhaal van de zeepoliepen van de keizer

Het oude paleis van Karel van Lorreinen, de eerste locatie van het natuurhistorisch museum

Hertog-verzamelaar

Het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel – bij het ruime publiek gekend als het dinosaurusmuseum – is één van de meest populaire musea van ons land. Het maakt eigenlijk deel uit van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, onderwerp van de nieuwe Canvasreeks 'Er was eens'. Dit museum / instituut kent een lange geschiedenis. Het gaat terug op de oude curiositeitenverzameling van hertog Karel van Lorreinen (1712-1780), in 1814 als een klein natuurhistorisch museum ondergebracht in het Hof van Nassau aan de Brusselse Kunstberg. Enkele jaren later nam de Belgische staat deze collectie over en werd het Musée Royal des Sciences Naturelles opgericht.

Opbouw van het geraamte van een iguanodon in Brussel (1882)

Na de spectaculaire vondsten van de beroemde dinosaurusskeletten - de iguanodons van Bernissart - had men nood aan een ruimere locatie en week men uit naar het Leopoldpark, waar een voormalig klooster grondig werd omgebouwd. Het opende de deuren in 1891 en werd in 1905 uitgebreid door architect Charles-Emile Janlet met grote tentoonstellingszalen in gietijzer en glas. De wetenschappelijke omkadering groeide mee en gaandeweg bouwde het museum een stevige internationale reputatie op.

Het torengebouw van het instituut en museum

De bouw van een moderne constructie, ontworpen door architect Lucien De Vestel, duurde van 1935 tot 1958, en herbergt thans in een dubbel torengebouw het wetenschappelijk instituut met labo’s en werkruimtes enerzijds en de collecties anderzijds, in totaal 37 miljoen stuks, gaande van microscopische insecten tot reuze-iguanodons. De malacologische ofte schelpencollectie is met zijn 9 miljoen exemplaren de derde grootste ter wereld. Dat het instituut een internationale faam heeft én had, mag blijken uit het verhaal van de keizerlijke zeepoliepen.

Keizer Hirohito, amateur-bioloog

Keizer-bioloog

De Japanse keizer Hirohito (1901-1989), in Japan genoemd bij zijn postume naam Showa, was een wereldwijd erkend mariene bioloog, weliswaar een amateur, maar toch met een serieuze wetenschappelijke naam. Hirohito had een specifieke belangstelling in neteldieren, meer bepaald hydrozoa, een soort van zoutwaterpoliepen, verwant aan de kwallen. Nu ja, ieder zijn hobby...

In de jaren 1930 verzamelde de keizer een heleboel exemplaren van deze diertjes in de baai van Sagami nabij Tokio. Dé specialist van deze neteldiertjes was de Belgische wetenschapper Eugène Leloup, in die tijd de conservator van de afdeling schelpdieren en ongewervelden van het Koninklijk Natuurhistorisch Museum in Brussel. Dr. Hirotaro Hattori, de wetenschappelijke raadgever van het Biological Laboratory of the Imperial Palace in Tokio, contacteert Leloup met de vraag om enkele specimens van deze poliepen nader te onderzoeken.

Hydrozoa of Hydroïdpoliepen, de favoriete neteldiertjes van keizer Hirohito

In 1936 arriveren twee dozen met een aantal hydrozoa in Brussel. Ze worden ingeschreven als "une petite collection d’Hydropolypes récoltée par La Majesté l’Empereur du Japon dans la baie de Sagami." Leloup begint met zijn onderzoek. De Brusselse wetenschapper correspondeert uitgebreid heen en weer met zijn collega Hattori in Tokio. Leloup schrijft in het Frans, Hattori antwoordt in het Engels. Leloup determineert de stalen en ontdekt een tot dan toe onbekend specimen bij de door de keizer verzamelde hydrozoa.

Hirohito aan zijn studeertafel

In 1939 stuurt Hattori opnieuw aan lading microscopische preparaten en glazen recipiënten met specimens naar Brussel. In verband met de specimens, voegt hij eraan toe: "Please keep these materials in your laboratory for future reference." Na onderzoek door Leloup blijkt dat de Japanners weeral een nieuw specimen hebben opgestuurd. Ter ere van zijn Japanse collega noemt Leloup deze zeepoliep 'Sertularia hattorii'.

In november 1939 beseft de Japanse onderzoeker dat er oorlog op til is: "We are quite uneasy on the estimation for the outbreak of second great war in Europe. It is a matter of regret." Leloup antwoordt dat hij de keizerlijke leveringen goed zal bewaren in afwachting van rustiger tijden om ze dan terug te sturen naar Japan.

Eugène Leloup, de Brusselse wetenschapper

In mei 1940 nemen de Duitsers Brussel in. In tegenstelling tot heel wat andere musea blijven de collecties in het Natuurhistorisch Museum gevrijwaard. Hebben de Duitsers de opdracht gekregen het museum met rust te laten omdat er ook zaken liggen die toebehoren aan de Japanse keizer, hun bondgenoot in het Verre Oosten?

Wat er ook van zij, conservator Leloup zelf blijft niet gespaard. Hij wordt opgepakt door de Duitsers en verblijft een tijdlang in een Arbeitskommando in Sandbostel en Nienburg, Noord-Duitsland. De toenmalige museumdirecteur pleit bij de Duitsers voor de vrijlating van zijn collega Leloup, die immers bekend was in Duitse wetenschappelijke kringen en bovendien onderzoek deed voor de Japanse keizer. Niet zo maar een gevangene dus!

Of deze demarches effectief geholpen hebben, weten we niet zeker. Maar na een achttal maanden komt Leloup wel vrij en hij herneemt zijn werk in Brussel. Op 23 januari 1940 schrijft hij naar zijn Japanse collega Hattori, zonder de reden voor zijn maandenlange afwezigheid te vermelden: "Je vais encore garder quelque temps les préparations et les tubes." (microscoopplaatjes en glazen proefbuisjes).

De microscooppreparaten van keizer Hirohito

Na de oorlog houden Leloup en Hattori contact met elkaar, maar door omstandigheden worden de preparaten met de zoutwaterpoliepen van de keizer nooit teruggestuurd naar Japan. Ze worden vergeten en verzeilen ergens in de uitgebreide collecties van het instituut.

De keizerlijke hydroïdpoliepen in het depot te Brussel

Tot enkele jaren geleden Yves Samyn, mariene bioloog verbonden aan het instituut, in de eindeloze depots een stoffige doos vol glazen microscoopplaatjes en een bokaal met poliepen ontdekt met het opschrift 'Japon'. Via diplomatieke relaties geraken de stukken uiteindelijk terug in Japan, waar ze onder grote belangstelling worden tentoongesteld in het Japanse museum voor natuurwetenschappen in 2014. Het zijn tenslotte relicten die toebehoorden aan wijlen keizer Hirohito. En dat betekent nog altijd iets in het land van de rijzende zon...

En nog dit: ik vermeldde al de naar dokter Hattori genoemde hydrozoa (Sertularia hattorii), maar er bestaan ook specimens die de naam dragen van Hirohito (bv. Zanclea hirohitoi) én van Leloup ( bv. Hydrodendron leloupi). Nu nog een Hydrozoa canvas curiosai en eeuwige roem is verzekerd!


Dank

Met dank aan Yves Samyn en Jeroen Venderickx van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

VRTNU VRTNU VRTNU