Spring naar inhoud

Blonde Aboriginals

Vlaams bloed bij Australische inboorlingen?

Blonde Aboriginal - © rr
geschreven op 17 november 2017

Toen de eerste Engelsen zich vestigden in het westen van het Australische vasteland – we spreken hier over de vroege 19de eeuw – waren zij verrast toen ze Aboriginals ontmoetten met blonde haren en blauwe ogen. Een toevallige genetische afwijking bij de doorgaans donker gekleurde ‘zuidnegers’, zoals de Aboriginals genoemd werden in politiek-incorrecte tijden. Of is er meer aan de hand?

Hebben Aboriginals ook Europees, misschien zelfs Vlaams bloed? Een onderzoek met verrassingen...
James Cook (1728-1779)
Kapitein James Cook

Wie waren de eerste Europese bewoners van Australië? Als je indertijd goed hebt opgelet in de geschiedenislessen over de ontdekkingsreizen, zal je nog weten dat het de Engelsen waren: kapitein James Cook die in 1770 voet aan wal zette op het Australische continent. In zijn zog zouden nog Britten volgen die het land koloniseerden en dat prompt omdoopten tot New-South-Wales. De eerste grote groep Engelse inwoners arriveerde in 1788 en vestigde zich aan een baai langs de Oost-Australische kust. Het waren Engelse soldaten en gevangenen die hier een strafkolonie zouden bevolken. Later zou op deze plek de stad Sydney ontstaan.

Replica van het schip 'Duyfken'

Er waren al wel andere Europeanen gepasseerd langsheen de Australische kusten, als eerste de Hollandse kapitein Willem Janszoon in 1606 met zijn schip Duyfken van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie), gevolgd door andere Hollandse, Franse en Engelse schepen, maar géén van hen zou pogingen ondernomen hebben om zich daadwerkelijk te vestigen in het zogenaamde Zuidland. Misschien gingen ze wel eens aan land om vers zoet water in te slaan, maar verder ging de belangstelling niet voor het grotendeels onbewoonde continent. De kustgebieden waren bovendien moerassig en weinig aantrekkelijk en verder landinwaarts lagen uitgestrekte dorre woestijnen.

Blonde Willem

Geleidelijk zouden de Engelsen het hele Australische continent gaan koloniseren. Toen ze vanaf 1829 naar het westen trokken en zich daar gingen vestigen, troffen ze daar de Nhanda-stam aan, een Aboriginalvolk dat de West-Australische kustgebieden bewoonde. Tot hun verbazing merkten ze dat er verscheidene blonde Aboriginals waren bij de Nhanda, hier en daar zelfs met blauwe ogen. En nog vreemder was dat sommigen onder hen namen droegen als 'Willem'.

Toen de Engelsen de streek verder gingen exploreren, zagen ze dat de Nhanda landbouw beoefenden in tegenstelling tot de andere Aboriginals, die nomaden en jagers waren. Ze ontdekten zelfs een brug over een rivier, typisch iets voor een volk dat een sedentaire levensstijl heeft en geen zwervend bestaan leidt. Er werden waterputten gevonden naar Europees ontwerp en de hutten of huizen van de lokale bewoners hadden puntdaken, ook weer afwijkend van de traditionele Aboriginal bouwstijl.

Eerste contacten

Historici en andere onderzoekers opperen het idee dat er mogelijk verregaande contacten zijn geweest tussen de Nhanda en Hollandse schipbreukelingen die in de 17de en 18de eeuw op de West-Australische kust waren gestrand.

De allereerste contacten tussen Hollanders en Aboriginals kunnen we plaatsen in 1629 toen twee muiters van het VOC-schip Batavia als straf werden verbannen naar het Australische vasteland ter hoogte van Hutt River. Deze twee mannen, soldaat Wouter Loos en matroos Jan Pelgrom de Bye zijn de eerste gedocumenteerde Europeanen die op Australische bodem moesten zien te overleven.

Hollands VOC-schip, hier een reconstructie van de 'Batavia'

In de daarop volgende jaren zouden nog andere Hollanders in Australië terecht komen, niet om het doelbewust te koloniseren, maar als toevallige schipbreukelingen. In 1656 strandde de Vergulde Draeck met 68 zeelui, datzelfde jaar bleven ook 11 bemanningsleden van de Goede Hoop achter op de kusten van West-Australië.

De Zuytdorp

De grootste groep kwam van de Zuytdorp, een driemaster van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het 700 ton zware VOC-schip was in Wielingen, Zeeland, vertrokken met een lading van 250.000 zilverstukken aan boord met bestemming Batavia, het huidige Jakarta op Indonesië. Kapitein was Marinus Wijsvliet. Het was een dramatische reis, want onderweg overleden niet minder dan 112 bemanningsleden. Bij een tussenstop in Kaapstad werd de bemanning terug aangevuld tot ca. 280 personen en de Zuytdorp zette daarop de oversteek in van de Indische Oceaan. In juni 1712 liep het schip op de klippen aan de West-Australische kust ter hoogte van wat vandaag de Zuytdorp Cliffs heten, ruim 600 kilometer ten noorden van de stad Perth.

(lees verder onder de kaart)

Kaart van West-Australië met aanduiding van plaatsen waar Hollandse schepen schipbreuk leden

Hoeveel mensen de schipbreuk heelhuids overleefden is niet geweten, maar het is niet onmogelijk dat 100 à 150, misschien wel 200 zeelui noodgedwongen aan land gingen. Er is een kampement gevonden nabij de Zuytdorp Cliffs waar de overlevenden een tijd moeten hebben verbleven. Van hieruit zijn ze dan verder landinwaarts getrokken. Pieter Bol, Nederlands arts-epidemioloog en historicus, meent dat de schipbreukelingen alleen een kans hadden om te overleven in het onherbergzame gebied als ze hulp kregen van de Aboriginals.

"Westelijk Australië is een voedselarme streek en de Europeanen hadden geen benul hoe ze moesten overleven. Als de Zuytdorpelingen hebben overleefd, moeten ze hulp gehad hebben van de Aboriginals. Het is niet ondenkbaar dat de oorspronkelijke bewoners de blanke vreemdelingen beschouwden als voorouderlijke geesten en hen daarom respectvol hebben behandeld, wat hun overlevingskansen nog vergrootte."

Die VOC-bemanningsleden waren geen doetjes. Het waren over 't algemeen geharde kerels: zeelieden, matrozen, ambachtslui. Een deel waren ook soldaten die meevoeren. Kortom, mannen die van aanpakken wisten.

Pieter Bol: "En het waren niet allemaal Hollanders. Waarschijnlijk had de Zuytdorp, een schip uit Zeeland, ook heel wat mannen aan boord van Zeeuwse en Vlaamse afkomst. En verder, zoals gebruikelijk op VOC-schepen, een internationaal gezelschap uit allerlei Europese havensteden: Scandinaven, Duitsers, Noord-Italianen..."

"Stel dat ze met enkele tientallen, mogelijk tot 200, aan land gingen in Australië en daar de Aboriginals van de Nhanda-stam aantroffen, dan moeten ze zich verdeeld hebben over diverse groepen, want de inheemse bevolking leefde meestal in stamgroepen van 20 tot 40 mensen. Zo één groep kon niet àlle Zuytdorpelingen opnemen. Het was al lastig genoeg om zélf te overleven. Dus moeten ze de Europese gasten verspreid hebben. Nu brachten die vreemdelingen ook nuttige kennis mee: waterputten aanleggen, huizen bouwen, landbouw bedrijven enzovoort. De samenwerking ging in beide richtingen en strekte mekaar tot voordeel."

De Australische historicus van Nederlandse afkomst Rupert Gerritsen meent taalkundige sporen van de Hollandse aanwezigheid te kunnen ontdekken in de Nhanda-taal. Niet alleen bepaalde Nederlandse klankcombinaties, die in andere Aboriginal-talen niet frekwent zijn en bij de Nhanda wel, maar ook aparte woorden die lijken terug te gaan op Nederlandse stamwoorden: het Nhanda-woord voor zeeprauw klinkt als 'bootje'. En daarnaast is er ook de reeds vermelde naamgeving: voornamen als 'Willem' zijn nu niet bepaald kenmerkend voor Aboriginals.

De linguïstische beïnvloeding van het Nederlands op het Nhanda wordt overigens niet door àlle Australische taalkundigen als bewezen aanvaard.

VOC-kaart uit 1665 met aanduiding van Australië, 'Hollandia Nova' genoemd
Genetische verwantschap?

Indirecte bewijzen van contacten tussen Hollandse zeelui - en bij uitbreiding Vlamingen, Scandinaven, Duitsers... - en de Aboriginals zijn er in westelijk Australië voldoende te vinden, maar rechtstreekse, harde verbanden zijn moeilijker te detecteren.

Pieter Bol: "Samen met de Australische VOC Historical Society zijn wij op zoek gegaan en we kwamen uit bij medische aanwijzingen. Er zijn twee vrij zeldzame aandoeningen, porfyrie en het Ellis-Van Creveldsyndroom, die allebei wél voorkomen bij de West-Australische inheemse bevolking, terwijl Aboriginals in andere delen van het land deze ziektes niet ontwikkelden. Beïnvloeding door vermenging met Europees bloed? Mogelijk, maar weeral géén direct bewijs."

"Eigenlijk was er maar één oplossing om de verwantschap onomstreden te bewijzen: een algemene DNA-screening van de oorspronkelijke Nhanda-bevolking van het Zuytdorp-gebied."

Aboriginal met blond haar
Voorlopige resultaten

Er werd genetisch materiaal verzameld bij de Nhanda-Aboriginals en geneticus Peter de Knijff van de Universiteit Leiden onderzocht de speekselmonsters.

Er is nog niets officieel gepubliceerd, maar enige tijd geleden is er toch een tipje van de sluier gelicht. Voor de VPRO verklaarde Peter de Knijff: “Bij de 45 mannen die wij hebben onderzocht, zien we dat maar bij 3 van de 45 er een Y-chromosoom wordt aangetroffen dat klassiek is voor Australische Aboriginals en alle andere mannen dragen een type Y-chromosoom wat uit Noord-West-Europa of uit een van de landen rond de Middellandse Zee afkomstig kan zijn. En dat was onverwacht!”

Met andere woorden: dit komt perfect overeen met de doorsnee bemanning van een VOC-schip: zoals gezegd, Hollanders, Duitsers, Scandinaven, Italianen én... Vlamingen. Verder onderzoek kan de afkomst nog preciezer determineren, maar het blijft wachten op de definitieve resultaten.

Hetzelfde geldt voor het vaststellen van het tijdslabel: wanneer is de Europese vermenging met de Aboriginals gebeurd? De Zuytdorp strandde in 1712, dus moet het DNA een vroege 18de-eeuwse origine hebben. Forensisch bioloog Manfred Kayser van de Erasmus Universiteit Rotterdam leidt dit onderzoek. Ook hier zijn nog geen resultaten gepubliceerd.

Dit onderzoek heeft grote juridische consequenties: als men kan bewijzen dat de Nhanda Europees DNA hebben vanaf de jaren 1700 – lang voor de komst van de eerste Engelse kolonisten – en dus vanaf die periode de kustgebieden van West-Australië bevolkten, zouden ze aanspraak kunnen maken op het land.

En wie weet ontdekt men ooit wel een Vlaamse link met sommige Nhanda-families. Wordt ongetwijfeld vervolgd...


Dank

Met dank aan Pieter Bol, arts-epidemioloog en historicus uit Amsterdam, voor de uitgebreide documentatie.


VRTNU VRTNU VRTNU