Spring naar inhoud

De Ursulinen en de geheime kamer

Instituut der Ursulinen, Onze-Lieve-Vrouw-Waver - © .
geschreven op 15 december 2017

Torekenswaver… zo wordt Onze-Lieve-Vrouw-Waver in de streek rond Mechelen genoemd. Een panoramafoto maakt al gauw duidelijk waarom dit tuinbouwdorp deze naam draagt: je ziet een silhouet van wel tien torens boven de dorpskern uitsteken. De hoogste spits is de kerktoren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, alle andere torentjes behoren tot één uitgestrekt gebouwencomplex: het instituut der Ursulinen.

Ontdek de wintertuin en andere architecturale parels van de Ursulinen én… de geheime kamer.
'Torekenswaver' in de sneeuw

Van dorpsschooltje...

Het enorme klooster- en scholencomplex van de Ursulinen domineert nu het dorp van Onze-Lieve-Vrouw-Waver, maar het begon allemaal heel bescheiden in 1841. Toen kwamen acht kloosterzusters van de orde der Ursulinen naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver om op vraag van de dorpspastoor een lagere meisjesschool uit te bouwen. Om dat schooltje te financieren startten ze tegelijk een betaalde middelbare kostschool voor oudere meisjes uit de bourgeoisie. Knap businessplan!

...tot internationaal pensionaat

Het pensionaat groeide uit tot een internationaal befaamde instelling die leerlingen aantrok uit heel Europa en zelfs vér daarbuiten. Rond 1900 kwam bijna een kwart van de 600 leerlingen uit het buitenland: van Engeland tot Rusland, van Brazilië tot de Verenigde Staten…

Gegoede katholieke families stuurden hun dochters naar België om hier een gedegen opleiding te volgen, uiteraard toen nog in 't Frans. Het onderwijs in België was toen wereldtop. En om ook anglicaanse en protestantse meisjes naar Wavre-Notre-Dame te krijgen, garandeerden de zusters dat de leerlingen, van welke gezindte ook, niet tot het katholicisme zouden bekeerd worden.

Hoewel gegeven door kloosterzusters was het onderwijs behoorlijk vooruitstrevend en zelfs gematigd feministisch, in die zin dat de jongedames na verloop van tijd in een Latijnse afdeling werden voorbereid op universitaire studies. De Ursulinen gingen hiermee in tégen de visie van kardinaal Mercier, die de meisjes wellicht liever zag als toekomstige moeders-aan-de-haard.

Amerikaanse scholieren, poserend in de Wintertuin (postkaart uit 1911)

Art Nouveau

Geleidelijk werden het klooster en de school uitgebreid met nieuwe vleugels, leslokalen, kapel, feestzalen én een unieke serre: de Wintertuin, een stijlvolle ontmoetingsruimte waar de jongedames en hun bezoekende ouders konden verpozen. Opvallend: deze Wintertuin werd uitgevoerd in art nouveau-stijl, een uitzonderlijk progressieve keuze voor het katholieke onderwijs, dat traditioneel voor de neogotiek opteerde. Dit opmerkelijk staaltje van glas-en-ijzer-architectuur werd opgetrokken in 1900. Vreemd genoeg zijn de architect, alsook de glazenier en de constructeur onbekend.

(lees verder onder de foto)

Wintertuin van de Ursulinen,  gebouwd in 1900

De rijke burgers uit binnen- en buitenland die de school bezochten, zullen zeker gecharmeerd geweest zijn door dit prachtige ensemble met zijn veelkleurige koepel en ramen, waar allerlei natuurmotieven zijn afgebeeld rond drie thema's: Morgen, Dag en Avond. Het interieur roept de sfeer op van een exotische tuin met palmen, varens en tropische planten.

Lamp uit de Wintertuin

Tot in de kleinste details is het motief van planten en bloemen aanwezig: vloertegels, deurklinken, luchters en smeedwerk. Vier marmeren portretbustes van Bijbelse vrouwen vervolledigen het programma: zij verbeelden de waarden waaraan de jongedames zich moeten spiegelen.

De omliggende gaanderijen zijn versierd met muurschilderingen van Belgische steden en landschappen, als het ware toeristische promotie ten behoeve van de buitenlandse gasten.

De marmeren eretrap

Eretrappen en pronkzalen

Niet alleen met de feeërieke Wintertuin probeerden de zusters Ursulinen indruk te maken op het publiek. Het klooster en de school bevatten nog andere elementen die al even indrukwekkend zijn: zoals de monumentale marmeren eretrap, alleen te gebruiken bij speciale gelegenheden, nu nog altijd taboe voor de leerlingen. Of de pronkerige Oratoriumzaal, de vroegere kapel in eclectische stijl, met fijn gesneden koorbanken.

Oratoriumzaal

De zusters volgden de laatste innovaties op pedagogisch vlak: ze pasten de principes van de Duitser Fröbel toe in het kleuteronderwijs, lang voordat dit bon ton werd. Al heel vroeg boden ze een opleiding regentaat aan voor meisjes. En als één der eerste scholen werd er geturnd volgens de regels van de Zweedse gymnastiek. In een kostschool met allure mocht geen museum ontbreken: een neogotische zaal met galerijen en toonkasten, waarin een stoet van opgezette dieren: konijnen, everzwijnen, maar ook exotische vogels en krokodillen.

Museumzaal

In de kloosterbibliotheek was er een ruim aanbod aan literatuur en naslagwerken. En ruimdenkend als ze waren hadden de Ursulinen zelfs een boekenkast met 'verboden' boeken die op de kerkelijke index stonden, wel achter slot en grendel om de onschuldige zieltjes van de meisjes niet te bezoedelen.

Jongedames van goeden huize werden geacht behoorlijk piano te kunnen spelen, dus was er een lange pianogalerij met aan weerszijden kleine muziekkamertjes met in elke kamer een buffetpiano.

Pianogang

Heel wat lokalen en refters waren versierd met grote wandschilderingen, telkens rond een thema: de neo-empire Alpenzaal met Zwitserse berglandschappen, de Congozaal met koloniale taferelen, de Sint-Ursulazaal met episodes uit het leven van de heilige Ursula… Ook in de gangen waren er schilderingen met bloemen en planten, zichten en landschappen.

Dit alles paste in de filosofie van L'art à l'école: als de leerlingen in een esthetisch verantwoord kader worden grootgebracht, zullen ze later in hun professionele leven ook aandacht hebben voor de esthetiek. In de 19de eeuw met zijn explosieve industrialisatie, een terechte bekommernis.

Alpenzaal
Sint-Ursulazaal
Kloosterkerk der Ursulinen

Gotische kerk

Een voor velen onbekende parel is de kloosterkerk, gebouwd in 1912. Door het groeiende aantal scholieren was de oude kapel te klein geworden en dus werd provinciaal architect Eduard Careels gevraagd een ruimere kerk te ontwerpen. Hij koos voor een zuivere neogotische kerk die teruggaat op de Brabantse gotiek. Careels was een Lierenaar en hij liet zich dan ook inspireren door het interieur van de Sint-Gommaruskerk van Lier. De wandverdeling is haast identiek. Merkwaardig is de gotische spiraaltrap die toegang verschaft tot het kerkschip dat op de eerste verdieping ligt.

Interieur van de kloosterkerk, geïnspireerd op de Lierse Sint-Gommarus
Gotische spiraaltrap

Torentjes

De buitenarchitectuur, grotendeels ontworpen door Eduard Careels vóór de Eerste Wereldoorlog en nadien door hem heropgebouwd, is een mix van neostijlen. De gebouwen vormen een imposant geheel met méér dan tien grote en kleinere torentjes, niet alleen voor de sier, maar wel degelijk functionele torentjes: ze bevatten trappen en helemaal bovenaan waterreservoirs om alles en iedereen van stromend water te voorzien.

Careels was niet bijster origineel in zijn ontwerpen en kopieerde dikwijls bestaande torens. Zo zien we een replica van het Belfort van Lier en van het vieringtorentje van de Sint-Martinuskerk van Aalst. Andere torentjes herkennen we van het gemeentehuis van Duffel en de kerk van Rijmenam. Origineel of niet: ze bepalen nu het kenmerkende silhouet van Torekenswaver.

(beweeg je cursor over de foto en de punten voor meer info)

Geheime kamer

En die geheime kamer? Wel, toen de school nog een pensionaat herbergde, verbleven veel internen hier soms maanden aan één stuk, de buitenlandse gasten zelfs een jaar of langer, ook tijdens de vakantieperiodes. Niet verwonderlijk dat de moedigsten onder hen wel eens op verkenning gingen door het gebouw met zijn talloze kelders en gangen, torens en zolders. Op goed verborgen plekken - bij de leerlingen bekend als de mysterieuze 'geheime kamer' - lieten ze inscripties na, graffiti die soms bijna een eeuw teruggaan. Wij kregen de kans deze ruimte te bezoeken, al was het een hele speurtocht langs steile trappen en smalle doorgangen om de kamer te bereiken.

En inderdaad, we troffen heel wat opschriften aan, vanaf de jaren 1920 tot 2016 (er zijn dus in recente tijden nog onverlaten tot hier doorgedrongen). Hartsvriendinnen die samen hun naam opschreven en wellicht 'eeuwige vriendschap' zwoeren. Meisjes in het oorlogsjaar '43, hopend op betere tijden, hun vaderlandsliefde uitgedrukt met de slogan 'Vive la Belgique'. Of leerlingen uit 1946 die zichzelf avontuurlijk omschreven als 'De Verkenningstroep' of 'De Zwarte Bende'. Maar ook schaliedekker Bertens uit Mechelen die zijn naam hier naliet voor het nageslacht, tijdens de verbouwingen van de school in 1920. Misschien de meest gedurfde: 'Ik zou zo graag eens sexuweele betreking hebben', door een ander meisje bevestigd met 'ik ook'. En dat de plek wel degelijk verboden gebied was, mag blijken uit deze: 'Wie hier komt mag zijn dood vrezen'.

Collage van opschriften en inscripties van 1920 tot 2016

Dank

Met dank aan Mario Baeck (vzw Wintertuin) voor de documentatie en de rondleiding en Hugo Fierens en Ann Verhaeren (Sint-Ursula-Instituut) voor de medewerking en Eddy Van Leuven voor foto's.

Belangstellenden kunnen terecht bij de vzw Wintertuin.

VRTNU VRTNU VRTNU