Spring naar inhoud

De afgehakte handen van Leopold II

© canvas
geschreven op 22 november 2018

Op de dijk van Oostende staat een ruiterstandbeeld van Leopold II, een controversieel monument. 'Dankbare Congolezen' brengen hulde aan de koning omdat hij hen uit de slavernij zou bevrijd hebben. In 2004 werd een bronzen hand van één van de Afrikanen afgezaagd om het schrikbewind van Leopold II aan te klagen. Wie zat achter deze actie en waarom?

Canvas Curiosa gaat op onderzoek…

Koning Leopold II op de Wellingtonrenbaan in 1905

Oostende heeft veel te danken aan de figuur van koning Leopold II (1835-1909). Dankzij zijn inspanningen groeide het bescheiden havenstadje uit tot de Koningin der Badsteden, een mondaine trekpleister tijdens de Belle Epoque. De Sint-Petrus & Pauluskerk, de Koninklijke Gaanderijen, de Wellingtonhippodroom, het Royal Palace Hotel, het Kursaal, de Promenade… allemaal werden ze opgetrokken of verbouwd ten tijde van Leopold II en zorgden ze ervoor dat Oostende the place to be werd van de beau monde van zijn tijd. De koning zelf logeerde tijdens de zomer vaak in de Koninklijke Villa en bracht veel internationale gasten naar de stad, onder wie de Sjah van Perzië.

Het hoeft ons dus niet te verwonderen dat de stad Oostende besloot een groots monument op te richten om de koning die zo veel goeds had gedaan voor stad en land te eren. De eerste plannen dateerden al van nét na het overlijden van de vorst in 1909, maar door de Eerste Wereldoorlog liepen die vertraging op. De Brusselse beeldhouwer Alfred Courtens kreeg de opdracht om een bronzen ruiterstandbeeld te maken. Het zou geplaatst worden in een architecturale omkadering in Art Déco-stijl, ontworpen door zijn broer, de architect Antoine Courtens. Het werd ingehuldigd in 1931 door koning Albert I en koningin Elisabeth.

Leopold II-monument op de Zeedijk, Oostende

Koning Leopold II is voorgesteld in militair ornaat. Fier rechtop zittend op zijn paard kijkt hij uit over de Noordzee. Het bronzen beeld staat bovenop een hoge gecanneleerde zuil. Daarop staat het opschrift: 'Oostende aan zijn genialen beschermer Leopold II'. Centraal staat een vrouwenfiguur die in een melodramatische pose een fakkel draagt.

Twee allegorische beeldengroepen flankeren de zuil en kijken op naar de koning. Rechts zien we de hulde van de Oostendse vissersbevolking: mannen en vrouwen, duidelijk vissers, en enkele kinderen danken de vorst voor alles wat hij voor Oostende heeft gedaan. Of zijzelf als eenvoudige vissers daar beter van werden, is een andere kwestie.

De dankbare Congolezen, let op de afgehakte hand!

Links een al even sentimenteel als dynamisch tafereel: de dankbaarheid van de Congolezen, omdat ze dankzij Leopold werden bevrijd van de slavernij onder de Arabieren. Zwarte Afrikanen, mannen, vrouwen, kinderen, troepen samen aan de voet van het ruiterstandbeeld. Een blanke koloniaal in uniform kijkt toe. De achterste zwarte, naakt op de rug gezien, heft zijn handen, waar nog een gebroken ketting aan hangt.

Het is vooral deze laatste groep die controverse oproept. Dankbare Congolezen? Afrikanen die Leopold II lijken te vereren, omdat hij hen zou gered hebben uit de Arabische slavernij? Het is op zijn minst een twijfelachtige voorstelling als je weet wat het beleid van Leopold allemaal heeft aangericht in Congo Vrijstaat, dat tussen 1885 en 1908 zijn persoonlijke privé-eigendom was. Niet dat het nadien allemaal koek en ei was in onze kolonie, maar da's een ander verhaal waarvoor wij graag doorverwijzen naar de reeks Kinderen van de kolonie.

The Congo 'Free' State. Cartoon uit het Engelse tijdschrift Punch, 1906

In zijn megalomane visie om van België een koloniale mogendheid te maken stuurde Leopold de Britse ontdekkingsreiziger Stanley naar Centraal-Afrika. In 1885 verwierf Leopold via de Association Internationale du Congo de soevereine rechten op het gebied rond de Congostroom. 'Travail et progrès' (Werk en vooruitgang) was de wapenspreuk van Congo Vrijstaat. In de praktijk leverde de plaatselijke bevolking het werk en kwam de vooruitgang vooral ten goede aan Leopold en België.

Er heerste een waar schrikbewind in Congo. Toen er door de opkomende auto-industrie een stijgende vraag naar rubber ontstond, begon de exploitatie van het woud door grote vennootschappen. Inlanders werden ingezet om rubber te oogsten en wie de opgelegde quota niet haalde, werd zwaar gestraft. Gewapende milities moesten orde op zaken stellen. Barbaarse methodes werden hierbij niet geschuwd: van het platbranden van dorpen, geselingen en verkrachtingen tot het afhakken van handen en kannibalisme.

Congolezen poseren met afgehakte handen. Foto gemaakt door de Engelse zendelinge Alice Seeley Harris (1904)

Het handen afhakken vond ook in een andere context plaats. Zo moesten soldaten van de Force Publique een hand als bewijsstuk voor elke neergeschoten Congolees kunnen voorleggen aan hun officieren, samen met de gebruikte kogelhuls, maar na verloop van tijd hakten de soldaten levenden hun hand af en gebruikten de kogels voor de jacht. De afgehakte handen zijn dus geen mythe; het was één van de vele verschijningsvormen van koloniaal geweld.

Vanaf ca. 1900 groeide er internationaal protest tegen de mistoestanden in Congo Vrijstaat. In België kon men die kritiek aanvankelijk nog wegwuiven als Engelse propaganda: de Britten zouden de koloniale ambities van Leopold immers als concurrentie zien. Maar toen er foto’s werden gepubliceerd van verminkte zwarten met afgehakte handen kon men het niet meer ontkennen. Bekende auteurs zoals Mark Twain en Joseph Conrad publiceerden geschriften waarin Leopolds bewind zwaar werd bekritiseerd.

Verminkte kinderen. Foto's gebruikt door Mark Twain in zijn pamflet tegen Leopold II (1905)

Uiteindelijk moest Leopold zijn eigendom opgeven en nam België op 15 november 1908 – 110 jaar geleden – officieel het gebied over. Feitelijk was de Belgische regering daar niet zo happig op, want in tegenstelling tot zijn koning had de Belgische staat niet écht koloniale aspiraties. Vanaf dan zou de Vrijstaat een Belgische kolonie zijn onder de naam Belgisch Congo, wat het zou blijven tot aan de onafhankelijkheid in 1960.

Het monument van Leopold II in Oostende was dus eigenlijk vanaf zijn oprichting in 1931 controversieel: Leopold II was toen al gecontesteerd, maar middenin de koloniale tijd was er geen plaats voor een kritische benadering. Die kwam er later wel en dat uitte zich in 2004 toen onbekende actievoerders de bronzen hand van één van de Afrikanen afzaagden, daarmee verwijzend naar de afgehakte handen van de Congolese rubberarbeiders en bij uitbreiding de vele miljoenen slachtoffers van het bewind. Schattingen variëren van drie tot tien miljoen!

Nsala starend naar de hand en voet van zijn dochter. Foto van Alice Seeley Harris (1904)

De actiegroep De Stoeten Ostendenoare eiste een scherpe veroordeling van Leopold II en het koloniale bewind in Congo en verwijderde het originele tekstbord wegens - in hun ogen - té eenzijdig. De stad Oostende heeft intussen een nieuwe tekst met duiding aangebracht naast de beeldengroep. Wat er ook van zij, de huidige toestand met de geamputeerde hand is misschien nog treffender dan een duidingsbord. De hele affaire roept vragen op omtrent het al dan niet handhaven van omstreden standbeelden.

Geseling van een Congolees met de chicotte, een lederen zweep

Beeldenstorm of niet?

Moeten we standbeelden van historische figuren die bloed aan hun handen hebben, weghalen uit het straatbeeld? Het is een problematische vraag. Het aantal figuren die op de een of andere manier verantwoordelijk zijn of op zijn minst medeplichtig aan wandaden, massamoorden of oorlogsmisdaden is legio. Natuurlijk moeten we het tijdskader bekijken. Je kan een 12de-eeuwse kruisvaarder niet op dezelfde manier beoordelen als een hedendaagse soldaat. Het concept van mensenrechten en de daaruit voortvloeiende ethiek bestonden gewoonweg niet in vroegere eeuwen. Dat is geen verontschuldiging voor de gepleegde misdrijven, maar het verklaart wel waarom men in het verleden blijkbaar geen bezwaar had tegen het oprichten van monumenten voor mensen die zich vandaag zouden moeten verantwoorden voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Een beeld van Lenin wordt neergehaald in Oekraïne

Dat er geen standbeeld van Hitler in onze steden staat, is logisch. Hij heeft tenslotte de oorlog verloren en tot nader order wordt de geschiedenis geschreven door de overwinnaars. Kijk maar naar Oost-Europa: na de val van het communisme verdwenen daar massaal beelden van Lenin en Stalin in een ongecontroleerde beeldenstorm. Langs de andere kant was ook Napoleon een verliezer en toch prijkt hij nog op menig monument in Frankrijk.

In ons eigen verleden zijn er nog wel wat figuren die gelieerd worden aan wandaden. Leopold II is maar één kandidaat. Hieronder drie andere voorbeelden die allemaal worden geëerd met standbeelden in ons land: Karel de Grote, Godfried van Bouillon en keizer Karel V. Neerhalen die handel en - eventueel - onderbrengen in een museum? Of moeten we dergelijke monumenten in hun historische context laten staan en voorzien van duiding, bv. met een begeleidende tekstplaat? Koloniaal historicus en politicoloog Gert Huskens noemt ze een 'vervelend steentje in de schoen van de samenleving.'

(klik op de kleine foto's links voor meer uitleg)

Karel de Grote

Karel de Grote

Karel de Grote (747-814), de grote Roomse keizer, was verantwoordelijk voor het bloedgericht van Verden, waarbij 4500 gevangen Saksen werden onthoofd. In Duitsland wordt hij beschouwd als een halve heilige en de stad Aken reikt elk jaar de Karelsprijs uit aan verdienstelijke Europeanen. Herman Van Rompuy mocht als Europees president deze prijs in ontvangst nemen.


Godfried van Bouillon

Godfried van Bouillon

Godfried van Bouillon (1060-1100), één van 's lands grote helden, was een leidende figuur van de eerste kruistocht naar Jeruzalem. Bij de bevrijding van de heilige stad werd iets minder heilig gehandeld: de inname van Jeruzalem wordt gezien als een van de grootste slachtingen uit de middeleeuwse geschiedenis. En toch prijkt Godfrieds beeld in het centrum van Brussel, vlakbij het koninklijk paleis.


Keizer Karel V

Keizer Karel V

Keizer Karel V (1500-1558), geboren in Gent, getogen in Mechelen, afgetreden in Brussel en bekroond met tal van standbeelden en monumenten. Weg ermee? Want de Habsburger heeft de aanzet gegeven van de inquisitie in onze streken en de uitroeiing van de indiaanse bevolking in Amerika. Nochtans figureert hij als een vrolijke kwant in vele volksverhalen.


Karel de Grote

Karel de Grote (747-814), de grote Roomse keizer, was verantwoordelijk voor het bloedgericht van Verden, waarbij 4500 gevangen Saksen werden onthoofd. In Duitsland wordt hij beschouwd als een halve heilige en de stad Aken reikt elk jaar de Karelsprijs uit aan verdienstelijke Europeanen. Herman Van Rompuy mocht als Europees president deze prijs in ontvangst nemen.

Godfried van Bouillon

Godfried van Bouillon (1060-1100), één van 's lands grote helden, was een leidende figuur van de eerste kruistocht naar Jeruzalem. Bij de bevrijding van de heilige stad werd iets minder heilig gehandeld: de inname van Jeruzalem wordt gezien als een van de grootste slachtingen uit de middeleeuwse geschiedenis. En toch prijkt Godfrieds beeld in het centrum van Brussel, vlakbij het koninklijk paleis.

Keizer Karel V

Keizer Karel V (1500-1558), geboren in Gent, getogen in Mechelen, afgetreden in Brussel en bekroond met tal van standbeelden en monumenten. Weg ermee? Want de Habsburger heeft de aanzet gegeven van de inquisitie in onze streken en de uitroeiing van de indiaanse bevolking in Amerika. Nochtans figureert hij als een vrolijke kwant in vele volksverhalen.

Dank

Met dank aan Piet Wittevrongel van De Stoeten Ostendenoare.

VRTNU VRTNU VRTNU