Spring naar inhoud
tot 13 juli op vrt nu

Can you feel it

Bekijk Can you feel it op

Hoe één drumbeat een hele cultuur op poten zette

Dancemuziek is een genre in de muziekwereld dat een grote waaier aan stijlen omvat. Deze verschillende stijlen binnen de dancemuziek kunnen soms mijlenver uit mekaar liggen, maar ze hebben wel zeker één aspect gemeen: de basismaat. Deze maat vindt zijn roots in Philadelphia en verovert vervolgens grote delen van de wereld: volg hier het ontstaan van de vierkwartsmaat of de 4/4-beat mee.

Earl Young: de uitvinder van de vierkwartsmaat

De beginfase: New York disco

Het is begin jaren '70 wanneer Earl Young, drummer bij een platenlabel in Philadelphia, een simpele maar radicale verandering in zijn drumpatroon aanbrengt. Veelvuldig gebruik van de hihat en een aangepast ritme van de basdrum luiden onbedoeld de begindagen van de disco, en bij uitbreiding de gehele dancescene in. De four-to-the-floor of de 4/4-beat is voor het eerst te horen in het nummer The love I lost van Harold Melvin & The Blue Notes uit 1973.

De beat wordt opgepikt in New York, waar talloze jongeren hun toevlucht zoeken in het nachtleven in een poging de moeilijke dagelijkse leefomstandigheden te vergeten. De 4/4-beat, die intussen verschillende discotheken binnensijpelt, lijkt de ideale remedie tegen de racismebacterie waarmee The Big Apple geconfronteerd wordt in de jaren '70. Het discogenre viert immers hoogtij in de nachtclubs die voornamelijk bezocht worden door zwarte, homoseksuele jongeren.

Niet veel later treedt een tweede naam op die een revolutie in de muziek op zijn conto mag schrijven: Tom Moulton. Door een sterk staaltje technologie en creativiteit slaagt hij erin een nummer tot in de kern te ontleden. En laat die kern nu net weer die 4/4-beat zijn. Het helpt deejays om zelf aan nummers te sleutelen en ze vlotter in mekaar te laten overvloeien. Tom Moulton mag zichzelf gerust de peetvader van de remix noemen.

Disco Demolition Night: een dieptepunt voor disco

Disco groeit uit tot een vaste waarde op de dansvloer en dat is voelbaar in andere steden. Terwijl traditionele radiomakers de populariteit ervan negeren, schieten nieuwe radiostations gefocust op de discobeweging als paddenstoelen uit de grond. Er ontwikkelt zich een concurrentie en die bereikt in 1979 een kookpunt.

Wanneer baseballploeg de Chicago White Sox op een warme zomeravond een dubbele wedstrijd mogen spelen, krijgt radiopresentator en disco-hater Steve Dahl de kans om zijn afkeer van disco voor een groot publiek tentoon te spreiden. Enkele weken vooraf roept de radiohost op om massaal naar de wedstrijd te komen met allemaal één disco-plaat op zak. Met succes, want meer dan 50.000 (dronken) mensen zakken af naar het Comiskey Park. De menigte kan zijn geluk niet op wanneer “disco sucks” door het stadion galmt, en al zeker niet bij de explosies die de discoplaten in de as leggen.

Steve Dahl, voor de gelegenheid als militair verkleed, naast de container met gesneuvelde platen

De smakeloze actie van Dahl wordt veroordeeld als racistisch en homofoob, al ziet die er zelf geen graten in. Naast de Chicago White Sox verloor die nacht ook disco. In de nasleep van de gebeurtenissen daalde disco immers enorm in populariteit. Latere platen in het genre zouden eerder onder de naam ‘dance music’ worden uitgebracht.

The Warehouse: bakermat van een nieuw genre

In Chicago is intussen The Warehouse geopend. De nachtclub wordt de speeltuin van dj Frankie Knuckles, een New Yorkse producer die zijn geluk wil beproeven in The Windy City. Hij brengt de discobeats, nog steeds in de 4/4-maat, mee uit New York en experimenteert met nieuwe invloeden zoals funk en Europese dancemuziek. De formule blijkt succesvol en al snel ontstaat een nieuw genre in de dancemuziek, dat zijn naam te danken heeft aan de club waar het zijn levenslicht zag: house. In de jaren '80 ontwikkelt het genre verder zijn eigenheid met de hulp van invloedrijke artiesten als Ron Hardy en Steve Hurley.

Roland TR-808 Rhythm Composer: de eerste drummachine

Een noemenswaardige vermelding krijgt ook Roland, de instrumentenproducent. In de vroege jaren '80 ontwikkelen zij de eerste drumcomputers, die bepalend zijn in de verdere ontwikkeling van het dancegenre. Ondanks beperkt commercieel succes droeg de drummachine bij aan het groeiende bereik van housemuziek. Tot aan de hit On and on van Jesse Saunders uit 1984 bleef house echter underground in Chicago.

Van The Windy City naar Motor City

Zo'n 380 kilometer oostwaarts voltrekt zich een gelijkaardige trend. Detroit is de bakermat van een ander dancegenre, dat ook zijn oorsprong vindt in de 4/4-beat. Die ontwikkeling is te danken aan drie pioniers die bekend staan als The Belleville Three. Het gaat om Juan Atkins, Derrick May en Kevin Saunderson, die zich respectievelijk the godfather, the innovator en the elevator van de techno mogen noemen.

The Belleville Three

Techno dankt zijn naam aan de filosofie die achter de muziek schuilgaat. De Belleville Three had namelijk een bijzondere fascinatie voor technologie. Vanuit een utopische toekomstvisie waarin technologie een sleutelrol speelt, experimenteren ze alle drie op geheel eigen wijze met futuristische geluiden en melodieën, gecombineerd met de gekende 4/4-beat. De zoektocht naar verandering, wederom getekend door raciale spanningen, definieert als het ware de Detroit techno. Dit resulteert in een eerste classic: Alleys of your mind van Cybotron, het muzikaal project van Juan Atkins. Enkele jaren later scoort ook Derrick May een baanbrekende hit met Strings of life, waarmee techno écht van de grond komt. Om het commercieel succes nog groter te maken voegt Kevin Saunderson vocals toe aan zijn nummers, doorspekt van het positivisme. Good Life is hier een uitstekend voorbeeld van. Technonummers prijken nu echt aan de top van verschillende hitlijsten.

Het succes Europees

De Chicago house en de Detroit techno kennen hun eerste successen in Britse nachtclubs op het einde van de jaren '80, mede door de ontdekking van de genres door 'muziekscout' Pete Tong. Hij introduceert beide genres op het eiland: de start van een veroveringstocht van de Britse muziekharten. Het nummer Jack your body van Steve Hurley wordt een klassieker, tot ver buiten de dansvloer. Stilaan beginnen verschillende house- en technoartiesten aan Europese tours en verwerven ze een status evenwaardig aan die van rocksterren.

Nu ook Groot-Brittannië in de ban is van verschillende stijlen in de dancemuziek beginnen Britse producers eigen elementen aan de overzeese house en techno toe te voegen. Diezelfde 4/4-beat verspreidt zich als een lopend vuurtje door de Britse nachtclubs en evolueert al snel van een underground beat in het zwarte uitgaansleven naar hét basiselement voor een geslaagd dansnummer. Of zoals Carl Cox het zegt: dancemuziek groeit uit tot een lingua franca, een universele taal die ontstaan is in de Amerikaanse steden, maar die in Groot-Brittannië uitgroeit tot een grote paraplu waaronder iedereen zich kan verenigen.

VRTNU VRTNU VRTNU