Spring naar inhoud

De Grote Moskee van Brussel

en het verloren panorama

Het paviljoen in 1898 - © L'Émulation
geschreven op 20 oktober 2017

De Grote Moskee van Brussel komt de laatste tijd wel vaker in het nieuws, en dan vooral omdat men met kritische ogen kijkt naar de imams van dit gebedshuis. Weet je dat dit gebouw er oorspronkelijk helemaal anders uitzag en dat het geen moskee was, wel een expositieruimte voor een reusachtig panoramaschilderij van Caïro? Maar waar is dit schilderij nu naartoe?

Ontdek de geschiedenis van de Grote Moskee en het verloren panorama.
De Grote Moskee zoals hij er nu uitziet
Renovatievoorstel voor de moskee met aluminium gevel

Oosters paviljoen

Vandaag kennen we de Grote Moskee, die ook het Islamitisch en Cultureel Centrum van België herbergt, als een – laten we eerlijk zijn – niet écht fraai complex aan de rand van het Jubelpark in Brussel. Architectuur van de jaren ’70, een vage mix van modernisme en Moorse invloeden; nu oogt het behoorlijk gedateerd. Er bestaan naar verluidt plannen om het gebouw een upgrade te geven met een opengewerkte aluminium gaasgevel.

Aanvankelijk zag het er helemaal anders uit en leek het eigenlijk véél meer op een heuse moskee dan de ‘moderne’ versie die er nu staat. De architect was Ernest van Humbeeck (1839-1907), vooral bekend voor de pakhuizen van Tour & Taxis. Hij ontwierp het moskeegebouw als oosters tentoonstellingspaviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel. Het is overduidelijk dat Van Humbeeck zich liet inspireren door de Moors-islamitische architectuur. Het portaal met de hoefijzerboog, de ui-vormige koepel en de minaret lijken zo weggeplukt uit het decor van een Arabisch sprookje van Duizend-en-één-nacht.

Zicht op de voorzijde van het oorspronkelijke paviljoen
Zijaanzicht van het paviljoen

Bouwheer en mecenas was de rijke graaf Louis Cavens, die het paviljoen liet optrekken als expositieruimte voor het panoramaschilderij ‘Caïro en de oevers van de Nijl’ van de Belgische schilder Emile Wauters (1846-1933). Wauters had dit enorme schilderij (een doek van 114 lang en 14 meter hoog) geschilderd in 1880-81 in opdracht van de Compagnie austro-belge des Panoramas.

Emile Wauters (zelfportret)

Panorama van Caïro

In eerste instantie had deze Compagnie een ander onderwerp voorgesteld: De Slag bij Custoza, een militaire episode waarbij de Oostenrijkers een overwinning behaalden op de Italiaanse troepen. Wauters wou echter een minder politiek geladen onderwerp en suggereerde een panorama op Caïro, een stad die hij een aantal jaren voordien in 1869 reeds had bezocht ter gelegenheid van de openstelling van het Suezkanaal. In het voorjaar van 1880 reisde Emile Wauters samen met zijn broer Alphonse, kunsthistoricus en geograaf, naar Egypte en gedurende twee maanden maakte hij in en rond Caïro schetsen en schilderijen ter voorbereiding van zijn panorama.

(lees verder onder foto)

Schilderij (voorstudie) van Emile Wauters: Zicht op Caïro (1880)

Terug in België realiseerde hij dan het immense panoramaschilderij op een reusachtig doek, geleverd door de Etablissements Mommen uit Sint-Joost-ten-Node, een gespecialiseerde firma die wel vaker doeken fabriceerde voor de kolossale panoramaschilderijen die in die tijd in de mode waren.

In minder dan één jaar produceert Wauters, met de hulp van enkele collega’s en leerlingen, het enorme panorama van zowat 1600 m². Het doek dat rondom een panorama in 360° toelaat, biedt een ruim vergezicht op de stad Caïro en de wijde omgeving aan de Nijl. Wauters schildert in een heel heldere stijl met veel aandacht voor licht en dynamiek: “un pays enchanteur avec sa lumière, sa vie et son mouvement”. Hij baseert zich op tientallen schetsen en schilderijen die hij in Caïro had gemaakt in 1880 en op oudere studies van zijn eerste Egyptereis in 1869.

Praterpark in Wenen: het Neue Panorama is het witte gebouw, links van het grote rad

De vernissage van het oeuvre vindt plaats in Brussel in het atelier van Wauters aan de Louizalaan op 7 juli 1881 in aanwezigheid van Leopold II. Het panorama wordt voor het grote publiek eerst tentoongesteld in Wenen in een speciaal daartoe gebouwde rotonde in het Praterpark, het Neue Panorama (1882). Zoals wel vaker gebeurt met panorama’s, reist het doek dan rond in Europa. In 1885 is het in München te bewonderen. In 1886 is het in Brussel te zien in het Panorama Castellani.

Hierna verhuist het panorama van Wauters naar Den Haag waar het in 1887 tijdelijk wordt opgehangen, niet in het Panorama Mesdag, zoals je vaak leest, maar in het nu verdwenen Panorama Bezuidenhout, toen ook Panorama Wauters genoemd. Is het de bedoeling dat het doek zou terugkeren naar Wenen? Mogelijk, maar door het afbranden van de Neue Panorama-rotonde in de Oostenrijkse hoofdstad moet het doek noodgedwongen ondergebracht worden in een loods in het Brusselse, wellicht bij de leverancier van het schildersdoek, de firma Mommen.

En dan komt graaf Louis Cavens op de proppen. Hij koopt het doek in 1895, laat het restaureren en schenkt het aan de Belgische staat. Om het enorme schilderij te kunnen exposeren geeft hij architect Van Humbeeck de opdracht een paviljoen te bouwen en zo zijn we weer bij de geschiedenis van de Grote Moskee aanbeland. In 1897 opent het paviljoen de deuren. Het maakt deel uit van de Wereldtentoonstelling dit dat jaar in het Brusselse Jubelpark plaats vindt.

(klik op de foto's voor groter formaat en meer uitleg)

Verloedering

Na een aantal jaren begint het gebouw af te takelen, zeer tot ongenoegen van de schilder Emile Wauters die zijn schepping ziet verloren gaan. Gebouw en panorama vallen intussen onder het beheer van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, kortweg de Jubelparkmusea. Er is vochtinsijpeling, pleisterwerk brokkelt af en het doek zelf wordt ook aangetast. Eigenlijk niet verwonderlijk, want het gebouw was enkel bedoeld als tijdelijk paviljoen tijdens de wereldtentoonstelling en niet als permanente constructie.

In 1923 wil men het opnieuw valoriseren en schilder Alfred Bastien wordt gevraagd de schildering te herstellen. Bastien is een Belgisch kunstenaar, gespecialiseerd in panoramaschilderijen, o.a. het Panorama van Belgisch-Congo (1913) en het Panorama van de IJzer (1921). Sommige delen van het Caïro-panorama zijn zo aangetast door vocht en schimmel, dat Bastien ze helemaal moet herschilderen. Het panorama wordt opnieuw tentoongesteld, maar de vochtproblemen met het verloederde paviljoen raken niet opgelost en in 1950 wordt Bastien voor de tweede maal opgetrommeld om retouches uit te voeren. Het mag duidelijk zijn dat het panorama van Wauters er in die tijd al miserabel moet hebben uitgezien. En we mogen het wel zeggen: het is géén prioriteit voor de verantwoordelijken van de Jubelparkmusea.

Moskee

In 1967 komt er een wending in de hele affaire: de Belgische regering, bij monde van koning Boudewijn, schenkt het vervallen paviljoen aan de Saudische koning die het wil omvormen tot een moskee. In die jaren is er een groeiende islamitische gemeenschap in Brussel en een grote, fatsoenlijke moskee is dus meer dan welkom. Saudi-Arabië en Marokko sluiten een overeenkomst met de regie der gebouwen en krijgen het paviljoen voor 99 jaar in erfpacht. De Tunesische architect Boubaker krijgt de opdracht het gebouw te hertekenen tot de moskee, zoals we die nu kennen.

Wat gebeurt er echter met het panoramadoek dat nog altijd – zij het in lamentabele toestand – in het gebouw hangt? Een eerste voorstel van Pierre Gilbert, egyptoloog en toenmalig conservator van het Jubelpark, is om het gewoon te laten hangen en er een valse wand voor te bouwen. Maar dit plan wordt al gauw afgeschoten. Wat moet er dan gebeuren met het reusachtige doek?

Goed om te weten is dat het vochtige, vuile, beschimmelde doek intussen al meermaals slachtoffer is geworden van vandalisme. Een eerste maal worden er met een mes sneden in gemaakt. Een tweede keer slagen indringers erin het doek van boven los te snijden (om het te stelen?) en valt het enorme gevaarte door zijn eigen gewicht naar beneden. Zo blijft het op de vloer van het paviljoen liggen. In 1971 stelt een suppoost voor een derde maal vandalenstreken vast: men treft plassen benzine aan, afgestreken lucifers en hier en daar brandsporen, maar – een geluk bij een ongeluk – doordat het doek zo vochtig is, slagen de brandstichters niet in hun poging.

Het gevandaliseerde panoramadoek in 1971

Op voorstel van de dienst Kunstpatrimonium snijdt men het doek in zes delen, elk zo’n 20 meter lang en 14 meter hoog, die op afzonderlijke houten bobijnen worden opgerold. Op die wijze worden de panoramastukken eind '71-begin '72 ondergebracht ergens in de depots van de Jubelparkmusea.

In 1976 doet een Duitse kunsthistorica navraag bij de conservator van het Jubelpark over het Caïro-panorama van Wauters. In een brief antwoordt René De Roo, op dat ogenblik de bevoegde conservator, dat het doek zich in de reserves van het museum bevindt, maar in zeer slechte staat. Dat is het allerlaatste spoor van het panorama in de archieven van de Jubelparkmusea. Sindsdien is men het spoor bijster.

Stadsverhalen

In ’93 zou er een plan hebben bestaan om het doek te exposeren in Antwerpen ter gelegenheid van de manifestaties rond Antwerpen Culturele Hoofdstad. Het doek wordt niet gevonden.

Er duiken allerlei stadsverhalen op. Eén verhaal zegt dat het doek terecht is gekomen in de Egyptische ambassade. Het zou in stukken geknipt zijn en voor een deel verkocht op kunstveilingen. Mogelijk gaat het hier om de verkoop van één van de voorbereidende schilderijen die Emile Wauters vervaardigd heeft tijdens zijn Egyptereis. Het panorama – zelfs in stukken geknipt – is in principe niet geschikt om fragmentair op te hangen, tenzij men over een salon beschikt met een plafondhoogte van pakweg 10 meter.

Waarschijnlijker is dat het altijd in de reserves van het museum is blijven liggen. Probleem is dat een deel van het museumcomplex in de jaren ’80 is overgedragen aan Autoworld, het automuseum dat een privaat initiatief is. Heeft men toen in de krochten van de grote tentoonstellingshal bobijnen aangetroffen met verrotte, beschimmelde doeken? Zijn die toen vernietigd? Opgestookt? Of liggen ze nog ergens stof te vergaren in de onmetelijke onderaardse gangen van het Cinquantenaire-complex?

Niemand schijnt het te weten…


Dank

Met dank aan prof. Eugène Warmenbol (ULB) voor de uitgebreide inlichtingen. We danken ook de Moskee van Brussel en de Jubelparkmusea voor de medewerking.

VRTNU VRTNU VRTNU