Spring naar inhoud
Bekijk Tinker Tailor Soldier Spy (16+) op

Anke Brouwers bespioneert Tinker Tailor Soldier Spy

Ook op Canvas gaan we op zoek naar de mol. In de jaren 70, de hoogdagen van de Koude Oorlog, ontdekt geheimagent Ricki Tarr dat er mogelijk een mol aanwezig is in de top van de Britse inlichtingendienst M1-6. Waarom moet je op zaterdagavond zeker naar Tinker Tailor Soldier Spy (2011) van Tomas Alfredson kijken? Anke Brouwers legt het je uit.

Het tweede oudste beroep ter wereld

Spionage is van alle tijden. Er liepen spionnen rond in de Antieke Oudheid, ten tijde van Napoleon, tijdens de Amerikaanse, Franse, Mexicaanse en Russische revoluties, tijdens en na de twee wereldoorlogen, tijdens de Koude Oorlog en vandaag.

De opkomst van de spionageroman en de oprichting van de grote moderne inlichtingenbureaus (CIA, MI5, Interpol, KGB) is (vooral) iets van de twintigste eeuw. Vanzelfsprekend geldt dat ook voor de spionagefilm. Eén van de eerste film serials, korte vervolg-episodes die in de jaren 1910 wekelijks in de bioscopen werden gedropt, heette The Adventures of a Girl Spy (1910). De makers hoopten dat de combinatie van een vrouwelijke spionne (Gene Gauntier) tegen de achtergrond van de (toen nog) recente burgeroorlog een groot publiek zou lokken. Wat ook zo was.

Het genre floreerde in de cinema tijdens de Koude Oorlog aan beide kanten van het Ijzeren Gordijn. Terwijl ‘wij’ natuurlijk gewend zijn om te kijken naar Westerse films waarin communistische agenten de slechteriken zijn, werden er ‘aan de andere kant’ films gemaakt die een even vernietigend beeld schetsen van Westerse kapitalistische infiltranten.

Het is opvallend hoe de spionagefilms geproduceerd in Oost en West tussen 1960 en de vroege jaren zeventig elkaar spiegelen. Beide zijn ze gefascineerd door technologie en futuristische uitvindingen, door de ‘regels’ van het Grote Spel (met als doel (des)informatie verzamelen en verspreiden) en de vermeende glamour van het tweede oudste beroep ter wereld.

Het succes van een personage als James Bond, in essentie een buitensporige fantasie van mannelijke uitmuntendheid, illustreert de aantrekkingskracht van én de misvattingen over de mysterieuze wereld van de spionage.

Sjofele en smerige rotzakjes

De centrale figuur in het genre is de spion of geheim agent. Geheim agenten zijn acteurs zonder podium of applaus. Ze beschikken over zoveel maskers dat het voor de lezer of kijker vaak gissen is naar hun werkelijke identiteit, naar hun ware belangen, verlangens en drijfveren. Maar eigenlijk weet de spion het zelf ook vaak niet meer. Wie zijn ze echt? Wat is de Goede Zaak? Wat stond er ook weer op die ‘lijst’ die van levensnoodzakelijk belang was en waarvoor mensen het leven hebben gelaten?

De spionagefilm is hét genre van de "MacGuffin", een verhaalelement dat de plot in gang zet maar uiteindelijk op zichzelf van weinig belang is.

Terwijl de spionnen in de films over Wereldoorlog II nog vanzelfsprekend als morele kompassen golden (ze strijden tegen een duidelijk, ontegensprekelijk kwaad), wordt dit tijdens de Koude Oorlog veel meer ambigue. In de boeken van John le Carré (waar Tinker Tailor Soldier Spy ook een adaptatie van is) wordt het spionnen-bestaan zelfs radicaal gederomantiseerd.

In The Spy Who Came in From The Cold (Ritt, 1965) zegt Richard Burton:

Wat denk je eigenlijk dat spionnen zijn? Morele filosofen die alles wat ze doen afwegen tegen het woord van God of Karl Marx? Je hebt het mis! Het zijn sjofele en smerige rotzakjes: kleine mannetjes, dronkaards, en zonderlingen, door hun vrouwen gedomineerde echtgenoten, ambtenaren die cowboy en indiaantje spelen om hun slome levens op te vrolijken. Denk je dat ze als monniken in een cel zitten terwijl ze het goede tegen het kwade afwegen?

De spion als koene ridder in dienst van het Moreel Juiste en Rechtvaardigheid bestaat niet bij le Carré. Spionnen zijn zielige, vermoeide en paranoïde figuren wiens levens niet in Technicolor maar in een afgebleekt kleurenpalet aan hen voorbijflitst.

In Tinker Tailor Soldier Spy (2011) ontmoeten we verschillende sjofele en smerige mannetjes (en oneerlijke vrouwen), maar er zitten ook wel wat aantrekkelijke en ogenschijnlijk onberispelijke figuren tussen. En laat die nu net de gevaarlijkste zijn, want wie spionnen zegt, zegt dubbelspionnen. De onmogelijkheid om anderen te kunnen vertrouwen maakt van het beroep ook meteen het eenzaamste.

(S)pionnen

Tinker Tailor Soldier Spy verwacht van ons dat we als een goede spion ten alle tijde opletten, want de ingewikkelde plot wordt ons niet nadrukkelijk uitgelegd. Sterker: het is de bedoeling van de makers om het ons wat moeilijker te maken dan gewoonlijk.

Net als het hoofdpersonage George Smiley (Gary Oldman achter dikke brilglazen) moeten we pieren en peinzen en de verschillende gebeurtenissen met elkaar proberen te verbinden en interpreteren. Het is eigen aan genres zoals de detective of de spionagefilm dat er gespeeld wordt met het uitstellen of het wat moeilijker verpakken van de noodzakelijke narratieve informatie, maar doorgaans is het toch wel de bedoeling dat de kijker mee is met het verhaal.

De slimmeriken hebben het snel door, dan heb je diegenen die het graag twee keer verteld weten en dan is er nog slow Joe achteraan (of het kussende koppeltje op de laatste rij) waarvoor alles een derde keer wordt uitgelegd. Tinker Tailor legt het maar één keer uit.

Belangrijke informatie wordt systematisch onderdrukt of pas later en slechts met mondjesmaat prijsgegeven. Zo worden personages indirect of summier geïntroduceerd, flashbacks en reactie shots worden zonder duidelijke contextualisering in de film gedropt… Gelukkig doet dit niets af aan het plezier van de film. Integendeel, want als kijker mag je puzzelen en gokken en -als je wil- de film een tweede keer bekijken om de puzzel helemaal te kunnen leggen.

Visueel is de film een ode aan de seventies, de periode van de politieke en paranoïde thriller, zowel qua kleurgebruik (grijs, bruin, beige) als qua beeldvoering (lange lenzen, korrelige beelden veel shots vanop afstand, een zoom hier en daar). De metafoor dat het wereldtoneel - en zeker het toneel van de spion - een schaakspel is, wordt letterlijk genomen. Als spion weet je nooit zeker wie er aan de andere kant van de tafel zit.

Onthoud: vertrouw niemand!

VRTNU VRTNU VRTNU