Spring naar inhoud
Bekijk Belga Sport op

'Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?' en andere sportverhalen

Memorabele sportmomenten in een nieuw daglicht - Vanaf maandag 11 februari 2019

Belga Sport is terug. Tussen 2007 en 2017 programmeerde Canvas 62 afleveringen van de veelgeprezen reeks. Daar komen dit voorjaar nog eens vier documentaires bij over memorabele momenten en helden uit de Belgische sportgeschiedenis.

Aan de hand van archiefbeelden en interviews met betrokkenen en kroongetuigen gaat Belga Sport op zoek naar nieuwe inzichten, de volledige waarheid en de juiste toedracht van deze historische sportgebeurtenissen.

De nieuwe reeks brengt verhalen over:
Tom Boonen - De wonderjaren maandag 11 februari

Tom Boonen - De wonderjaren maandag 11 februari

Parijs-Roubaix 2002, Vlaanderen maakt voor het eerst kennis met Tom Boonen. In de jacht op een ontketende Johan Museeuw, gaat de jonge neoprof van de US Postal ploeg zo hard tekeer, dat zijn kopman George Hincapie van vermoeidheid de gracht inrijdt. Boonen finisht die dag als derde op de mythische piste van Roubaix. Boonen is het ultieme voorbeeld van de oude wielerwijsheid: “Wat goed is, komt snel”.

In 2003 tekent Boonen voor de ploeg van Patrick Lefevere. Bij Quick-Step verandert Boonen al snel in een veelwinnaar. Hij wint semiklassiekers als de E3-prijs Harelbeke, en Gent-Wevelgem. In de Tour spurt hij naar etappezeges in Angers en de Champs Elysees. Het blijkt allemaal slechts een voorbode op wat zou volgen.

Boonen veegt in 2005 vijftien jaar wielergeschiedenis van tafel. Hij rijdt het wielrennen van twijfel en aarzeling naar de verdoemenis. Hij werpt de gevestigde orde omver met zijn attractieve en aanvallende stijl. Een week na de E3-prijs wint Boonen zijn eerste grote klassieker: de Ronde van Vlaanderen. Boonen beschikt op zijn 24ste al over genoeg koersinzicht om de wedstrijd naar zijn hand te zetten. Met een perfect getimede aanval laat hij Peter Van Petegem en co achter en rijdt solo naar Meerbeke. Bovenop de Bosberg wordt de scepter doorgegeven… Een week later realiseert Boonen ook nog de legendarische dubbel op de piste van Roubaix. Vlaanderen heeft een nieuwe God… Maar tijd om te genieten is er niet.

Boonen vertrekt met ambities naar Frankrijk. Hij droomt van groen, maar de Tour draait uit op een grote teleurstelling. Na twee etappezeges heeft Boonen het groen stevig om de schouders, maar een zware val gooit roet in het eten en Tom moet opgeven. Thuis in Mol draait hij de knop om. Hij neemt zijn telefoon en belt bondscoach José De Cauwer. Hij heeft nog maar één doel: wereldkampioen worden in Madrid.


Onyx-Moneytron. In rook opgegaan maandag 18 februari

Onyx-Moneytron. In rook opgegaan maandag 18 februari

Aan het begin van het Formule 1-seizoen van 1989 probeert het zoveelste kleine team zichzelf naar de respectabele subtop te lanceren. Na successen in de formule 3000 wil Onyx, het team van de Engelsman Mike Earle, op het allerhoogste niveau meedoen. Tot verbazing van de Belgische sportpers gebeurt dat met een Belgische piloot, de jonge beloftevolle Bertrand Gachot, en met Belgisch geld, van de flamboyante en dan nog grotendeels onbekende Jean-Pierre Van Rossem. Onyx-Moneytron wordt “de Belgische F1-stal”.

Earle en zijn team beloven ‘petrolhead’ Van Rossem een wagen die in het eerste seizoen een podium kan halen. Dat lijkt onwaarschijnlijk, optimistisch op het ridicule af, maar het wordt wel degelijk waargemaakt als Stefan Johansson zijn Onyx-Moneytron naar de derde plaats stuurt in de GP van Portugal. De stap richting subtop lijkt nog maar een formaliteit.

Maar naast de sportieve successen zijn er bij Onyx-Moneytron ook veel problemen. Ego’s clashen, de rekeningen stapelen zich op en niemand weet precies wat Van Rossem van plan is. Het verhaal van Onyx-Moneytron is er één van snel smeltende geldreserves, rancune en verdachtmakingen, maar ook van kameraadschap, topprestaties en snelheid in de bizarre wereld van de Formule 1 anno 1989-1990.


Pär Zetterberg. Succes smaakt zoet maandag 25 februari

Pär Zetterberg. Succes smaakt zoet maandag 25 februari

Pär Zetterberg is niet eens zestien jaar als hij op een bijveldje van de Zweedse derdeklasser Falkenberg wordt ontdekt door wijlen Jean Dockx. Al snel krijgt hij een contract bij Anderlecht en is hij een fenomeen. Maar nog voor zijn grote doorbraak slaat het noodlot enkele keren genadeloos hard toe. Van een zware knieblessure kan hij nog herstellen, maar als ook diabetes wordt vastgesteld, lijkt zijn carrière voorbij nog voor ze goed en wel is begonnen.

Aad de Mos, op dat moment trainer van Anderlecht, heeft Zetterberg niet meer nodig en de Brusselaars stallen de jonge Zweed twee jaar bij Charleroi. Daar neemt Robert Waseige hem onder zijn vleugels en dankzij een strikte medische begeleiding om zijn suikerziekte op te volgen, bewijst Zetterberg dat hij toch gemaakt is voor de top. Eenmaal terug bij Anderlecht volgen, onder impuls van Johan Boskamp, titels én individuele prijzen. Gouden Schoen, Profvoetballer van het jaar, hij wint beide trofeeën meerdere malen.

In 1994 volgt een nieuwe zware knieblessure die hem weghoudt van het WK in de VS waar Zweden uiteindelijk heel knap derde zou worden. De grootste ontgoocheling uit zijn carrière. Eenmaal hersteld, zijn bij Anderlecht sterren als Nilis en Degryse vertrokken en volgen vijf magere jaren. Tot Aimé Anthuenis trainer wordt en Anderlecht in 2000 opnieuw de titel pakt. Het sein voor Zetterberg om na veertien jaar België toch ook nog eens iets anders te proberen.

Hij trekt naar Griekenland en wordt in drie jaar evenveel keer kampioen met Olympiacos. Als Roger Vanden Stock zijn poulain in 2003 terugroept naar Brussel aarzelt Zetterberg niet. Anderlecht is familie, het Astridpark is zijn thuis. Er zouden nog twee titels volgen met in mei 2006 een afscheid waar elke voetballer enkel maar kan van dromen.

Kampioen worden in je laatste wedstrijd en de fans die het Zweedse woordje ‘tack’ oftewel ‘dankuwel’ in de lucht houden. Het orgelpunt van een carrière die gekenmerkt werd door grote medische tegenslagen, maar dankzij het ijzeren karakter en het pure voetbaltalent van een immer sympathieke Zweed toch verworden is tot een meesterwerk.


Het EK judo van 1997. Alleen goud is goed genoeg maandag 4 maart

Het EK judo van 1997. Alleen goud is goed genoeg maandag 4 maart

Eind jaren ’90 is het Belgische judoteam van Jean-Marie Dedecker de meest succesvolle ploeg van het land. Hun verhaal begint eind jaren ’80. In de schaduw van judogrootheden Robert Vande Walle en Ingrid Berghmans stoomt Jean-Marie Dedecker een nieuwe, beloftevolle generatie klaar.

De Olympische Spelen van 1992 in Barcelona zijn de eerste grote afspraak, maar worden een ontgoocheling, voor de ploeg én voor Dedecker. Het brons van Heidi Rakels is even onverwacht als deugddoend, maar vier andere judoka’s stranden op de vijfde plaats. Het sein om nog harder te werken. Met Dedecker als gangmaker: “Topsport is geen democratie, maar een dictatuur.” En alleen de eerste plaats telt.

Een jaar later is de eerste gouden medaille op een groot toernooi een feit: Gella Vandecaveye wordt wereldkampioene. En dan gaat de bal aan het rollen. Op het EK van 1994 halen de Belgen vier medailles, met twee keer goud, voor Gella Vandecaveye en Ulla Werbrouck. Op het EK van 96 herhalen beiden dat en pakken de Belgen vier medailles.

Op de Olympische Spelen van 1996, in Atlanta zorgen de judoka’s van Dedecker voor vier van de zes Belgische medailles. Goud voor Ulla, zilver voor Gella en brons voor Harry Van Barneveld en Marisabel Lomba, de eerste Waalse die toetrad tot de ‘Vlaamse’ nationale ploeg van Dedecker.

Maar de apotheose wordt het Europees kampioenschap, 1997 in Oostende. De zes gouden en drie bronzen die de Belgen winnen zijn tot op vandaag, 20 jaar later, een record. Ook Harry Van Barneveld en Johan Laats winnen goud, voor het eerst op een groot toernooi. Het is een hoogtepunt voor de ploeg, maar ook een onvermijdelijk keerpunt.

Sommige judoka’s zijn over hun hoogtepunt, woelwater Dedecker heeft in de loop der jaren tegen heel wat schenen gestampt en vijanden gemaakt. In 2000 krijgt hij zijn ontslag als nationaal trainer. Enkele individuele judoka’s boeken ook in jaren nadien nog sprekende resultaten, maar van een succesvolle structuur en een team is geen sprake meer.


Sven Nys - De geboorte van de kannibaal oktober 2018

Sven Nys - De geboorte van de kannibaal oktober 2018

Sinds hij de overstap maakte naar de profs domineerde Sven Nys het veldrijden. Door zijn technische meesterschap overvleugelde hij zijn tegenstanders. Hij wint de Superprestige, de wereldbeker, en toch… Op grote momenten slaat de twijfel toe en vaak gaat hij ten onder aan faalangst.

Nys mist het karakter en killersinstinct van de grote kampioenen. Hij is te braaf en laat zich te makkelijk manipuleren. Wie herinnert zich niet de tranen na het WK in St-Michielsgestel. Vanaf 2003 moet hij ook steeds vaker zijn meerdere erkennen in Bart Wellens. De Kempenaar is de tegenpool van de schuchtere Nys.

Pijnacker 2004

Na een moeilijk seizoen kan enkel nog de eindzege in de Wereldbeker zijn seizoen wat glans geven. Sven won de Wereldbekermanches in Turijn, Sankt-Wendel en Wetzikon. Maar In Koksijde wordt hij echter pas vijfde en in Nommay zevende. De eindzege is dus nog niet binnen en de slotmanche in Pijnacker zal beslissend worden. Indien zijn dichtste belager Richard Groenendaal kan winnen, moet Nys bij de eerste zes eindigen om de eindoverwinning veilig te stellen.

Sven Nys heeft die dag geen superbenen. Hij is over zijn beste vorm heen en nog voor half koers is Groenendaal al zeker van de dagzege in Pijnacker. Voor de andere Belgen valt er niets meer te winnen en toch rijden Bart Wellens, Tom Vannoppen, Wesley Van der Linden en Erwin Vervecken alsof hun leven ervan afhangt. Ze willen koste wat het kost Sven achter zich houden. Het draait uit op een sprint voor de ereplaatsen. Nys wordt uiteindelijk zevende en blijft met lege handen achter. Voor Nys het absolute dieptepunt van zijn carrière. Hij zou de grijns van Vannoppen nooit vergeten. Die nederlaag maakt iets los in Nys: een killerinstinct. Zijn tegenstanders probeerden hem die dag te kraken, maar ze hebben Nys een gunst bewezen: op 12 februari 2004 wordt in Pijnacker de Kannibaal van Baal geboren.

De start van een rijk gevulde carrière

Belga Sport belicht de beginjaren van Sven Nys’ veldritcarrière. Van de wereldtitel bij de beloften in München in 1997 en het gemiste WK in Sint-Michielsgestel in 2000 over de dominantie van Bart Wellens tot het moment dat allesbepalend is geweest: de Wereldbekermanche in Pijnacker.


Eric Wauters - Eén hindernis te veel oktober 2018

Eric Wauters - Eén hindernis te veel oktober 2018

Eric Wauters is de jongste van 9 kinderen en is al op vroege leeftijd zot van paarden en paardensport, maar heeft niet de middelen om zelf een paard aan te schaffen. Maar dankzij een enorm doorzettingsvermogen, een staalhard karakter, en wat stiekeme hulp van zijn vader, groeit hij uiteindelijk toch uit tot jumping-ruiter, een van de beste die België ooit gekend heeft.

Al in 1972, op 21-jarige leeftijd, mag hij mee naar z’n eerste Olympische Spelen, in München. Het wordt een teleurstelling. Vier jaar later gaat hij opnieuw naar de Spelen, in Montreal, en dit keer wordt het een succes. De Belgische jumpingploeg, met Wauters, Van Paesschen, Cuepper en Mathy pakken een bronzen medaille. Het zal tot op heden de laatste Olympische medaille zijn die België haalt in de jumpingsport.

Wauters heeft op dat moment al erg veel internationale prijzen behaald, vooral met z’n toppaard Pomme d’Api. Maar hij wil altijd meer. In de jaren die volgen, groeit Wauters uit tot de ‘godfather’ van de Belgische ruitersport.

Door zijn 101 jobs en nevenactiviteiten in de paardensport, loopt het sportief daarna wat minder, maar in ‘96 kwalificeert Wauters zich toch voor zijn derde Olympische Spelen, in Atlanta. Zijn dochter Wendy mag mee als groom, om voor zijn paard Bon Ami te zorgen. Het is zijn laatste kans om zijn carrière te beëindigen met een Olympische topprestatie, maar het eindigt in één grote teleurstelling. Wanneer hij twee jaar later nog een aantal tegenslagen te verwerken krijgt, knakt er iets. Wauters voelt zijn sportieve einde naderen, en voor een ambitieuze topsporter is dat onaanvaardbaar. Hij maakt een eind aan zijn leven. Eric Wauters is dan nog maar 48 jaar.


Argentina - Belgica '82 oktober 2018

Argentina - Belgica '82 oktober 2018

Daar is ‘m, daar is ‘m! Goooooaal!' Als één stukje stem van Rik De Saedeleer voor altijd in ons hoofd blijft zitten, zal het dat wel zijn. Maar wie is “’m”? En waar stond die dan wel?

We schrijven 13 juni 1982. Het wereldkampioenschap voetbal – omdat er in Spanje wordt gespeeld kortweg Mundial - wordt feestelijk en met veel bombarie op gang geschoten met een openingsceremonie en een openingsmatch. Traditioneel mag de regerende wereldkampioen die match spelen: Argentinië. Tegenstander is het kleine België, plaats van gebeuren hetlegendarische Camp Nou van Barcelona.

De Argentijnen hebben geen hoge dunk van de Belgen, ze zijn tenslotte wereldkampioen, en hebben bovendien een nieuwe mega-ster in de rangen, Diego Maradona. Die is net voor een recordbedrag getransfereerd naar… FC Barcelona. Het scenario is dus op voorhand duidelijk. Argentinië zal de Belgen wel even opzij zetten, met een glansrol voor de nieuwe publiekslieveling van de Barcelonezen.

Maar 90 minuten later is de realiteit heel anders. België heeft de wereldkampioen geklopt. Die “’m” was Erwin Vandenbergh. Hij stond in de 62ste minuut oog in oog met Ubaldo Fillol en schoot het meest legendarische Belgische doelpunt ooit voorbij de verbouwereerde Argentijn. Een triomf van het collectief. Een triomf van Guy Thijs. Een triomf van de slimme David op de hautaine Goliath. Het is u vergeven als u voor uw televisietoestel opnieuw op uw knieën gaat zitten en lichtjes achterover buigt…


De 4 x 100, de lange weg naar goud oktober 2018

De 4 x 100, de lange weg naar goud oktober 2018

In het begin van het millennium heeft België een beloftevolle sprintster: Kim Gevaert. Bij haar trainer Rudi Diels rijpt het plan om rond zijn pupil een estafetteploeg te bouwen. Wanneer hij het plan een eerste keer gaat voorstellen, staat hij na vijf minuten opnieuw buiten.

Diels blijft aandringen en mag er dan toch aan beginnen. De ploeg met Gevaert, Elodie Ouedraogo, Nancy Callaerts en Kathleen De Caluwé plaatst zich in extremis voor het WK van 2001. Maar sneuvelt er in de halve finale.

Maar de prestaties gaan snel in stijgende lijn: Een vierde plaats op het EK van 2002. Een zesde op het WK van 2003. Zesde op de Spelen van 2004. Ondertussen is Kim Gevaert in de individuele nummers Europese top geworden. Na twee keer zilver op het EK van 2002, volgen in 2006 twee gouden Europese medailles op de 100 en 200 meter.

Op het WK van 2007 in Osaka wordt Gevaert 5de op de 100 meter. Haar persoonlijke ambities op de 200 meter besluit ze opzij te schuiven om alles op de 4x100 te kunnen zetten. Het resultaat is brons. Meteen de eerste Belgische atletiekmedaille bij de vrouwen op een WK ooit.

Het sein ook voor de concurrentie om die Belgen ernstig beginnen te nemen.

Op Gevaert na zijn de Belgen individueel niet zo sterk, maar ze zijn vriendinnen en vormen een echte ploeg, die ook traint in functie van 4x100 meter en op stokwissels.

In de de zomer van 2008, net voor de Olympische Spelen van Peking, kondigt Kim Gevaert haar afscheid aan: het zal haar laatste seizoen zijn. Het is nu of nooit voor de Belgen. En voor Kim Gevaert de laatste kans om individueel te schitteren. Maar ze kan zich niet plaatsen voor de finale van de 100 meter. En laat de 200 meter schieten om zich te concentreren op de estafette.

De rest is Belgische sportgeschiedenis. In de finale finishen favoriet Jamaica en ook Groot-Brittannië niet, door foute stokwissels. Zo snellen Gevaert en co naar zilver, na de Russen. Pas 8 jaar later, in 2016, na hertesting van de urinestalen, blijkt dat de Russen doping hadden gebruikt. En krijgen Olivia Borlée, Hanne Mariën, Elodie Ouedraogo en Kim Gevaert alsnog hun gouden medaille.


Tom Boonen - De wonderjaren maandag 11 februari

Parijs-Roubaix 2002, Vlaanderen maakt voor het eerst kennis met Tom Boonen. In de jacht op een ontketende Johan Museeuw, gaat de jonge neoprof van de US Postal ploeg zo hard tekeer, dat zijn kopman George Hincapie van vermoeidheid de gracht inrijdt. Boonen finisht die dag als derde op de mythische piste van Roubaix. Boonen is het ultieme voorbeeld van de oude wielerwijsheid: “Wat goed is, komt snel”.

In 2003 tekent Boonen voor de ploeg van Patrick Lefevere. Bij Quick-Step verandert Boonen al snel in een veelwinnaar. Hij wint semiklassiekers als de E3-prijs Harelbeke, en Gent-Wevelgem. In de Tour spurt hij naar etappezeges in Angers en de Champs Elysees. Het blijkt allemaal slechts een voorbode op wat zou volgen.

Boonen veegt in 2005 vijftien jaar wielergeschiedenis van tafel. Hij rijdt het wielrennen van twijfel en aarzeling naar de verdoemenis. Hij werpt de gevestigde orde omver met zijn attractieve en aanvallende stijl. Een week na de E3-prijs wint Boonen zijn eerste grote klassieker: de Ronde van Vlaanderen. Boonen beschikt op zijn 24ste al over genoeg koersinzicht om de wedstrijd naar zijn hand te zetten. Met een perfect getimede aanval laat hij Peter Van Petegem en co achter en rijdt solo naar Meerbeke. Bovenop de Bosberg wordt de scepter doorgegeven… Een week later realiseert Boonen ook nog de legendarische dubbel op de piste van Roubaix. Vlaanderen heeft een nieuwe God… Maar tijd om te genieten is er niet.

Boonen vertrekt met ambities naar Frankrijk. Hij droomt van groen, maar de Tour draait uit op een grote teleurstelling. Na twee etappezeges heeft Boonen het groen stevig om de schouders, maar een zware val gooit roet in het eten en Tom moet opgeven. Thuis in Mol draait hij de knop om. Hij neemt zijn telefoon en belt bondscoach José De Cauwer. Hij heeft nog maar één doel: wereldkampioen worden in Madrid.

Onyx-Moneytron. In rook opgegaan maandag 18 februari

Aan het begin van het Formule 1-seizoen van 1989 probeert het zoveelste kleine team zichzelf naar de respectabele subtop te lanceren. Na successen in de formule 3000 wil Onyx, het team van de Engelsman Mike Earle, op het allerhoogste niveau meedoen. Tot verbazing van de Belgische sportpers gebeurt dat met een Belgische piloot, de jonge beloftevolle Bertrand Gachot, en met Belgisch geld, van de flamboyante en dan nog grotendeels onbekende Jean-Pierre Van Rossem. Onyx-Moneytron wordt “de Belgische F1-stal”.

Earle en zijn team beloven ‘petrolhead’ Van Rossem een wagen die in het eerste seizoen een podium kan halen. Dat lijkt onwaarschijnlijk, optimistisch op het ridicule af, maar het wordt wel degelijk waargemaakt als Stefan Johansson zijn Onyx-Moneytron naar de derde plaats stuurt in de GP van Portugal. De stap richting subtop lijkt nog maar een formaliteit.

Maar naast de sportieve successen zijn er bij Onyx-Moneytron ook veel problemen. Ego’s clashen, de rekeningen stapelen zich op en niemand weet precies wat Van Rossem van plan is. Het verhaal van Onyx-Moneytron is er één van snel smeltende geldreserves, rancune en verdachtmakingen, maar ook van kameraadschap, topprestaties en snelheid in de bizarre wereld van de Formule 1 anno 1989-1990.

Pär Zetterberg. Succes smaakt zoet maandag 25 februari

Pär Zetterberg is niet eens zestien jaar als hij op een bijveldje van de Zweedse derdeklasser Falkenberg wordt ontdekt door wijlen Jean Dockx. Al snel krijgt hij een contract bij Anderlecht en is hij een fenomeen. Maar nog voor zijn grote doorbraak slaat het noodlot enkele keren genadeloos hard toe. Van een zware knieblessure kan hij nog herstellen, maar als ook diabetes wordt vastgesteld, lijkt zijn carrière voorbij nog voor ze goed en wel is begonnen.

Aad de Mos, op dat moment trainer van Anderlecht, heeft Zetterberg niet meer nodig en de Brusselaars stallen de jonge Zweed twee jaar bij Charleroi. Daar neemt Robert Waseige hem onder zijn vleugels en dankzij een strikte medische begeleiding om zijn suikerziekte op te volgen, bewijst Zetterberg dat hij toch gemaakt is voor de top. Eenmaal terug bij Anderlecht volgen, onder impuls van Johan Boskamp, titels én individuele prijzen. Gouden Schoen, Profvoetballer van het jaar, hij wint beide trofeeën meerdere malen.

In 1994 volgt een nieuwe zware knieblessure die hem weghoudt van het WK in de VS waar Zweden uiteindelijk heel knap derde zou worden. De grootste ontgoocheling uit zijn carrière. Eenmaal hersteld, zijn bij Anderlecht sterren als Nilis en Degryse vertrokken en volgen vijf magere jaren. Tot Aimé Anthuenis trainer wordt en Anderlecht in 2000 opnieuw de titel pakt. Het sein voor Zetterberg om na veertien jaar België toch ook nog eens iets anders te proberen.

Hij trekt naar Griekenland en wordt in drie jaar evenveel keer kampioen met Olympiacos. Als Roger Vanden Stock zijn poulain in 2003 terugroept naar Brussel aarzelt Zetterberg niet. Anderlecht is familie, het Astridpark is zijn thuis. Er zouden nog twee titels volgen met in mei 2006 een afscheid waar elke voetballer enkel maar kan van dromen.

Kampioen worden in je laatste wedstrijd en de fans die het Zweedse woordje ‘tack’ oftewel ‘dankuwel’ in de lucht houden. Het orgelpunt van een carrière die gekenmerkt werd door grote medische tegenslagen, maar dankzij het ijzeren karakter en het pure voetbaltalent van een immer sympathieke Zweed toch verworden is tot een meesterwerk.

Het EK judo van 1997. Alleen goud is goed genoeg maandag 4 maart

Eind jaren ’90 is het Belgische judoteam van Jean-Marie Dedecker de meest succesvolle ploeg van het land. Hun verhaal begint eind jaren ’80. In de schaduw van judogrootheden Robert Vande Walle en Ingrid Berghmans stoomt Jean-Marie Dedecker een nieuwe, beloftevolle generatie klaar.

De Olympische Spelen van 1992 in Barcelona zijn de eerste grote afspraak, maar worden een ontgoocheling, voor de ploeg én voor Dedecker. Het brons van Heidi Rakels is even onverwacht als deugddoend, maar vier andere judoka’s stranden op de vijfde plaats. Het sein om nog harder te werken. Met Dedecker als gangmaker: “Topsport is geen democratie, maar een dictatuur.” En alleen de eerste plaats telt.

Een jaar later is de eerste gouden medaille op een groot toernooi een feit: Gella Vandecaveye wordt wereldkampioene. En dan gaat de bal aan het rollen. Op het EK van 1994 halen de Belgen vier medailles, met twee keer goud, voor Gella Vandecaveye en Ulla Werbrouck. Op het EK van 96 herhalen beiden dat en pakken de Belgen vier medailles.

Op de Olympische Spelen van 1996, in Atlanta zorgen de judoka’s van Dedecker voor vier van de zes Belgische medailles. Goud voor Ulla, zilver voor Gella en brons voor Harry Van Barneveld en Marisabel Lomba, de eerste Waalse die toetrad tot de ‘Vlaamse’ nationale ploeg van Dedecker.

Maar de apotheose wordt het Europees kampioenschap, 1997 in Oostende. De zes gouden en drie bronzen die de Belgen winnen zijn tot op vandaag, 20 jaar later, een record. Ook Harry Van Barneveld en Johan Laats winnen goud, voor het eerst op een groot toernooi. Het is een hoogtepunt voor de ploeg, maar ook een onvermijdelijk keerpunt.

Sommige judoka’s zijn over hun hoogtepunt, woelwater Dedecker heeft in de loop der jaren tegen heel wat schenen gestampt en vijanden gemaakt. In 2000 krijgt hij zijn ontslag als nationaal trainer. Enkele individuele judoka’s boeken ook in jaren nadien nog sprekende resultaten, maar van een succesvolle structuur en een team is geen sprake meer.

Sven Nys - De geboorte van de kannibaal oktober 2018

Sinds hij de overstap maakte naar de profs domineerde Sven Nys het veldrijden. Door zijn technische meesterschap overvleugelde hij zijn tegenstanders. Hij wint de Superprestige, de wereldbeker, en toch… Op grote momenten slaat de twijfel toe en vaak gaat hij ten onder aan faalangst.

Nys mist het karakter en killersinstinct van de grote kampioenen. Hij is te braaf en laat zich te makkelijk manipuleren. Wie herinnert zich niet de tranen na het WK in St-Michielsgestel. Vanaf 2003 moet hij ook steeds vaker zijn meerdere erkennen in Bart Wellens. De Kempenaar is de tegenpool van de schuchtere Nys.

Pijnacker 2004

Na een moeilijk seizoen kan enkel nog de eindzege in de Wereldbeker zijn seizoen wat glans geven. Sven won de Wereldbekermanches in Turijn, Sankt-Wendel en Wetzikon. Maar In Koksijde wordt hij echter pas vijfde en in Nommay zevende. De eindzege is dus nog niet binnen en de slotmanche in Pijnacker zal beslissend worden. Indien zijn dichtste belager Richard Groenendaal kan winnen, moet Nys bij de eerste zes eindigen om de eindoverwinning veilig te stellen.

Sven Nys heeft die dag geen superbenen. Hij is over zijn beste vorm heen en nog voor half koers is Groenendaal al zeker van de dagzege in Pijnacker. Voor de andere Belgen valt er niets meer te winnen en toch rijden Bart Wellens, Tom Vannoppen, Wesley Van der Linden en Erwin Vervecken alsof hun leven ervan afhangt. Ze willen koste wat het kost Sven achter zich houden. Het draait uit op een sprint voor de ereplaatsen. Nys wordt uiteindelijk zevende en blijft met lege handen achter. Voor Nys het absolute dieptepunt van zijn carrière. Hij zou de grijns van Vannoppen nooit vergeten. Die nederlaag maakt iets los in Nys: een killerinstinct. Zijn tegenstanders probeerden hem die dag te kraken, maar ze hebben Nys een gunst bewezen: op 12 februari 2004 wordt in Pijnacker de Kannibaal van Baal geboren.

De start van een rijk gevulde carrière

Belga Sport belicht de beginjaren van Sven Nys’ veldritcarrière. Van de wereldtitel bij de beloften in München in 1997 en het gemiste WK in Sint-Michielsgestel in 2000 over de dominantie van Bart Wellens tot het moment dat allesbepalend is geweest: de Wereldbekermanche in Pijnacker.

Eric Wauters - Eén hindernis te veel oktober 2018

Eric Wauters is de jongste van 9 kinderen en is al op vroege leeftijd zot van paarden en paardensport, maar heeft niet de middelen om zelf een paard aan te schaffen. Maar dankzij een enorm doorzettingsvermogen, een staalhard karakter, en wat stiekeme hulp van zijn vader, groeit hij uiteindelijk toch uit tot jumping-ruiter, een van de beste die België ooit gekend heeft.

Al in 1972, op 21-jarige leeftijd, mag hij mee naar z’n eerste Olympische Spelen, in München. Het wordt een teleurstelling. Vier jaar later gaat hij opnieuw naar de Spelen, in Montreal, en dit keer wordt het een succes. De Belgische jumpingploeg, met Wauters, Van Paesschen, Cuepper en Mathy pakken een bronzen medaille. Het zal tot op heden de laatste Olympische medaille zijn die België haalt in de jumpingsport.

Wauters heeft op dat moment al erg veel internationale prijzen behaald, vooral met z’n toppaard Pomme d’Api. Maar hij wil altijd meer. In de jaren die volgen, groeit Wauters uit tot de ‘godfather’ van de Belgische ruitersport.

Door zijn 101 jobs en nevenactiviteiten in de paardensport, loopt het sportief daarna wat minder, maar in ‘96 kwalificeert Wauters zich toch voor zijn derde Olympische Spelen, in Atlanta. Zijn dochter Wendy mag mee als groom, om voor zijn paard Bon Ami te zorgen. Het is zijn laatste kans om zijn carrière te beëindigen met een Olympische topprestatie, maar het eindigt in één grote teleurstelling. Wanneer hij twee jaar later nog een aantal tegenslagen te verwerken krijgt, knakt er iets. Wauters voelt zijn sportieve einde naderen, en voor een ambitieuze topsporter is dat onaanvaardbaar. Hij maakt een eind aan zijn leven. Eric Wauters is dan nog maar 48 jaar.

Argentina - Belgica '82 oktober 2018

Daar is ‘m, daar is ‘m! Goooooaal!' Als één stukje stem van Rik De Saedeleer voor altijd in ons hoofd blijft zitten, zal het dat wel zijn. Maar wie is “’m”? En waar stond die dan wel?

We schrijven 13 juni 1982. Het wereldkampioenschap voetbal – omdat er in Spanje wordt gespeeld kortweg Mundial - wordt feestelijk en met veel bombarie op gang geschoten met een openingsceremonie en een openingsmatch. Traditioneel mag de regerende wereldkampioen die match spelen: Argentinië. Tegenstander is het kleine België, plaats van gebeuren hetlegendarische Camp Nou van Barcelona.

De Argentijnen hebben geen hoge dunk van de Belgen, ze zijn tenslotte wereldkampioen, en hebben bovendien een nieuwe mega-ster in de rangen, Diego Maradona. Die is net voor een recordbedrag getransfereerd naar… FC Barcelona. Het scenario is dus op voorhand duidelijk. Argentinië zal de Belgen wel even opzij zetten, met een glansrol voor de nieuwe publiekslieveling van de Barcelonezen.

Maar 90 minuten later is de realiteit heel anders. België heeft de wereldkampioen geklopt. Die “’m” was Erwin Vandenbergh. Hij stond in de 62ste minuut oog in oog met Ubaldo Fillol en schoot het meest legendarische Belgische doelpunt ooit voorbij de verbouwereerde Argentijn. Een triomf van het collectief. Een triomf van Guy Thijs. Een triomf van de slimme David op de hautaine Goliath. Het is u vergeven als u voor uw televisietoestel opnieuw op uw knieën gaat zitten en lichtjes achterover buigt…

De 4 x 100, de lange weg naar goud oktober 2018

In het begin van het millennium heeft België een beloftevolle sprintster: Kim Gevaert. Bij haar trainer Rudi Diels rijpt het plan om rond zijn pupil een estafetteploeg te bouwen. Wanneer hij het plan een eerste keer gaat voorstellen, staat hij na vijf minuten opnieuw buiten.

Diels blijft aandringen en mag er dan toch aan beginnen. De ploeg met Gevaert, Elodie Ouedraogo, Nancy Callaerts en Kathleen De Caluwé plaatst zich in extremis voor het WK van 2001. Maar sneuvelt er in de halve finale.

Maar de prestaties gaan snel in stijgende lijn: Een vierde plaats op het EK van 2002. Een zesde op het WK van 2003. Zesde op de Spelen van 2004. Ondertussen is Kim Gevaert in de individuele nummers Europese top geworden. Na twee keer zilver op het EK van 2002, volgen in 2006 twee gouden Europese medailles op de 100 en 200 meter.

Op het WK van 2007 in Osaka wordt Gevaert 5de op de 100 meter. Haar persoonlijke ambities op de 200 meter besluit ze opzij te schuiven om alles op de 4x100 te kunnen zetten. Het resultaat is brons. Meteen de eerste Belgische atletiekmedaille bij de vrouwen op een WK ooit.

Het sein ook voor de concurrentie om die Belgen ernstig beginnen te nemen.

Op Gevaert na zijn de Belgen individueel niet zo sterk, maar ze zijn vriendinnen en vormen een echte ploeg, die ook traint in functie van 4x100 meter en op stokwissels.

In de de zomer van 2008, net voor de Olympische Spelen van Peking, kondigt Kim Gevaert haar afscheid aan: het zal haar laatste seizoen zijn. Het is nu of nooit voor de Belgen. En voor Kim Gevaert de laatste kans om individueel te schitteren. Maar ze kan zich niet plaatsen voor de finale van de 100 meter. En laat de 200 meter schieten om zich te concentreren op de estafette.

De rest is Belgische sportgeschiedenis. In de finale finishen favoriet Jamaica en ook Groot-Brittannië niet, door foute stokwissels. Zo snellen Gevaert en co naar zilver, na de Russen. Pas 8 jaar later, in 2016, na hertesting van de urinestalen, blijkt dat de Russen doping hadden gebruikt. En krijgen Olivia Borlée, Hanne Mariën, Elodie Ouedraogo en Kim Gevaert alsnog hun gouden medaille.

VRTNU VRTNU VRTNU